Groeten uit Bagdad

Terug in Bagdad, en even bevreesd voor hun leven als toen ze vertrokken - families die Nederland onlangs uitzette. Irak is veilig, meent de Nederlandse overheid. Maar geldt dat echt voor iedereen?

Beschoten, bedreigd, werkend voor Saddams geheime dienst, vooraanstaand lid van diens Baathpartij, familie gedood door religieuze milities. Hun huizen verkocht, duizenden euro's betaald aan mensensmokkelaars, alles opgegeven om in Europa veiligheid te vinden. Terug in Bagdad loert achter iedere hoek opnieuw het gevaar. Dat zijn in het kort de verhalen van drie families die Nederland onlangs uitzette naar Bagdad.

"We verhuizen elke week", vertelt Karima as-Sjabli. Sinds zij en haar man en hun drie kinderen in april op het vliegtuig naar Irak zijn gezet, logeren ze in Bagdad bij familie. Van het ene huis naar het andere, uit angst voor sjiitische milities die hen voor vertrek bedreigden. Zonder werk of inkomen brengen ze de meeste tijd binnen door.

Hun verhaal verschilt niet veel van dat van de andere twee gezinnen die de hotelkamer vullen. Het is een beladen weerzien, na de streng bewaakte gezamenlijke terugkeer uit Nederland. Kinderen hangen tegen elkaar aan en babbelen Nederlands. Ze kijken gegeneerd naar de tranen van hun moeders als de verhalen emotioneel worden. Ze zijn op hun paasbest gekleed, met fraaie hoofddoeken - Karima's gezin heeft zich op een ander adres verkleed om in de buurt niet op te vallen.

"Ik werkte bij de Moehabarat", vertelt haar man Nohad. Die baan bij Saddams geheime dienst hield na de Amerikaanse inval in 2003 op, maar hoewel Nohad zelf sjiitisch is, was zijn vroegere werk toch aanleiding voor bedreigingen van de Mehdi-militie van de radicale sjiitische voorman Moktada al-Sadr. Toen Sjabli achter een plan van de militie kwam om een familielid van zijn soennitische vrouw te vermoorden en hij daar gewag van maakte bij de Amerikanen, bleef het niet meer bij telefoontjes en brieven. Zoon Hoesam, toen 18, werd op straat in de benen geschoten om de boodschap kracht bij te zetten. "Het was heel eng. Ik kon ze niet herkennen, ze hadden doeken voor hun gezicht", vertelt de nu 21-jarige over dat incident.

Voor Nohad as-Sjabli was de maat vol. Hij verkocht zijn huis en vertrok met zijn gezin naar Nederland. Daar kreeg hij F1, de status voor vluchtelingen die wellicht vervolgd moeten worden voor misdaden onder een vorig regime. Vervolging bleef uit - "ze concludeerden dat ik geen crimineel was" - maar een status ook. Toch is de vroegere geheime-dienstman niet veilig in Irak. Sinds 2003 zijn duizenden mensen vermoord vanwege hun banden met het regiem van Saddam Hoessein. En de moorden die ook nu nog steeds regelmatig in Bagdad worden gepleegd, raken vooral leden van Saddams Baathpartij. "Al mijn vrienden zijn vermoord, een vriend die majoor was in het leger nog maar een paar dagen geleden."

De Baathpartij was gehaat in Irak, hoewel velen er slechts lid van waren omdat het de enige manier was om aan een goede baan te komen. De partij had een uitgebreid spionagenetwerk, en verklikkers zorgden ervoor dat iedereen die ook maar iets tegen het regime uitte in de cel belandde. Saddam gebruikte de partij en het leger vooral om sjiieten en Koerden te onderdrukken - en die hebben het inmiddels in Irak voor het zeggen. Een speciale 'debaathificatie'-commissie moet ervoor zorgen dat hoge Baathleden buiten de overheidsbanen blijven, wat de tegenstellingen tussen de groepen verder vergroot. Informatie uit de commissie is gebruikt om Baathleden die in Irak zijn gebleven te vermoorden.

De Amerikanen probeerden na de invasie een democratisch systeem in te stellen, maar dat werd bemoeilijkt door de haat die 30 jaar onderdrukking had gezaaid. Sjiitische milities bestrijden de Amerikanen, maar ook hun vroegere onderdrukkers. Soennitische milities zagen hun macht verloren gaan en verzetten zich daartegen. Vanaf 2005 ontwikkelde zich dat tot wat wel een burgeroorlog mag heten, waarbij sjiieten soennieten vermoordden en omgekeerd, alleen om hun geloof of hun verleden in het regiem. In Bagdad vinden nog vrijwel dagelijks moorden, aanslagen en bomexplosies plaats.

De andere gezinnen in de hotelkamer blijken ook connecties met de Baathpartij te hebben. Zina al-Moslim verloor haar man in 2003 aan kanker. Haar wens om haar drie zonen zelf op te voeden, vond geen gehoor bij haar soennitische schoonfamilie. De sjiitische, die afgestudeerd politicologe is, kreeg de keus om te trouwen met haar zwager, of de kinderen af te staan aan haar schoonvader. "Zij waren allebei belangrijke Baathleden. Ik weigerde. Mijn schoonvader kwam naar mijn huis en sloeg me. Hij bedreigde mijn familie dat als er iets met de kinderen zou gebeuren, hij ons zou doden."

Volgens Zina is haar schoonvader nog steeds een machtig man, hoewel de Baathpartij inmiddels ontbonden en verboden is. "Hij werkt met de terroristen, daar is hij voor opgepakt door de Amerikanen. Hij en andere Baathleden gebruiken Saddams vlag nog, met in diens handschrift de woorden 'God is groot'."

Zina's familie verzamelde 30.000 dollar opdat ze kon vertrekken. "Ze weten dat ik zonder mijn kinderen niet kan leven." Ze gaf haar baan op, liet zich naar Nederland brengen, maar werd vijf maanden later teruggevlogen naar Irak. Ze heeft geen huis meer, logeert steeds bij andere familieleden in Bagdad, en is nog steeds op de vlucht voor haar schoonvader.

Haar situatie is bemoeilijkt door oudste zoon Hassan (12), die niet kan aarden. Zijn heimwee naar Nederland uit zich in interesse voor het christendom, "de kerk is de enige plek waar hij zich goed voelt". Omdat hij erover praat, is Zina nu niet meer welkom bij haar nogal religieuze moeder, en verblijft ze vooral bij christelijke vrienden.

Fidad Essaidi woonde met haar gezin bij haar schoonouders. Haar schoonvader en zwager waren actief lid van de Baathpartij. "Mijn schoonvader stond op de 'wanted'-lijst van de Mehdi-militie. We werden voortdurend bedreigd en ze hebben geprobeerd mijn zoon te ontvoeren."

Haar man werd ontvoerd, en pas na zes maanden na veel onderhandelingen vrijgelaten. "Drie maanden later ben ik met mijn drie kinderen vertrokken. Waar mijn man nu is, weet ik niet."

Fidad arriveerde in 2006 in Nederland, en kreeg al snel een tijdelijke verblijfsvergunning, geldig tot 31 maart 2013. Die werd eerder dit jaar plotseling ingetrokken, nadat haar vader en haar zwager in Bagdad waren vermoord. Het zou nu veilig voor haar zijn in Irak. "Maar ons hele gezin wordt met de Baathpartij geïdentificeerd!"

Haar advocaat probeerde nog van alles, maar op een ochtend in april werd het gezin door tien politiemensen van het bed gelicht en naar de gevangenis overgebracht, in afwachting van de terugreis naar Bagdad.

"Ik was onderweg naar Zweden, toen ik in 2006 op Schiphol werd betrapt met een paspoort dat niet van mij was. Als ik daar asiel had aangevraagd, was dit nooit gebeurd", weet Fidad zeker. Terug in Bagdad woont ze een week bij haar broer, en een week elders. "Ik ga niet met de kinderen de straat op, omdat die Nederlands spreken en geen Arabisch. Ik ben constant bang voor wat ze ons kunnen aandoen."

Geen van de families meldt problemen bij aankomst. Ze zijn in Bagdad op het vliegveld ondervraagd, moesten hun reisdocumenten inleveren en konden toen gaan. Hun huidige problemen hebben geen relatie met de overheid of de politie, maar wel met groepen en milities die nog steeds actief zijn. Allen hebben het plan om weer te vertrekken. "Hier kan ik niet blijven", zegt Sjabli, "hier hebben we geen toekomst. Ik denk erover een nier te verkopen om het land weer te kunnen verlaten."

Allen vragen om advies. Zit de deur naar Nederland echt op slot? Is er nog een procedure mogelijk, omdat er foute beslissingen zijn genomen? En andere Europese landen, of de VN? Sjabli was al bijna naar Turkije afgereisd, tot hem duidelijk werd dat vanwege het feit dat hij is uitgezet door Nederland, ook de VN hem niet meer zal helpen.

Allen zijn een maand na de uitzetting nog te geschokt om te kunnen denken over volgende stappen in hun leven. Ze vragen zich vooral af waarom ze niet mochten blijven, al hebben ze daar wel een idee over. "Iraakse christenen krijgen bijna onmiddellijk een status, wij moslims niet", zegt een van hen bitter. "Dat komt door die man, die Wilders. Ze willen ons gewoon niet omdat we moslim zijn."

UNHCR: Onveilig
Minister Gerd Leers (immigratie en asiel) kondigde in november 2010 aan weer te willen starten met het uitzetten van uitgeprocedeerde asielzoekers naar Bagdad. Dat ondanks uitspraken en waarschuwingen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties (UNHCR). Daniel Endres, UNHCR-afgevaardigde in Irak, kwam in oktober speciaal naar Nederland met het verzoek uitzettingen ('onbegrijpelijk en onverantwoord') op te schorten: "Er zijn in Bagdad duizend serieuze incidenten per maand, zoals aanslagen, raketten en bermbommen. We hebben al zoveel problemen, de situatie in het land is fragiel, instabiel en onveilig. Deportatievluchten kunnen we er niet bij hebben. Nederland kan de veiligheid van uitgezette mensen niet garanderen. Dat kunnen wij ter plaatse namelijk ook niet."

Het verhaal gaat dat veel ex-asielzoekers bij terugkomst in Bagdad gevangen worden gezet en zelfs gemarteld. "Volgens Amnesty zitten momenteel 30.000 Irakezen zonder enige vorm van proces in de cel. In Irak is het niet alleen onveilig, het is ook slecht gesteld met de mensenrechten."

Leers erkende rond de uitzetting in april dat Irak voor sommige mensen een onveilig land is, maar vindt niet dat het er onveilig is voor alle uitgeprocedeerde asielzoekers. "De situatie is niet zodanig dat niemand terug kan", stelde zijn zegsman. "De kogels vliegen je er niet om de oren."

De kinderen
"Ik wil tolk worden", zegt Kawakeb as-Sjabli ernstig. De 13-jarige spreekt vloeiend Nederlands, misschien mede omdat ze in Nederland steeds voor haar ouders en anderen heeft getolkt. Ze deed het goed op het Canisius College in Nijmegen, vertelt haar rapport vol achten en negens, plus de opmerking "Je hebt goed en hard gewerkt''. Kawa - zoals ze in Nederland werd genoemd - dreigt in Bagdad drie klassen terug te worden gezet, naar haar niveau bij vertrek uit Irak. "De man van het ministerie wil een miljoen dinar (zo'n 750 euro), en dan mag ze naar elke klas die ze wil", vertelt vader Nohad. Dat geld is er niet, als ze al zouden willen meedoen aan de corruptie die Irak in z'n greep heeft.

Kawa's broer Hoesam (21) heeft in Nederland geen opleiding gevolgd, maar wil graag advocaat worden. "Dat lukt me hier nooit."

Soera (8) en Noera (4), de dochters van Fidad, spreken weinig Arabisch. Ze smoezen wat samen met Kawakeb en haar zusje Zeineb (7), blij dat ze weer Nederlands kunnen spreken. "Onze kinderen spreken allemaal Nederlands met elkaar", vertellen de ouders, "en alleen met ons Arabisch".

Zina's zoon Hassan (12) zit met een boos gezicht op een stoel, tussen zijn tweelingbroers Ali en Joesoef (9) in. Hij straalt uit dat hij hier niet wil zijn. "Hij huilt constant", zegt zijn bezorgde moeder. Wat is er toch zo leuk aan Nederland? "Het is er leuk en veilig", zeggen de kinderen steeds weer. En: "School was leuk." Over die ene kamer in het asielzoekerscentrum die ze bewoonden reppen ze niet. Nederland was goed. Ze kunnen nog maar nauwelijks bevatten dat Nederland voltooid verleden is.

Onbegrip over vijandige uitzetting door het zo vriendelijke Nederland
Verbijsterd zijn de families over de tegenstelling: de vriendelijke behandeling in de procedure, de goede contacten met de school en met de omgeving - en de vijandige sfeer bij de uitzetting. "Opeens was je geen mens meer maar een nummer", zegt Fidad. Ze vertellen over de harde hand van de politie, die hen van huis naar de gevangenis, en naar het vliegveld bracht. Hoe hun kleding in dozen werd gestopt, en de dozen een sticker kregen met hun foto erop. Hoe op Schiphol nog reisdocumenten zijn gemaakt - de foto's daarop tonen bange kindergezichtjes. De politieovermacht in het toestel; zelfs toen een moeder haar kind naar het toilet hielp, moest de deur openblijven zodat de marechaussee kon toekijken. "Alsof we ergens naartoe konden!" De kalmerende injecties die ze niet wilden, maar wel kregen. Hoe hen in de gevangenis is verteld vooral hun documenten in Nederland achter te laten, omdat die hen in Bagdad in de problemen zouden brengen. In Bagdad gebeurde niets, en nu zitten ze zonder bewijs van wat hun in Nederland is overkomen. Alleen Fidad lapte het advies aan haar laars en toont document na document. Haar bankrekening werd door de politie leeggehaald en het geld werd haar overhandigd. "Op Schiphol gaven ze ons nog 400 dollar, die heb ik ze in hun gezicht gegooid. Hun geld hoef ik niet!" zegt ze geëmotioneerd. "Ik begrijp echt niet dat het zo veranderde. Mijn buren bellen me nog, en ook de school van de kinderen. Mijn meubels zijn nog in Nederland, en het speelgoed van de kinderen. Ik woonde er vijf jaar, en ben als een misdadiger weggestuurd. Waarom?"

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden