Groot maakt niet gelukkig, of kan Utrecht het tegendeel bewijzen?

Wethouder Klaas Verschuure kijkt uit over de stad. Beeld Werry Crone

25 World Trade Centers aan kantoorruimte en 100.000 nieuwe inwoners in de komende twintig jaar: Utrecht, het kleinste en beetje provinciale broertje onder de vier grote steden, heeft enorme ambities. Maar blijft het dan wel de gelukkigste grote stad van Nederland?

Klaas Verschuure kijkt uit over de westkant van Utrecht. De D66-wethouder economische zaken staat voor het raam van zijn kantoor op de 20ste etage van het Utrechtse Stadskantoor. De muren achter hem hangen vol met stadskaarten. Langzaam wijst hij van links naar rechts naar de bouwprojecten die zijn stad de komende jaren ingrijpend gaan veranderen.

“Merwedekanaalzone 10.000 woningen, Beurskwartier 3500 woningen en nieuwe kantoren, Papendorp 3000 woningen en daar voorbij de gele brug ligt Leidsche Rijn Centrum.” Verschuures hand stopt even als hij Leidsche Rijn Centrum aanwijst. Hij ziet het als een van de parels van de stad. Samen met het Stationsgebied kan het nieuwe centrum van ’s lands grootste vinexwijk op de kantorenmarkt inmiddels concurreren met de Zuidas, meent de wethouder.

“De groei die de stad doormaakt is extreem. Niet alleen voor Utrecht, maar ook voor Nederland”, zegt Verschuure wat later. Sinds het jaar 2000 kwamen er ruim honderdduizend extra inwoners naar de stad. In de komende twintig jaar komen er volgens de modellen van de gemeente nog eens honderdduizend Utrechters bij. Voor hun zijn 50.000 woningen en 60.000 banen extra nodig. Of zoals de gemeente het zegt: de stad krijgt het inwonertal van Den Bosch erbij en moet daarvoor een tweede Leidsche Rijn bouwen en 25 nieuwe World Trade Centers.

Eeuwenlang was hoger dan de Dom bouwen in taboe in Utrecht, maar in december werd het plan voor de ‘Mark’ gepresenteerd. Een woontoren van 140 meter, 28 meter hoger dan de iconische kerktoren in het midden van de stad. En voorlopig is de stad nog niet klaar met hoogbouwplannen. Afgelopen week versoepelde de gemeente de bouweisen voor kantoren in het Stationsgebied en Leidsche Rijn. Bij de provincie lobbyt de gemeente bovendien voor nog meer vrijheid op de kantorenmarkt.

Wie aan Utrecht denkt, denkt niet snel aan spectaculaire groei en een skyline van hoogbouwtorens om die groei op te vangen. De vierde stad van Nederland heeft al jaren de grootste universiteit en het drukste station van Nederland. Maar verder was het toch altijd het kleintje van de G4, net wat meer dan een flinke provinciestad. “In 2000 kon je op zijn best over een G3,5 spreken”, zegt Hans Renes. De Utrechtse historisch geograaf loopt over de Mariaplaats, halverwege zijn wandeling van de Domtoren naar de nieuwe torens in het stationsgebied. “De stad kende geen dynamiek. Het was al eeuwen vooral pappen en nat houden.”

Drie eeuwen stilstand

Utrecht bruiste voor het laatst rond 1550, vertelt Renes. De stad was toen het religieuze centrum van de Noordelijke Nederlanden en bovendien de grootste stad van het huidige Nederland. Maar in de Gouden Eeuw won Amsterdam aan belang en nam het de leidende positie over. “Daarna volgden drie eeuwen stagnatie voor Utrecht. Aan het einde van de 19de eeuw had de stad ongeveer evenveel inwoners als in 1550. Het is eigenlijk een wonder dat de stad het overleefde.”

Het tij begon te keren met de komst van het Merwedekanaal en de spoorlijnen. Utrecht werd een knooppunt. Eerst in de handel tussen Amsterdam en Duitsland en later voor al het treinverkeer binnen Nederland. Langzaamaan begon de groei van Utrecht die van andere steden in Nederland weer bij te benen. “Dit station is dus de kern van de huidige groei”, zegt Renes terwijl hij het zonnige stationsplein aan de Jaarbeurszijde van Utrecht Centraal op loopt. Het zijn de centrale ligging en de bereikbaarheid die ervoor zorgen dat Utrecht momenteel als enige grote stad zelfs door binnenlandse migratie groeit. “Utrecht is nu echt weer de meest centrale stad van het land, net als in 1550.”

Maar de accelerator van de spurt die de stad doormaakt, ligt vier kilometer ten westen: Leidsche Rijn. “Dat compleet nieuwe stadsdeel zorgde ervoor dat Utrecht de laatste jaren is doorgeschoten”, vertelt Renes. “Sinds de 16de eeuw was de stad niet meer zó ambitieus. Het is echt volwaardig onderdeel geworden van de G4.” De stad Utrecht is veel groter dan ze ooit is geweest in de geschiedenis. Alleen dat al is uniek. Amsterdam was bijvoorbeeld in 1959 op zijn grootst.

“Leidsche Rijn laat ook zien dat groei een keuze is”, zegt Renes. De wijk ter grootte van een kleine stad, had ook ergens anders kunnen worden gebouwd. “Het Rijk heeft uiteindelijk het gebied bij Utrecht aangewezen als beste locatie, maar als het bij Den Haag was geworden was die stad de laatste jaren heel snel gegroeid. Huizen in de Randstad komen overal wel vol.” Renes wil daarmee zeggen dat het stadsbestuur van Utrecht een keuze heeft. Het kan de toestroom van nieuwe Utrechters ook remmen. “Of dat slim is, is een andere vraag.”

Referendum

De vraag hoe Utrecht moet omgaan met groei werd min of meer gesteld in 2002. Elke inwoner van de stad kreeg in dat jaar een uitnodiging in de bus om te stemmen over de veranderingen in het Stationsgebied. Het referendum gaf de burgers twee keuzes: Visie 1 ‘Stadshart Compact’ of Visie A ‘Stadshart Verruimd’.

Hoewel de twee verschillende plannen niet volledig waren uitgewerkt, hingen er aan beide visies bepaalde steekwoorden. Visie 1 zou meer hoogbouw kennen, gericht zijn op kantorenbouw en een klein oppervlakte in beslag nemen. Visie A zou ruimer opgezet zijn ‘met veel groen, betrekkelijke laagbouw en al met al wat mensvriendelijker’, zoals de bekende Utrechter Maarten van Rossem het later samenvatte.

De opkomst van het referendum was goed. 65 procent van de inwoners toog naar de stembus om een mening te geven. Met een heldere uitslag als gevolg: een ruime meerderheid koos voor Visie A, voor veel groen en betrekkelijke laagbouw. “Het was echt een discussie die leefde”, herinnert Broos Schnetz zich. Met een IPA-biertje in zijn hand zit hij voor café Willem Slok. De geboorteplek van het referendum, weggestopt in een steegje in het stationsgebied. “Henk Westbroek en ik ontmoette elkaar eind jaren negentig hier aan de bar. We hadden het veel over politiek. Ook over het regenteske plan om het stationsgebied vol te zetten met kantoren. Op een gegeven moment zeiden we: of we houden op met zeiken of we gaan wat doen.”

De lokale partij Leefbaar Utrecht was ontstaan, met het referendum over de toekomst van het Stationsgebied als een van de kroonjuwelen. Geheel onverwachts werden Schnetz en Westbroek al bij hun eerste verkiezingen de grootste partij in de stad. Het referendum was daarmee onvermijdelijk geworden.

“Het was toen al duidelijk dat de groei eraan zat te komen. De tijd van het referendum was de aanloop naar de veranderingen van nu. De plannen van toen worden nu zichtbaar”, zegt Schnetz. Als de oud-politicus door het Stationsgebied loopt, ziet hij dat de colleges die volgden zich niet strikt aan Visie A hebben gehouden. “Het is een soort Visie A1 of 1A geworden.” De singel werd weer opengebroken en zorgt nu voor zuurstof in de stad, maar tegelijkertijd ligt de nadruk veel sterker op hoogbouw dan laagbouw. “Het vertrekpunt is overeind gebleven. Er zijn geen betonnen dozen gekomen. Maar het is wel aangepast aan de tijd. Tegenwoordig is hoogbouw ook steeds minder een taboe.”

Dat komt mede door de veranderde samenstelling van de bevolking zelf, denkt Schnetz. De stad werkt als een magneet op hoogopgeleide jongeren en expats. “Jongeren en migranten hebben toch een andere bril. Zij zien het niet als doodzonde als er aan de rand van de stad hoger wordt gebouwd dan de Dom.” Toch vermoedt Schnetz dat de slinkende groep ‘oude Utrechters’ in volkswijken als Sterrenwijk en Ondiep het liefst nog steeds geen spijker ziet veranderen aan de stad.

Gelukkigste stad

Ook wethouder Verschuure is zich daarvan bewust. “We gaan onze uiterste best doen om het op de goede manier te doen”, zou hij willen zeggen tegen de mensen die alle veranderingen die de groei met zich meebrengt heftig vinden. “Begrijp me goed, ik vind dit niet alleen fantastisch.” De stad heeft veel te verliezen. Utrecht is nu de gelukkigste grote stad en de stad met de minste huisartsbezoeken. Dat moet zo blijven, volgens de wethouder. “Maar de uitdagingen over hoe we met de ruimte omgaan zijn echt stevig.”

De groei is volgens Verschuure een gegeven. Die proberen te remmen of om te leiden heeft geen zin, daarvoor is de aantrekkingskracht van de stad te groot. Als er niet wordt bijgebouwd, stijgen de prijzen op de huizenmarkt zodanig dat alleen hoge inkomens in Utrecht kunnen wonen. “Dat willen we niet. Daarnaast willen ook het groen in de buitengebieden rond Utrecht beschermen. Dat betekent dus dat we in de stad de hoogte in moeten.”

Verschuure staat op van zijn stoel en loopt naar een van de kaarten aan de muur van zijn kantoor. “Ik wil echt niet overal wolkenkrabbers neerzetten. We moeten kritisch kijken naar waar de hoogbouw komt. Als je naar de kaart kijkt, zie je dat je het Stationsgebied prima op die manier kunt ontwikkelen, net als Leidsche Rijn Centrum. Maar dat is waarschijnlijk niet genoeg. We moeten nog meer plek vinden om te bouwen.” Om de groei uit de modellen bij te houden, moet de stad 5000 woningen per jaar bouwen. Even klinkt vertwijfeling in de stem van de wethouder: “Het zijn enorme ambities, zo snel hebben we nog nooit gebouwd.”

Lees ook:

Utrecht wil meer kantoren en past daarvoor de regels aan

Utrecht zet de stadspoorten open voor meer kantoorpanden. Soepeler beleid moet nieuwbouw makkelijker maken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden