Groningers eren verdronken dorpen van de Dollard

De Cosmas- en Damianusvloed van 1509 was de genadeklap voor de slecht onderhouden dijken van de Dollard. (Trouw) Beeld
De Cosmas- en Damianusvloed van 1509 was de genadeklap voor de slecht onderhouden dijken van de Dollard. (Trouw)

Vijfhonderd jaar geleden sleurde een vloed de laatste bewoners van De Dollard mee. Vandaag herdenken Oost-Groningen en Duitsland de tientallen verdronken dorpen met een lichtshow.

De najaarsstorm was vroeg voor de tijd van het jaar. Op 26 september 1509 rekende niemand in het Gronings-Duitse grensgebied al op zulk noodweer.

Tijdens de Cosmas- en Damianusvloed lieten die dag honderden mensen en duizenden koeien het leven, vertelt historicus en socioloog Otto Knottnerus. De decennia daarvoor hadden ook andere stormen al de nodige slachtoffers gemaakt in de streek – vooral armen die een huis op een hoger gelegen wierde niet konden betalen.

Nadat in de loop van de vijftiende eeuw de zeearm de Dollard inbrak in het voormalig veengebied dat nu de Dollard heet, was er van veilig wonen al snel geen sprake meer. Kroniekschrijvers beschreven een eerste vloed waarbij alleen al dertig dorpen aan het water opgeofferd werden: huizen, boerderijen, kerken, alles.

Knottnerus: „De dijken waren niet goed onderhouden, het water liep gewoon naar binnen. Tweemaal per dag werd er veen in- en uitgeslingerd. Het was net een cementmolen. Tot er niets anders overbleef dan een zak vol water en modder.”

Knottnerus noemt de Cosmas- en Damianusvloed van 1509 ’de genadeklap’: „De oevers van de Duitse rivier de Ems werden ook vernietigd. Er was geen denken aan dat er nog iets te repareren viel. Ze konden helemaal opnieuw beginnen de zaak in te polderen. Een gebied van tweehonderdvijftig vierkante kilometer.”

Vanavond wordt de dramatische herfstdag van 1509 herdacht met de theatermanifestatie ’Ain licht veur elk dörp’. Bij de sluis in het Groningse Nieuw Statenzijl, bij de zeesluis van Emden en op het voormalig Duitse booreiland bij Pogum markeren grote schijnwerpers de plekken waar verdronken dorpen hebben gelegen.

Er is lang gevochten over de schuldvraag en over hoe het verder moest met het ondergelopen land, zegt Knottnerus. „Ze hebben ontzettend zitten ruziën. Het stadsbestuur van Groningen zei: de boeren hebben de dijken niet onderhouden, dus mogen wij het land hebben. De stad Emden zei: de Eems hoort door onze stad te lopen; het ligt aan die stomme Groningers aan de overkant dat dat niet meer zo is.”

Honderdvijftig vierkante kilometer van de Dollard is weer vruchtbaar land geworden en honderd vierkante kilometer werd natuurgebied. Die natuur maakt deel uit van het werelderfgoed Waddenzee. De organisatoren van ’Ain licht veur elk dörp’ moesten daarom bij de autoriteiten behoorlijk lobbyen voor een vergunning. Knottnerus: „De beschermingsmaatregelen zijn heel streng. September is alweer vogeltrektijd.”

De Cosmas- en Damianusvloed – en daarmee alle middeleeuwse stormen in de Dollard – werd dit jaar breder herdacht: met een theatervoorstelling op een boot (vanavond voor het laatst), een musical en een symposium in het gymnasium van Leer.

Opvallend is dat de meeste activiteiten in Duitsland zijn. Dat komt, vertelt historicus Knottnerus, omdat de Duitsers, meer dan de Groningers, leven met het gevaar van de zee.

„Wij hebben de watersnood van 1953, maar dat was in Zeeland en Zuid-Holland. In Duitsland zijn in 1962 de dijken langs de Elbe en de Wezer nog gescheurd. Bij Hamburgzijn toen verdronken 315 mensen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden