Gronings natuurreservaat: financiele kopzorg

GRONINGEN - Natuurreservaten in Groningen dreigen onbeheersbaar te worden. Volgens de Stichting Het Groninger Landschap liggen gebieden die door de provincie Groningen in een onlangs verschenen nota als reservaat zijn aangewezen 'te versnipperd' en zijn ze te klein of te laag gelegen.

HANS DE PRETER

Daardoor is er geen onafhankelijke waterhuishouding mogelijk, keren zeldzame planten er niet terug en zal de mens er steeds werkzaamheden moeten blijven verrichten met alle bijkomende kosten vandien.

Deze kritiek van de stichting door de provincie ongetwijfeld serieus worden genomen. Dat komt niet alleen door een grotere aandacht van het provinciebestuur voor de natuur, maar heeft ook te maken met de toenemende betekenis van deze stichting.

De kritiek van Het Groninger Landschap heeft ook te maken met eigen pijnlijke ervaringen want de stichting is zelf in grote financiele problemen gekomen door de toenememde kosten voor het beheren en onderhouden van haar uitdijende grondbezit. Gelukkig voor de stichting is ook het aantal donateurs sterk toe genomen. In twee jaar tijd verdubbelde het aantal donateurs zelfs tot 6 500. "De belangstelling voor de natuur neemt in deze provincie kennelijk sterk toe" , stelt directeur G. Sterkenburg in het hoofdkwartier van de stichting aan de Ossenmarkt in Groningen tevreden vast. Deze sterke ledengroei is echter vooral te danken aan de inspanningen van de stichting zelf die grote campagnes heeft gehouden om donateurs te werven. De sterke toename van de bezittingen de afgelopen vijf jaar en de de daarmee gepaardgaande forse lastenverzwaring voor de vereniging maakte die wervingscampagnes noodzakelijk.

De stichting Het Groninger Landschap, die in 1936 als laatste provinciale natuurbeschermingsorganisatie werd opgericht, heeft binnen de dijken van de provincie Groningen nu tweeduizend hectare land in bezit. Het buitendijkse bezit, veelal kwelders, bedraagt vierduizend hectare. "Onze beheerskosten stegen door de aankoop van land waar boeren vanaf wilden sterk. Onze inkomsten daarentegen lagen vast: de provincie Groningen had de subsidie voor een paar jaar vast gelegd. Daar kwam bij dat we het hooi dat we jaarlijks van onze percelen halen minder makkelijk aan de veehouders kwijt kunnen. Door de melkquotering hebben deze minder koeien dan vroeger en daardoor minder behoefte aan hooi. Ook op die manier viel er voor ons dus minder te verdienen" , aldus Sterkenburg. Een en ander leidde het afgelopen jaar 1991 dan ook tot een verlies van 250 000 gulden voor de stichting, die jaarlijks rond komt met een budget van circa twee miljoen gulden. Het afgelopen jaar leed de stichting daarmee het grootste verlies uit de geschiedenis, zo blijkt uit het jaarverslag, dat op het punt van verschijnen staat.

"Dat we in de provincie Groningen onze bezittingen konden uitbreiden, is te danken aan verschillende factoren. Door de crisis in de landbouw zijn er nogal wat akkerbouwers die stoppen met hun bedrijf waardoor wij makkelijker land aan kunnen kopen. Ook bevordert het Rijk in het kader van het natuurbeleid de aankoop van landbouwgronden door organisaties als de onze die grond in natuurlijks staat terug willen brengen" , aldus Sterkenburg. De bezits-uitbreiding is ook te danken aan diverse legaten van Groningers die hun grond na hun dood aan de stichting ter beschikking stelden.

De Stichting Het Groninger Landschap, die de zware financiele bui al aan enkele jaren geleden zag komen, is vorig voorjaar en deze lente op donateursjacht gegaan. Daarnaastheeft de stichting, met vier betaalde krachten en circa veertig vrijwilligers die t-hirts verkopen of actief zijn als gids, de tering naar de nering gezet. De provincie Groningen heeft inmiddels laten weten alsnog meer subsidie voor Het Groninger Landschap beschikbaar te zullen stellen. De toekomst ziet er daardoor weer wat gunstiger uit.

Het bezit van de Stichting is geconcentreerd in 21 natuurgebieden, verspreid over de hele provincie. Daarbij horen ook een terp-kerkhof, een eendenkooi, de Ennemaborg, de schans bij Bourtange, de Punt van Reide bij de Dollard, het Reitdiepdal en oeverlanden bij het Zuidlaardermeer.

Laatbloeier

"Onze stichting is duidelijk een laatbloeier. Toen wij in 1936 werden opgericht was Groningen de laatste provincie waar een organisatie als de onze werd opgericht. In Limburg, Drenthe en de Veluwe waren ze ons al lang voorgegaan waardoor daar grote natuurgebieden gered konden worden. Maar in Groningen was het veen al grotendeels weg toen onze stichting eindelijk werd opgericht. Maar langzaam maar zeker zijn we van hekkesluiter tot midden-moter geworden en nemen we dus een middenpositie in qua ledental binnen de provinciale organisaties" .

Sterkenburg, die zelf al twintig jaar voor de Groningse stichting werkt, stelt vast dat de aandacht van zijn stichting in de loop der jaren gericht is geweest op verschillende thema's. "In de jaren zestig was er een periode dat oude families hun landgoederen moesten verkopen omdat ze te duur werden. Ook wij besloten toen een landgoed aan te kopen: de Ennemaborg in Midwolde. We hebben het pand opgeknapt en gerestaureerd en we hebben wilde paarden ingezet voor een natuurlijk beheer van het terrein. Dat terrein is inmiddels trouwens al veel rijker aan planten; elk weekend komt er ook veel publiek" .

"In de jaren zeventig werd heel duidelijk dat de weidevogels en weidevegetatie het niet zouden redden ten gevolge van de mono-cultuur van de landbouw in de provincie en door de bestrijdingsmiddelen die gebruikt werden. Daarom begonnen we weidegebieden aan te kopen waar de vogels zich, als in een oase tussen de landbouwgewassen, zouden kunnen terugtrekken." Eind jaren zeventig werd duidelijk hoe belangrijk het Waddengebied als natuurgebied is. Sindsdien begon de Groningse stichting kwelders aan te kopen.

"Nu hebben we door de ontwikkelingen in de landbouw te maken met een leegloop van het platteland. Door de overproduktie in de landbouw komt er nu ook veel landbouwgrond op de markt. Dankzij de twee miljoen gulden die we jaarlijks van het Rijk krijgen kunnen we volop meedoen aan de tendens om oude landbouwgronden terug te ploegen tot natuurgebied" , aldus Sterkenburg.

Hoe gaat het nu met de natuur in Groningen? "Echt goed gaat het nog lang niet. Wilde planten verlaten massaal Groningen, zo is uit onderzoek gebleken. Zo'n 75 soorten van de 585 die in 1950 nog werden aangetroffen zijn verdwenen of staan op het punt om uit te sterven. Ook het aantal vogelsoorten is afgenomen."

"Maar in vergelijking tot de jaren zeventig, toen er echt een dieptepunt was bereikt en het er op leek dat alleen enkele kraaien en spreeuwen over zouden blijven is er natuurlijk wel wat verbeterd. Er zijn weer veel meer roofvogels. Maar nog steeds is het grootste deel van de provincie Groningen landbouwgebied dat optimaal ontwaterd wordt waardoor een aantal planten en dieren er niet meer kan leven."

"Maar gelukkig houden de waterschappen, gemeenten-, provinciale diensten en Rijkswaterstaat in hun beheer meer rekening met de natuur. Daardoor is er afwisselender vegetatie in de bermen ontstaan. En zelfs in de stad denkt men nu bij nieuwbouw aan nestgelegenheid voor gierzwaluwen. Ook de provincie Groningen richt zich in haar beleid al lang niet meer uitsluitend op landbouw, werkgelegenheid en industriele ontwikkeling van de Eemsmond. Als je die ontwikkelingen bij elkaar optelt dan vind ik toch dat de zon weer door begint te breken'.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden