Groningse rector op zoek naar verdwenen hindoeboek

Op bezoek op Bali hoorde de Groningse rector magnificus Zwarts over ’gestolen’ heilige hindoeïstische boeken. Weer thuis startte hij een zoektocht. Maar zijn de boeken wel echt verdwenen, of is de rector iets wijs gemaakt?

Frans Zwarts, rector magnificus van de Rijksuniversiteit Groningen, is op zoek naar lontarboeken; heilige boeken van palmblad die de Nederlanders tijdens de koloniale periode zouden hebben meegenomen van het Indonesische eiland Bali.

Zwarts bezocht Bali afgelopen mei met een delegatie van de Rijksuniversiteit Groningen. Tijdens een lunch in de tuin van de bejaarde Cokorda Dangin, de vorst van Sidemen (Oost-Bali) en zijn zoon, een popmuzikant die zich klaar maakt om de troon te bestijgen, haalde Cokorda Dangin herinneringen op aan de koloniale periode.

Zwarts: „Hij vertelde over de Nederlanders waar zijn vader mee omging. Over de controleurs die om de zoveel tijd de boeken wilden inzien. Ook maakten we nog grappen over woorden als knalpot en handdoek die van het Nederlands in het Bahasa terecht zijn gekomen. Hij vond het spijtig hoe het gelopen was tussen Nederland en Indonesië in 1949. Ik weet niet hoe ik dat moet interpreteren, daar liet hij niet over los.”

Tijdens een wandeling met uitzicht over rijstvelden en bergen rondom de vallei van Sidemen vertelde Cokorda Zwarts over Balinese priesters die geen lontarboeken meer hebben, niet de originele, maar ook geen kopie. „Volgens Cokorda hebben de Nederlanders ze meegenomen. Ik weet ook niet wat er in die boeken staat”, zegt Zwarts. „De vorst vertelde daar niets over. Het was een uiterst diplomatieke man, hij sprak ook geen waardeoordeel uit over het gedrag van de Nederlanders. Als de boeken echt in Nederland zijn kunnen we allicht helpen zoeken.”

Bij terugkomst plaatste Zwarts een oproep in het universiteitsblad ’Broerstraat 5’, met de vraag wie er meer van de lontarboeken afweet. Al snel kwam er een reactie van Jacob Engwerda, een alumnus van de Groningse universiteit die ’als hobby’ geïnteresseerd is in de geschiedenis van Indonesië. Hij was tien jaar geleden in Bali en zag daar toen zo’n drieduizend lontarboeken in de bibliotheek Gedong Kirtya in Singaraja, de oude hoofdstad van Bali en tijdens de koloniale tijd de standplaats van het Nederlandse bestuur in Bali. „Lontarboeken zijn gemaakt van bladeren van de lontarpalm waarop met een soort graveertechniek is geschreven”, zegt Engwerda. „In die bibliotheek lag een gigantische collectie van die boeken opgeslagen in kisten. Met een klimaat als ze daar hebben liggen ze dus gewoon weg te rotten.”

Volgens Engwerda worden de boeken ook nu nog gemaakt; ’met de hand, door kunstenaars’. In de oude lontarboeken zijn hindoeïstische legenden en religieuze rituelen op het palmblad gegraveerd. „Bali is een hindoeïstische enclave in het verder overwegend islamitische Indonesië. Alle rituelen rondom geboorte, naamgeving, tandvijlen en crematie worden nog zo uitgevoerd als in die heilige boeken staat”, legt Engwerda uit. „De lontarboeken van de priester zijn net zo heilig als de Koran of een Hebreeuwse Bijbel, die gooi je ook niet zomaar weg. De veda’s, de wetten die nu ook in de boeken staan, zijn zelfs zo heilig dat ze vroeger niet eens opgeschreven mochten worden. Mensen uit de kaste van brahmanen leerden ze uit hun hoofd.”

Veel lontars zijn dus nog op Bali, maar een groot deel ook in Nederland; onder andere in de universiteitsbibliotheek van Leiden. Volgens Hedi Hinzler, Zuidoost-Aziëdeskundige aan de Universiteit Leiden, zijn die boeken niet ’gejat’. „Balinezen zeggen vaak dat Nederlanders alle schatten van Bali hebben meegenomen, en veel mensen willen dat maar al te graag geloven. Maar Balinezen weten vaak zelf niet eens wat er met de boeken en schatten gebeurd is.”

Ook voor Nederlanders, zegt Hinzler, blijft het ’schijnbaar leuk’ om te zeggen dat de Hollanders alles gejat hebben, terwijl handschriften, krissen en andere objecten gewoon in Jakarta liggen of door eigen mensen zijn weggeven, gesloopt of gestolen en verkocht.”

Hinzler weet dat heel wat oude lontars als geschenk aan Nederlandse gouverneurs-generaal zijn gegeven als ze op bezoek kwamen. Tijdens de Lombok Oorlog in 1894, de periode waarin de Nederlanders volgens het boek ’Zwartboek van Nederland overzee’ van Ewald Vanvught het meest geplunderd hebben in Indonesië, zou een koning uit Noord-Bali, I Gusti Putu Djlantik, zelf lontars hebben opgeborgen in zijn paleis. „Dat kun je nog zien aan de colofons die hij in de boeken liet aanbrengen”, zegt Hinzler. „Een kleinzoon van Djlantik, een vervent dobbelaar, heeft in de jaren tachtig van de twintigste eeuw geprobeerd die lontars te verkopen. Jakarta wilde ze niet, Denpasar ook niet en toen heeft Australië wat boeken gekocht en ik heb wat boeken gekocht voor de universiteit van Leiden. Voor een groot deel van de lontars is dus betaald.”

Volgens Ewald Vanvught, de auteur die in verschillende boeken het wangedrag van Nederlanders tijdens de koloniale periode aan de kaak stelt, zijn er ongetwijfeld lontars gekocht door Nederlanders. „Na de Tweede Wereldoorlog kunnen de boeken best eerlijk zijn gekocht, maar tijdens de koloniale periode durfden de Balinezen geen nee te zeggen”, zegt Vanvught.

Het is hetzelfde, zegt hij, als wanneer een Duitser zegt dat hij wat van Nederlanders heeft gekocht in de oorlog. „Als er een man met een paar soldaten binnenkomt durf je echt niet te weigeren.”

Vanvught denkt net als Hinzler dat de Balinezen ook zelf spullen gestolen en verkocht hebben. „Dat is steeds het probleem. Mensen zijn zo arm dat ze het geld goed kunnen gebruiken. Teruggeven van de gestolen kunstschatten heeft dan ook geen zin, want de objecten verdwijnen zo weer”, zegt Vanvught.

Hij herinnert zich het verhaal van een van de belangrijkste lontars. „Een oud boek over de geschiedenis van het Hindoeïsme in Indonesië is in 1894 meegenomen door de Nederlanders. Toen later een tweede exemplaar van dat boek werd gevonden, hebben de Nederlanders een exemplaar teruggeven aan Indonesië. Het zou in het Nationaal Museum in Jakarta liggen, maar toen ik daar ooit ging kijken en met klem vroeg waar het boek was, wist niemand het.”

Over de heilige boeken waar Zwarts naar zoekt kan Vanvught niets zinnigs zeggen. „Dat is zoeken naar een speld in een hooiberg. Zeggen dat je een lontar zoekt als je van Bali terugkomt, is hetzelfde als zeggen dat je een boek zoekt als je van Italië terugkeert. Het kan van alles zijn; een geschiedenisboek, dichtbundel, brievenboek. Bovendien zijn er duizenden priesters op Bali. En de Balinezen hebben maar een vaag idee van wat er in het verleden precies op het eiland is gebeurd.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden