Grondrechten zullen blijven botsen

Als de overheid christelijke scholen dwingt homoseksuele leerkrachten te accepteren, gaan de theologische hakken in het zand. Je bereikt meer door in de school de harten te veroveren, door in orthodoxe kring te blijven vertellen dat de bijbelse fundering voor het afwijzen van homoseksualiteit niet sterk is, integendeel.

Dat zei Ina Veldhuizen deze week in de Verdieping. Veldhuizen is voorzitter van de vereniging van christelijke homo’s en lesbiennes, CHJC, en heeft ervaring als docente levensbeschouwing op een middelbare school. Goede ervaringen, overigens, haar seksuele geaardheid was op school geen enkel probleem.

Er zijn scholen waar dat wel een probleem is, maar hun aantal lijkt snel af te nemen. Zelfs in orthodoxe kring wordt homoseksualiteit meer en meer geaccepteerd. En toch zorgt het onderwerp iedere keer weer voor discussie. Ook Anton Dingeman kreeg er lucht van. Die plakte in zijn onschuld het etiket 'gereformeerd’ op een opvatting die zich beperkt tot de meest behoudende hoek van het protestantisme. Lezers maakten Anton duidelijk dat de synodaal gereformeerde kerk juist homovriendelijk is.

Uiteindelijk zullen alle kerken dat worden, en zal het in het hele onderwijs taboe zijn om een leerkracht of leerling af te wijzen om zijn seksuele geaardheid. Waarom dan toch die hoogoplopende discussies, ook op onze redactie?

Omdat hier twee grondrechten botsen: het recht om te worden gevrijwaard van discriminatie, en de vrijheid van onderwijs.

We draaien even weg van de homoseksuele leraar die op een orthodox christelijke school voor de klas staat, en stuiten op een staatsrechtelijke vraag. Een dilemma, want als grondrechten botsen, welk moet dan voorrang krijgen?

Wij hebben oog voor dat dilemma. Er is in de Grondwet geen rangorde aangebracht in de grondrechten. Er is het verbod op discriminatie, maar ook de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vereniging, en de vrijheid van onderwijs. En het ene recht weegt niet zwaarder dan het andere. En terecht. Want, hoewel ze kunnen botsen, al die grondrechten zijn van levensbelang voor een democratie waarin de meerderheid niet zijn wil oplegt aan de minderheid, voor een maatschappij die ruimte laat voor afwijkende meningen en overtuigingen.

Als je, zoals Pim Fortuyn ooit heeft voorgesteld, het verbod op discriminatie zou schrappen ten gunste van een ongelimiteerde vrijheid van meningsuiting, valt voor minderheden een bescherming weg, en introduceer je onvrijheid. Maar hetzelfde gebeurt als je de vrijheid van onderwijs voorrang geeft boven het verbod op discriminatie. Dan wordt de vrijheid van de school onvrijheid voor ons, zoals een homoseksuele leerkracht deze week in de Verdieping zei.

Je moet niet het ene grondrecht offeren aan het andere. En je moet volharden in tolerantie, ook jegens groepen (of scholen) die zelf weinig tolerant zijn. Maar onze steun gaat uit naar de homoseksuele leerkracht voor wie op sommige scholen geen plaats is. Je kunt mensen afwijzen als hun overtuiging niet strookt met die van de school. Maar je kunt mensen niet afwijzen om wie ze zíjn.

Het komt weinig voor, en zal nog minder worden. Maar dilemma’s als deze blijven komen. Botsende grondrechten zijn een normaal verschijnsel in een gezonde democratie. En, zoals een van onze commentatoren deze week na een lange discussie verzuchtte, een grondrecht wordt er ook sterker van als je er een grens aan stelt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden