GRONINGEN IS DOL OP ZIJN MORSIGE IJDELTUIT

Eind volgende maand wordt de Groningse commissaris van de koningin vijfenzestig jaar; tijd om op te stappen. In de zestien jaar dat Vonhoff er commissaris was, ontpopte de butale Amsterdammer zich tot een Groninger onder de Goningers. Ondanks alles.

Op 22 juni viert Hendrik Johan Lubert Vonhoff zijn 65ste verjaardag. Koningin Beatrix stuurt haar langst zittende commissaris een week later officieel met pensioen. Daarmee komt in Groningen na bijna zestien jaar een einde aan het instituut-Vonhoff. De meeste Groningers betreuren het vertrek van hun schaterende monarch. De brutale Amsterdammer heeft zich in het nuchtere Groningen ontpopt tot het onbetwiste boegbeeld van de provincie. 'Er Gaat Niets Boven Groningen', bast Vonhoff de vaderlandse huiskamers in. De reclamespot heeft de Groningers hun vertrouwen en zelfbewustzijn teruggegeven.

Vonhoff beseft zijn populariteit. Vol overgave zoekt hij de publiciteit. “Het maakt hem niet uit of hij positief of negatief in het nieuws komt. Als hij maar in de publiciteit komt”, kenschetst zijn chauffeur Bert Postma, die het voorbije decennium bijna een miljoen kilometer met de Groningse ambassadeur onderweg was.

Neem Vonhoffs recente verblijf op Rottumeroog. Alle instanties hadden de trip angstvallig geheimgehouden, totdat de commissaris het privébezoek nota bene op een persconferentie wereldkundig maakte: met een boot vol fotografen en camera's in het kielzog vertrok hij naar het paradijselijke stiltegebied. “Je zag Vonhoff altijd pas als er televisiecamera's in de buurt waren. Dan duwde hij je als het ware opzij”, zei Piet de Bruin, destijds voorzitter van de Nederlandse Volleybalbond, bij zijn opstappen als voorzitter van het Nederlands Olympisch Comité (NOC). Tijdens de Spelen in Seoel en Calgary verscheen de geprononceerde voorzitter veelvuldig op de buis. Zelfs in de rol van toeschouwer zoomden de camera's op hem in; een enthousiast zwaaiende Vonhoff ging 'all over the world'.

“Ik ben niet het product, de provincie is het product”, legitimeerde hij een jaar geleden in Trouw zijn zucht naar aandacht. Dankzij zijn NOC-voorzitterschap heeft Groningen in Harkstede een internationale A-roeibaan gekregen. Toen het NOS-journaal niet van plan was voor de Nationale Watersportdag naar Groningen te komen, eiste een woedende Vonhoff persoonlijk opheldering van de hoofdredacteur. Jullie laten het noorden links liggen, brieste hij. De NOS hield voet bij stuk, maar stationeerde later wel een cameraman in Drenthe.

Vonhoff heeft het hart op de tong en gruwt van draaikonterij. Kan soms als een olifant door de porseleinkast banjeren. “Ik dram liever openlijk door, dan dat ze later zeggen: hij heeft ons gemanipuleerd.” Evenmin is hij beducht voor de publieke opinie. Hij zegt precies wat-ie denkt, ook als dat toevallig eens niet met de partijkoers strookt. Kreeg het flink met de politiebond aan de stok nadat hij enkele actievoerende agenten als 'schorem' had betiteld, en bij die kwalificatie bleef.

In Groningen heeft de commissaris nauwelijks vijanden gemaakt. Zijn onstuitbare en onvoorwaardelijke inzet voor de provincie doet alle kritiek verstommen. Irritatie heerst nu en dan over zijn presentatie. In zijn radiopraatje voor Radio Noord richt hij zich rechtstreeks tot het volk, zijn wekelijks wedervaren debiterend. “Welkom, luisteraars... tot volgende week, luisteraars.” Dat is de regenteske Vonhoff. Over de weerstanden die zijn persoon oproept, zei Vonhoff bij zijn vertrek als burgemeester van Utrecht al: “Als ik een brandend huis binnenga, dan vindt de een mij een showbink, maar een ander zegt: wat een flinke vent dat hij dat zomaar doet.”

“Velen denken dat hij een norse man is, dat komt door zijn kwade oogopslag”, zegt zijn chauffeur. “Maar hij toont echt belangstelling voor de gewone man. Komt altijd een praatje met de chauffeurs maken. Op een keer vroeg hij me 's nachts om twaalf uur langs de weg te stoppen. Kwam er een mooie fles wijn over de rugleuning, want ik was jarig.” Zijn vrouw Loes: “Mijn man is geïnteresseerd in mensen, niet in macht.”

Vonhoff heeft charisma. Zijn verschijning op een receptie is memorabel. Als een vorst stapt hij binnen, direct alle aandacht opeisend en die ook moeiteloos verkrijgend. Zijn uitstraling reikt verder dan zijn imposante fysieke aanwezigheid. Links en rechts handenschuddend, uitbundig groetend, hier en daar een bulderende glimlach of kwinkslag ten beste gevend, baant de commissaris zich een weg. De schaal met hapjes zal de bourgondiër Vonhoff nimmer voorbij lopen. Aan lekker eten raakte hij verslingerd in militaire dienst, toen hem 'heerlijke rijsttafels' werden voorgeschoteld. Bij lange vergaderingen begint Vonhoff koekjes en suikerklontjes naar binnen te werken. Met een gezonde dosis zelfspot is hij vaak de eerste die grapjes over zijn overgewicht maakt. “Wie lacht niet, als-ie zichzelf beziet”, is een van zijn lijfspreuken.

Ronduit ontstemd was hij niettemin over de publicatie van foto's van zijn duik in het bronnenbad te Nieuweschans. De gestyleerde videofilm, die bij de officiële opening werd vertoond, was okee. Maar de ontblote commissaris schaamteloos in het bad kieken, dat ging hem te ver.

Vonhoffs morsigheid en slordigheid zijn een zorg voor zijn naaste medewerkers. Wie hem een pen leent, is die gegarandeerd kwijt. Soms zitten zijn kleren onder de roos of vlekken. “Een keer heb ik hem terug naar huis gestuurd. Had hij een geruite blouse bij een streepjescolbert aan”, glimlacht chauffeur Postma. “Maar dat is ook zijn charme. Hij is en blijft een kwajongen. Ik heb altijd een reservestropdas in de auto liggen, voor het geval hij vlekken maakt tijdens een diner of zo.”

Vriend en vijand roemen de verbluffende eruditie en welbespraaktheid van de gewezen geschiedenisleraar. Hij strooit met citaten, welluidende volzinnen en geestige phrasen. Verontrustende cijfers in een al even onrustbarend rapport wuift hij fijntjes weg: “Statistieken hebben voor sommigen dezelfde functie als lantaarnpalen voor dronkaards: ze bieden enige ondersteuning maar leiden nimmer tot verlichting”, schudt hij dan uit de mouw.

Op het Groningse provinciehuis kijkt niemand er meer van op, lichtelijk vermoeid van de gaven die Vonhoff met graagte etaleert. Broer Jan: “Bij ons thuis werd veel gedeclameerd. Aan tafel droeg vader de rede voor van Marcus Aurelius tot het volk van Rome. Daar zijn wij mee opgegroeid. Henk koketteert er in zijn werk ook mee. We willen in gezelschap de menigte nogal eens overschreeuwen.”

Alleen als voorzitter van het NOC moest Vonhoff wijken. Hij beet in het stof na de mislukte campagne voor de Olympische kandidatuur van Amsterdam en een botsing met ex-judoka Anton Geesink, tegen wie hij het onderspit moest delven in de strijd om een zetel in het internationaal comité. Hij kreeg de fusie met de Nederlandse Sport Federatie niet voor elkaar. De sportbonzen verweten hem solistisch optreden. Naamgever Wil Albeda van de hoogleraarstoel die Vonhoff sinds kort aan de Erasmusuniversiteit bekleedt, gaf de nieuwbakken professor aan de vooravond van zijn inauguratie een tip: “Hij moet leren iets meer naar andere mensen te luisteren, en wat minder zelf het woord te voeren.”

Als jochie hield Henk al van Tweede Kamertje spelen. Van 1957 tot 1967 stond historicus Vonhoff voor de klas. Daarna komt het toch nog goed met de politieke ambities van de scheidsrechter van de Amsterdamse voetbalbond. Hij wordt Kamerlid, staatssecretaris van CRM (1971-1973), keert terug in de Kamer en wordt in 1974 burgemeester van Utrecht. Minister Hans Wiegel van Binnenlandse zaken roept hem in 1980 tot het ambt van commissaris. De reacties op zijn benoeming in het 'rode' Groningen zijn opvallend positief. Groningen ziet in hem de krachtpatser die het zo hard nodig heeft. Door een verlammende polarisatie is de provincie haast onbestuurbaar.

Verbijsterend snel is Vonhoff een Groninger onder de Groningers. Met ziel en zaligheid stort de commissaris zich op de spreiding van de centrale directie van de toenmalige PTT. Hij vecht voor de komst van zoveel mogelijk arbeidsplaatsen naar de Martinistad, met mateloze ergernis over het gesoebat en het 'emotionele verzet' van de PTT. “Als ik in Den Haag zat, had ik allang gezegd: 'U gaat maar! Hup, naar Groningen.' Daar is niets onbehoorlijks aan.”

De titanenstrijd ontaardt in een pijnlijk conflict met minister Neelie Kroes. Vonhoff ontploft nadat zijn partijgenote een moeizaam bereikt compromis naast zich had neergelegd. Witheet van woede betitelt hij haar als 'onbetrouwbaar' en 'deloyaal'. De partijleiding is not amused. Het akkefietje zou Vonhoff het prestigieuze lidmaatschap van de Raad van State hebben gekost.

Niettemin heeft hij er voor gezorgd dat ruim tweeduizend PTT-banen naar Groningen kwamen. Aanzienlijk minder dan de beloofde 4 100, maar beter een half ei dan een lege dop. Hoewel KPN de spreiding stukje bij beetje lijkt terug te draaien, profiteert de Groningse economie van de softwarebedrijven, die in het spoor van de PTT meekwamen. De PTT zat Vonhoff zo hoog, dat hij er in 1986 een ministerspost voor liet schieten. Vonhoff zou minister van defensie worden in het tweede kabinet-Lubbers. Hij haakt af uit vrees voor terugdraaiing van de spreiding. Bovendien kan hij niet de garantie krijgen dat zijn opvolger in Groningen ook een VVD'er wordt.

De verwrongen bestuurlijke en politieke verhoudingen waren weliswaar genormaliseerd, maar naar de zin van Vonhoff nog niet uitgekristalliseerd. De problemen zaten vooral in de verdeelde PvdA-fractie in relatie tot de CPN en PSP. Als liberaal bood Vonhoff een tegenwicht, dat een zalvende werking op de conflicten bleek te hebben. Met inzet van zijn 'menselijke warmte' verdreef hij voorts de troebele sfeer uit het provinciehuis. “Hij belde alle statenleden op hun verjaardag op”, illustreert Tweede Kamerlid en oud-gedeputeerde Johan Remkes (VVD), die hem bijna veertien jaar in het provinciehuis meemaakte.

Dat Vonhoff ooit het ministerschap afsloeg, wordt als reden beschouwd waarom Bolkestein geen plaatsje voor hem in het paarse kabinet inruimde. Al in 1980 bepleitte Vonhoff een liberale opening naar links.

Tijd heelt alle wonden, maar tussen Vonhoff en de vroegere CPN komt het nooit meer goed. De commissaris vond de CPN geen democratische partij. In 1982 vertikt hij het de eerste communistische burgemeester te benoemen in Beerta, waar de CPN dan veruit de grootste partij is. Hij kaart de zaak zelfs rechtstreeks aan bij de koningin. Vonhoff wordt vervolgens door een woedende minister Van Thijn 'overruled': tegen heug en meug moet hij Hanneke Jagersma installeren. Ook zijn afkeer van actiegroepen - hij noemt activisten tegen de Olympische kandidatuur van Amsterdam 'karakterologische min-varianten' - zet in linkse kring kwaad bloed. Vonhoff ziet 'fascistoïde elementen' bij de acties tegen de munitietreinen en vergelijkt hun 'terreurmethoden' met die van 'SA-bendes'.

Groningen heeft aan Vonhoff volgens velen echter een uitstekende commissaris gehad. In het provinciehuis stelde hij orde op zaken en buitenshuis zette hij zijn onmetelijke netwerk in werking. Hij had zijn vele nevenfuncties - variërend van voorzitter van de Natuurbeschermingsraad tot president-commissaris van de Gasunie - en trad tussendoor nog als succesvol troubleshooter op bij het noodlijdende Oost-Groningse werkvoorzieningschap Synergon en het door de 'engel des doods' in problemen gebrachte verpleegtehuis Vliethoven te Delfzijl.

“Vonhoff heeft een olifantengeheugen en kent gigantisch veel mensen”, roemt Remkes hem. Het is aan de reputatie en het gezag van Vonhoff te danken dat Philips er onlangs van afzag het hoofdkantoor van de divisie huishoudelijke apparaten en persoonlijke verzorging van Groningen te verplaatsen naar Eindhoven. Oud-gedeputeerde Roel Vos (PvdA) zei ooit: “Veel mensen kijken nogal tegen een commissaris op en zien Vonhoff als een afgezant van God waar ze met open mond naar kijken.”

De commissaris baalde van het afhaken van chemiereus Xantar, was diep teleurgesteld over het uitblijven van een kolenvergasser in de Eemshaven en stampvoette om alle industrie die op de valreep weer eens niet kwam. Maar trots is hij op het binnenhalen van twee Amerikaanse chemiebedrijven en een Japanse sojasausfabriek. “Als u er niet geweest was, waren we niet gekomen”, werd hem in het oor gefluisterd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden