Grondwaterstand moet gaan stijgen nu ook de boeren overstag zijn

's HERTOGENBOSCH - Beekjes mogen weer 'meanderen'. Sterker nog, er worden maatregelen genomen om ze hier en daar juist weer van kronkelingen te voorzien. Ook het welig tieren van planten in sloten is de boer geen doorn meer in het oog.

JAN SLOOTHAAK

Het lijkt de omgekeerde wereld, want tot voor kort werd er nog met alle macht aan gewerkt het 'overtollige' water zo snel mogelijk af te voeren.

Zijn de ruilverkavelingen, het recht trekken van beken, het uitdiepen en verplicht schoon houden van sloten dan een miskleun geweest? Die veronderstelling vindt de Brabantse rundveehouder Harry Opsteeg, bestuurslid van de boerenorganisatie NCB, veel te ver gaan. “Maar we zijn wel te ver doorgeschoten”, geeft hij toe. “Je mag dat echter niet op die manier aanscherpen. De gronden waren toen absurd nat en het is logisch dat daar wat aan werd gedaan.”

Ing. C. van Lieren, directeur van waterschap De Dongestroom knikt naar links waar het landschap langs de Oisterwijksestraat voorbij flitst. “Hier heeft ook veel water gestaan. Zo'n vijfentwintig jaar geleden hebben we er een sloot doorheen gegraven. Het water vloeide weg. ...En we hebben het nooit terug gezien.”

Van Lieren is overigens sceptisch over het effect van de Brabantse maatregelen om de grondwaterstand weer omhoog te brengen. Er is een convenant met de boeren gesloten voor sneller afstromen en efficiënter beregenen. Bovendien wordt 30 000 hectare teruggegeven aan de natuur, onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur. “Maar of je het probleem er echt mee oplost? Dan zou je terug moeten naar begin deze eeuw. De boeren beperkten zich tot geschikte stukken land rond de dorpen. De rest werd overgelaten aan de natuur.”

Het aantal stuwen in de Dongestroom is de afgelopen jaren bijna verdrievoudigd (tot 130 stuks) om het wegstromen van water beter te kunnen reguleren. Na het inslaan van een zijweggetje doemt zo'n nieuwe stuw op. Elektronisch gestuurd. Er valt echter weinig te sturen, want er is geen druppel te bekennen. Of het zou al de regeninstallatie verderop moeten zijn. “Bij de huidige droogte is er geen maatregel tegen opgewassen”, weet Van Lieren. Ja, het water kan enige tijd worden opgehouden, maar na een poosje zakt het bij extreme droogte toch weg.

De Dongestroom (30 000 hectare) is een rijk proefgebied voor natuurherstel. In de Rielslaag is een dam van puin in het beekje de Leij opgeworpen, op de scheiding met de hoger gelegen zandverstuiving de Goorlse heide. De Leij is ooit recht getrokken om het water snel te laten wegvloeien. “Nu de streek weer een nat natuurgebied moet worden, hebben we het onderhoud gestopt”, vertelt Van Lieren. Van lieverlee is de Leij weer spontaan gaan meanderen. Als het water zakt, zoekt het zijn weg langs de laagste plekken van weleer.

De milieubeweging heeft al jaren geroepen dat het waterlandje Nederland aan het verdrogen was. Maar - om in de termen te blijven - ze was een roepende in de woestijn. Nu het tij keert, is René van der Sande van de Brabantse Milieufederatie optimistischer dan Van Lieren. “Over twintig jaar moet de grondwaterstand vijf tot tien centimeter hoger zijn en dat zal effect hebben.” Het mag nu extreem droog zijn, maar die dam in de Leij heeft toch echt geholpen, verzekert hij. Normaal blijft het water er achter staan. Volgens hem zal de natuur de kans krijgen zich enigszins te herstellen. Maar toch zullen veel planten en dieren niet of slechts bij mondjesmaat terugkeren.

Boeren

Veehouder Opsteeg heeft er wel een verklaring voor dat het zo lang heeft geduurd voordat de Brabantse boeren begin dit jaar bereid waren een convenant te tekenen. “Er was een forse omslag in het denken nodig. De knop tussen de oren omdraaien doe je niet zo één-twee-drie.”

Ook Opsteeg deelt niet de scepsis van Van Lieren. Gemiddeld daalt er jaarlijks 3,7 miljard kubieke meter regenwater op het Brabantse neer. Het beleid is er nu op gericht daarvan meer vast te houden dan tot nu toe. Dat kan onder meer door na te gaan wat precies het effect is van beregening en hoe dat efficiënter kan. Dan zullen er meters op de pompen moeten worden geplaatst. Hier en daar leeft de vrees bij boeren dat ze een nieuwe heffing aan hun broek krijgen als precies bekend wordt hoeveel water ze gebruiken. Maar de provincie heeft beloofd voorlopig niet met zo'n heffing te komen. Nu mag een boer volgens de landelijk geldende regels 40 000 kubieke meter water gratis oppompen. Pas als er meer wordt beregend gaat het tarief gelden dat ook de industrie betaalt. En geen boer komt daar aan toe. Toch beseft ook Opsteeg dat de boer misschien ooit de beurs moet trekken. “Maar ik vertrouw op de democratische besluitvorming. Er zijn ook andere dan agrarische belangen mee gemoeid.”

Dat de boeren een meter op hun pomp accepteren, is vooral omdat 'beregening op maat' ook voordelig voor hen is. Want beregenen kost investeringen en energie. Beregenen is duur, verzekert Opsteeg.

De maatregelen blijven overigens niet beperkt tot de agrarische sector. “De industrie gebruikt echter ook veel water”, vertelt ir. Maarten Dewachter van het provinciale bureau grondwater. De industrie schakelt waar mogelijk over van water- op luchtkoeling. Of het water wordt 'rondgepompt': koelwater wordt zomers door de restwarmte in een fabriek opgewarmd en weer teruggepompt in de grond. Om 's winters weer te worden opgepompt voor verwarming.

De stadsuitbreidingen met snelle waterafvoer, om blank staande kelders te voorkomen, tikken ook fors aan. Bij nieuwe wijken worden systemen beproefd om dat water toch vast te houden. En de infrastructuur, het laag houden van de waterstand langs wegen en tunnels, vuilstorten en parkeergarages, komen er nog eens bij. Er worden maatregelen genomen water dat bij deze projecten aan de bodem wordt onttrokken elders te injecteren.

De waterleidingbedrijven hebben te maken met een 'stop' op de leiding. Ook wordt gestreefd naar een hoger drinkwatertarief. Waterbesparende apparaten, zoals de befaamde waterzuinige douchekop, verdienen zich dan sneller terug en de consument schaft ze dus sneller aan, luidt de redenatie van Dewachter.

De landbouw pikt zeker een forse portie van het beschikbare water in. De neerslag is gelijk gebleven aan vroeger, maar de landbouwgewassen verdampen veel meer dan de vroegere heidevelden, aldus Dewachter. En beregening valt altijd net in de gevoeligste tijd, de zomermaanden. In een extreem droge zomer kan de hoeveelheid opgepompt grondwater in Brabant naar schatting wel oplopen tot 170 miljoen kubieke meter. Een groot deel daarvan vedampt. (Ter vergelijking: de waterleidingbedrijven pompen jaarlijks 246 miljoen kuub op, de industrie 50 miljoen).

Overigens moet worden gewaakt voor een weer te ver doorschieten naar de andere kant. De 'hermeandering' en volgegroeide sloten mogen dan weer worden toegepast om de stroomsnelheid af te remmen, waar nodig blijft de eenmaal recht getrokken structuur toch in stand en het schouwen van de sloten is niet afgeschaft maar aangepast aan de behoefte. Dewachter: “Dan kun je in geval van nood het water toch weer snel afvoeren.” Het watersysteem wordt verfijnder door een uitgekiend stelsel van waterprofielen, stuwen en een meer afgemeten beregening. Dat maakt een gebiedsgerichte aanpak mogelijk. Op het ene stuk land kan het water afstromen, terwijl je het even verderop kunt vast houden, al naar gelang de behoefte.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden