Groots gala van jarige opera

reportage | De Nationale Opera vierde het vijftigjarig bestaan met een flitsend muzikaal feestje, vol vaart en met smaak geregisseerd door Robert Carsen.

Men beloofde feest, en feest werd het! De Nationale Opera wilde weten dat het gezelschap vijftig jaar was geworden en zette vrijdagavond een groots gala op poten. Vaak is het bij dit soort officiële, met black tie dresscodes opgetuigde jubilea een beetje opzitten en de boel over je heen laten komen. Maar DNO had begrepen dat je zo'n avond beter in zijn geheel kunt laten regisseren en gaf de opdracht aan de Canadese regisseur Robert Carsen. Die was vanwege zijn productie 'Dialogues des Carmélites', die een dag later in reprise ging, toch al in huis. En wat een geweldige ceremoniemeester bleek Carsen te zijn.

In flitsende vaart, zonder enig saai of minder geslaagd moment trok het twee uur durende operafeestje aan een enthousiaste zaal vol liefhebbers voorbij. Die hadden voor hun kaartjes diep in de zak moeten tasten, maar de recettes komen wel deels ten goede aan Opera Forward, het nieuwe kleine festival waarmee DNO vanaf maart begint.

Met twee orkesten - eentje in de bak en een eentje op de bühne - een stoet geweldige solisten, het fantastische Koor van De Nationale Opera, geweldige dansers (onder wie Igone de Jongh) en spectaculaire filmbeelden op het immense voordoek werden de feestgangers, onder wie prinses Beatrix, getrakteerd op een overrompelende avond.

Het Nederlands Philharmonisch Orkest spurtte onder aanvoering van Marc Albrecht meteen geweldig uit de startblokken met Bernsteins ouverture 'Candide'. In het ritme van die opzwepende muziek had videoregisseur François Roussillon een film gemaakt waarin honderden beelden uit vijftig jaar DNO-historie precies op de maat langs flitsten. Voor velen een feest der herkenning. Dat ijzersterke begin werd meteen daarna overtroffen door sopraan Eva-Maria Westbroek die vanuit het auditorium opkwam om de zaal te begroeten met een intens gezongen 'Dich teure Halle' uit Wagners 'Tannhäuser'. En na Westbroek kwamen alle koorleden ook van achter uit de zaal voor de 'Einzug der Gäste' uit dezelfde opera.

Met de toon gezet en het glas geheven week het koor op de bühne uiteen om doorgang te verlenen aan Pierre Audi, al 27 jaar lang de gedreven artistieke leider van DNO. In zijn toespraak wees hij op het latente wantrouwen dat er jegens opera altijd in Nederland was geweest. Omdat opera een bedreiging zou vormen voor de calvinistische status quo in dit land. DNO was mede daarom volgens Audi een relatieve laatkomer op het internationale operatoneel. Hij noemde de opera als genre een powerhouse of emotions en met dat in het achterhoofd streefde hij samen met al die belangrijke afdelingen van zijn operabedrijf steeds weer naar internationale excellentie. Minister Jet Bussemaker, de belangrijkste geldschieter van DNO, hoorde het op het eerste balkon waarschijnlijk met instemming aan.

Tan Dun

En verder ging het met de Europese première van 'Passacaglia: Secret of Wind and Birds' van Tan Dun, die zelf het NedPhO kwam dirigeren. Met het guitige en gretige gezicht van de Chinese componist live uitvergroot op het filmdoek had hij het pleit bij voorbaat al gewonnen. Echte Tan Dun-muziek, met smaak en verve gespeeld door de NedPhO-musici.

En toen bleek achter het doek het Nederlands Kamerorkest te zitten dat na het applaus voor Tan Dun onder leiding van Albrecht meteen doorging met Rameau - waarschijnlijk een noviteit voor de in Duitse romantiek gespecialiseerde dirigent. Met schwung begeleidde hij desondanks de sprankelende Sabine Devieilhe in de aria van La Folie uit 'Platée'. Eleanora Buratto en Paolo Fanale zongen daarna een duet uit 'La traviata', en even later was daar zomaar Violeta Urmana voor Eboli's aria uit 'Don Carlo'. En nog zo'n ster: Adrianne Pieczonka. Zij zong Richard Strauss' lied 'Morgen' met Albrecht nu als puike begeleider op de piano.

Er kwamen filmbeelden langs uit Louis Andriessens 'La Commedia' met wijlen Jeroen Willems, en achter een live uitgevoerde 'Walkürenritt' verschenen beelden uit DNO's roemruchte 'Der Ring des Nibelungen'. Thomas Oliemans mocht de aria van de graaf uit 'Le nozze di Figaro' zingen en even later leidde hij uit diezelfde opera de finale van de tweede akte met alleen maar Nederlandse zangers. Bravo!

Westbroek, een beetje de hoofdgast van de avond, mocht Santuzza's aria uit 'Cavalleria rusticana' daarna nog zingen en ze deed dat huiveringwekkend intens. Sluitstuk was de slotfuga uit Verdi's 'Falstaff', de opera die Carsen vorig jaar hier nog regisseerde. Een bubbelend muzikaal slot, waarna het feest in de foyers werd voortgezet.

Daar kreeg prinses Beatrix het eerste exemplaar overhandigd van het jubileumboek 'Si può?', waarin de internationale excellentie van De Nationale Opera uitgebreid geboekstaafd staat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden