Groot of klein: wie voedt de planeet?

Mensen zitten buiten bij het 'future food district' op de Wereldtentoonstelling in Milaan.Beeld afp

Met de opening van de 34e Wereldtentoonstelling vorige week in Milaan, die volledig gewijd is aan de vraag 'hoe voeden we de wereld in de toekomst?' is de discussie over de toekomst van voedsel internationaal weer opgelaaid. De discussie vindt traditioneel plaats tussen twee kampen: aan de ene kant de (voornamelijk) maatschappelijke organisaties die het opnemen voor de kleinschalige boer, aan de andere kant de (voornamelijk) bedrijven en overheden, die inzetten op schaalvergroting in de landbouw.

De stellingen zijn voorspelbaar en bekend, het is als links tegen rechts, progressief tegenover conservatief. Schaalgrootte in voedselproductie is een non-issue. Het verschil definiëren tussen grootschalig en kleinschalig is arbitrair. Wat klein is in een land, kan groot zijn in een ander. Wat wij in Nederland 'megastallen' noemen, daar lachen ze om in Rusland of Brazilië.

Toch blijft de kleinschalig versus grootschalig discussie de gemoederen bezighouden. Voorstanders van de industriële vorm van landbouw, grootschalig, ofwel intensief, stellen dat om een groeiende wereldbevolking te voeden, meer voedsel geproduceerd moet worden. Uit veel onderzoeken blijkt dat intensieve, op industriële leest geschoeide landbouw per hectare meer opbrengt dan kleinschalige, arbeidsintensieve landbouw . Voorstanders van 'grootschalig' beschuldigen de beschermers van 'kleinschalig' van naïviteit, zij zouden een romantisch wereldbeeld hebben en terug naar vroeger willen.

De kleinschalig-adepten stellen grootschalig op hun beurt gelijk met het verlies van de menselijke maat: de grote schaal zou onhoudbaar zijn, en alle problemen, zoals dierenleed en vervuiling wordt op het conto van de grote landbouwbedrijven geschreven.

Voordelen
Schaalgrootte van een bedrijf biedt overduidelijk voordelen in het huidige economische model. Het is ook niet vreemd dat grote(re) bedrijven vaak efficiënter gaan werken, en hogere opbrengsten noteren dan bedrijven van kleinere schaal, zeker als er met moderne hulpmiddelen wordt gewerkt.

Toch kan je deze gedachte (een groot bedrijf produceert meer, er komen meer mensen, dus meer grote bedrijven) niet zomaar toepassen op het voeden van de wereld, zoals de Amerikaanse minister van landbouw onlangs deed. Wanneer we ons westerse perspectief-brilletje afzetten, komt de grootschalige en industriële landbouw er heel wat minder vanaf.

Kleinschalige boeren
Volgens FAO directeur Graziano da Silva produceren 'kleinschalige boeren' 70 procent van al het voedsel op de wereld. Volgens dit rapport doen ze dat ook nog eens op slechts 25 procent van het land. Er zijn verschillende rapporten waaruit blijkt dat ons model van 'industriële en grootschalige' landbouw slechts 12,5 procent van de wereld voedt. Logisch, als je bedenkt dat het leeuwendeel van de wereldbevolking niet in de geïndustrialiseerde landen leeft.

Toch zet dit aan het denken. Zonder de leef- en werkomstandigheden van kleinschalig werkende boeren in minder geïndustrialiseerde landen te willen romantiseren, en zonder te stellen dat deze boeren geen recht zouden hebben op, of geholpen zouden zijn met, moderne hulpmiddelen, doet discussie over meer voedsel produceren op grote schaal, dan niet totaal niet terzake?

"Wat wij in Nederland 'megastallen' noemen, daar lachen ze om in Rusland of Brazilië."Beeld anp xtra

Verdelingsvraagstuk
Overheden en bedrijven weten de 'het voeden van de wereld'-discussie vaak neer te zetten als een productievraag. Door mee te doen aan de discussie over grootschalig versus kleinschalig, ofwel wie produceert het meest, raak je verstrikt in dit frame.

De discussie over het voeden van 's werelds monden is niet een productievraagstuk, maar een verdelingsvraagstuk. Dit verdelingsvraagstuk gaat verder dan het terugbrengen van verspilling - een derde van de totale voedselproductie bereikt onze mond niet. Het gaat ook verder dan de stelling dat er wereldwijd al voldoende voedsel wordt geproduceerd voor 9 miljard bewoners in 2050, maar dat dit voedsel niet goed gedistribueerd en verdeeld wordt.

Het voeden van de wereld is een verdelingsvraagstuk dat gaat over de verdeling van macht, van land, van natuurlijke grondstoffen en van kapitaal. Zelfs over de verdeling en toegankelijkheid van technologie, van toegang tot internet. Het voeden van de wereld gaat over de strijd tussen zij die hebben, en zij die niet hebben.

Delen
Een paar grote bedrijven met grote technologische middelen gaan, ronkende reclamecampagnes ten spijt, de wereld niet voeden. De wereld kan pas worden gevoed als degenen die het meeste hebben, dat een beetje willen delen met zij die niets hebben. Alle geopolitieke ontwikkelingen, van het beslag leggen op land in Afrika door China tot de nog altijd groeiende invloed van multinationals, wijzen helaas de andere kant op. Daarom is het lachwekkend en treurig, dat de door multinationals en overheden gesponsorde Wereldtentoonstelling in het teken staat van 'Feeding the Planet'. Omdat degenen waar het over gaat - zij die niets hebben - niet aanwezig zijn.

Joris Lohman (@jorislohman) van Slow Food geeft met regelmaat een overzicht van wat er speelt in de wereld van voedsel en landbouw. Slow Food is een wereldwijde beweging van boeren, consumenten en food professionals met als doelstelling lekker, puur en eerlijk voedsel voor iedereen toegankelijk te maken

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden