Grootse Arcadi Volodos filosofeert achter klavier

Klassiek

Arcadi Volodos in de serie Meesterpianisten op 2/12 in het Concertgebouw, Amsterdam.

In 1996 startte Arcadi Volodos zijn carrière als de ultieme pianovirtuoos. Niemand kon sneller en meer noten tegelijk spelen, al leek het soms meer op een circusact dan op serieus musiceren. Daar bleef het gelukkig niet bij. Vorig jaar schreef ik na zijn optreden in de serie Meesterpianisten dat zijn toucher rijker was geworden en dat hij in het pianissimo het mooiste klonk.

Afgelopen zondag bleek Volodos zich nog verder te hebben ontwikkeld. Van de kunstenmaker die hij was toen hij debuteerde is hij uitgegroeid tot een volwassen kunstenaar van de hoogste categorie. Hij drukt niet alleen toetsen in, maar filosofeert achter het klavier. Hij behoort nu tot de allergrootste pianisten van dit moment.

Aangenaam was dat Volodos geen doorsneeprogramma speelde. Hij opende bijvoorbeeld met de zelden te horen Sonate in fis opus 25 nr. 4 van Muzio Clementi. Deze rivaal van Mozart is vooral bekend vanwege zijn piano-etudes en eenvoudige sonatines. Onder zijn circa 60 pianosonates bevinden zich echter hoogwaardige meesterwerken en daaronder is opus 25 nr. 4 een absolute topper. Het stuk is voor een groot deel geënt op oude voorbeelden van Domenico Scarlatti, maar in het derde deel wijst het opeens vooruit op de wereld van Schubert. Het is een aantrekkelijke en gave compositie, die door Volodos met grote inleving ideaal vertolkt werd: rank, licht, fijn gefraseerd en briljant.

Volodos’ kwaliteiten leidden in drie werken van Brahms tot een totaal andere pianoklank, soms ijl, maar vaak ook dik, zompig en ’donkerbruin’ van tint, kortom perfect Brahmsspel. Naast een Intermezzo en Capriccio uit opus 76 speelde Volodos Brahms’ Variaties op een eigen thema in D, opus 21. Eigenlijk is dit onbekende werk helemaal niet zo aantrekkelijk. Knap van Volodos om het met zo veel visie te vertolken, dat je er als luisteraar volledig van in de ban raakte.

In de ’Waldszenen’ van Schumann betoonde Volodos zich de fijnzinnige, muzikale fijnschilder. Liszts ’Dante-Sonate’ werd vervolgens een hels spektakel, letterlijk. Opmerkelijk was dat Volodos in zijn onovertroffen theatrale en kleurrijke uitvoering te midden van de ergste pandemonische passages, onverwacht fraaie doorkijkjes in het paradijs gaf. Zelfs in de luidste passages bleef zijn toon veerkrachtig en welluidend.

Het dankbare publiek kreeg drie toegiften. Schitterend geschakeerd klonk het laat-impressionistische ’El lage’ van Federico Mompou. Daarna kwam, bloedstollend virtuoos, Volodos’ eigen transcriptie van de wals uit Bizets ’Carmen’ , en tot slot het Largo uit een Vivaldi-concert en door J. S. Bach voor orgel bewerkt. Het werd door Volodos zo verstild en aangrijpend gespeeld, dat het publiek in een soort trance raakte, terwijl (bij mij althans) de waterlanders zich aandienden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden