Coronavirus

Groepsimmuniteit? Die is in Nederland nog ver te zoeken

Beeld Brechtje Rood

Naar schatting heeft zo’n 3 procent van de Nederlanders inmiddels antistoffen aangemaakt tegen het coronavirus. Hoe betrouwbaar is dat percentage en wat zegt het over de immuniteit van de bevolking?

Uit de eerste resultaten van een onderzoek door de bloedbanken van Sanquin blijkt dat 3 procent van de donoren is besmet of besmet geweest met het nieuwe coronavirus. Daarmee zouden zij in meer of mindere mate immuun kunnen zijn voor de ziekte Covid-19, zo zei Jaap van Dissel, directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM, vanochtend tijdens een briefing aan de Tweede Kamer. Als de schatting van Sanquin voor de hele bevolking geldt, zou dat betekenen dat circa 500.000 Nederlanders antistoffen tegen het virus hebben.

Hoe meten ze dat?

Al vrij snel na een infectie komt het immuunsysteem in actie. Eerst met een algemene aanval, maar kort daarop met antistoffen die specifiek tegen dit virus zijn gericht. Er is een hele familie van specifieke antistoffen, immunoglobulinen geheten (Ig), maar de meeste testen richten zich op IgG, dat een paar dagen na de infectie wordt aangemaakt en veelal nog maanden, soms jaren in het bloed aantoonbaar is. Hoe lang IgG tegen dit virus aanwezig blijft, is niet bekend. In de test is het bloed van de donoren in aanraking gebracht met de eiwitten van het virus waar het IgG aan bindt. Zo kan de aanwezigheid ervan worden aangetoond.

Hoe betrouwbaar is zo’n test?

De kwaliteit van een test hangt van twee factoren af. De gevoeligheid: kunnen ook zeer kleine hoeveelheden worden aangetoond? Ofwel, als de test geen uitslag geeft, hoe zeker weet je dan of er geen infectie is geweest? En de specificiteit: meet de test ook alleen het gezochte IgG? “Het lichaam maakt antistoffen aan tegen tal van bacteriën en virussen”, zegt Chantal Reusken van het RIVM. “Je wil niet dat hij die antistoffen aanziet voor IgG tegen dit nieuwe coronavirus. Er circuleren ook andere coronavirussen, die een lichte verkoudheid geven, die nauw verwant zijn met dit Sars-Cov-2.”

Of de uitslag betrouwbaar is, hangt nog van een derde factor af: de kans dat iemand besmet is. Stel dat die 3 procent van Sanquin klopt, en je test duizend mensen met een test die een gevoeligheid heeft van 90 procent en een specificiteit van 95 procent. Dertig mensen zijn besmet (drie procent van duizend); de test pikt er 27 uit (90 procent) en mist er drie. Bij 5 procent van de 970 niet-besmette personen (dat zijn er 49), maakt de test een foutje en geeft een positieve uitslag. Ofwel: 76 mensen krijgen een positieve uitslag, maar slechts bij een derde (27) is die terecht.

Bij de commerciële testen die overal worden aangeboden, zijn de gevoeligheid en specificiteit een stuk slechter en zegt de uitslag helemaal niets, aldus Reusken. 

Beeld Sander Soewargana

Is de test van Sanquin dan ook zo onbetrouwbaar?

De kwaliteit van laboratoriumtesten is stukken beter, zegt Reusken. “Maar ook daarin moeten we het kaf van het koren scheiden.” Ze zit zelf in de Taskforce Serologie die uitzoekt wat de beste testen zijn. “De test van Sanquin is door het Erasmus MC en het RIVM gedeeltelijk gevalideerd en kwam daarbij goed uit de bus. Maar 100 procent zekerheid heb je nooit in dit soort onderzoek.”

Een groot probleem is dat veel mensen een milde infectie doorlopen en vermoedelijk ook geen of nauwelijks antistoffen aanmaken. Zij worden door deze test niet opgemerkt. Reusken: “Als je wilt concluderen hoeveel mensen met het virus in aanraking zijn gekomen, moet je bij die 3 procent van Sanquin in je achterhoofd houden dat je niet weet hoe groot die groep met een milde infectie is en ook niet hoeveel missers de test heeft.”

Kunnen we er dan van uitgaan dat al 4 of 5 procent is besmet?

Reusken waagt zich niet aan een schatting. “Het is een nieuw virus, we weten er nog te weinig van. Het is ook een kip-ei-probleem. Stel dat we een groep hebben bij wie ooit het virus zelf is aangetoond. En bij 40 procent vinden we een of twee maanden later geen antistoffen. Is dat de biologie, of ligt het aan de kwaliteit van de test? Daar kom je niet achter.”

Eigenlijk zijn antistoftesten niet zo geschikt voor het opsporen van virale luchtweginfecties, zegt Mariet Feltkamp, medisch viroloog van het Leids UMC. “Een mazeleninfectie wekt een heftige afweerreactie in je bloed op. Die biedt levenslange bescherming. Maar dat zie je niet bij oppervlakkige luchtweginfecties. Die afweerreactie is veel minder robuust. Antistoffen zijn na een paar jaar ook weer verdwenen. Dat weten we ook van Sars, of de griep. We weten nog niet hoe dat bij dit virus zit.” Een speekseltest zou exacter zijn, maar die is voorlopig nog onvoldoende getest.

En dan de hamvraag: is de groep die besmet is geweest, ook immuun voor een nieuwe infectie?

Het korte antwoord luidt opnieuw: dat weten we nog niet. Reusken: “Een belangrijke vraag is: bieden de gevonden antistoffen ook werkelijk bescherming? Daar geeft de Sanquin-studie geen antwoord op.” Het RIVM voert nu een steekproef uit onder de bloedmonsters van de donoren die een infectie hebben doorgemaakt om te bepalen in hoeverre hun antistoffen het virus neutraliseren.

Duidelijk is wel dat groepsimmuniteit nog ver buiten bereik ligt. Pas als zo’n 60 procent immuun is, zal het virus bij elke nieuwe uitbraak weer vanzelf verdwijnen. Het lijkt er nu meer op dat die groep niet alleen traag groeit, maar ook gestaag weer afbrokkelt doordat mensen hun immuniteit verliezen. Reusken: “We weten niet hoe snel dat gaat. Maar ook een beperkte immuniteit helpt bij de bestrijding van het virus.”

De afwezigheid wil niet automatisch zeggen dat er geen bescherming meer is, zegt Feltkamp. “Het afweersysteem heeft nog wel een herinnering aan oude infecties. We zien vaak dat bij een nieuwe infectie de afweer toch sneller op gang komt. Dat kennen we van de griep. Na een besmetting ben je het seizoen erna immuun. Een paar seizoenen wellicht, maar daarna ben je weer bevattelijk. Al is de ziekte dan vaak milder. Nogmaals, we weten het niet, maar zo zou het bij Covid-19 ook kunnen gaan.”

Kan een vaccin ons wel redden? Als de afweer zo lauw reageert op het virus, doet een vaccin toch ook niet veel?

Feltkamp: “Dat hoeft niet per se. Dat hangt ervan af hoe en waar je een vaccin toedient. Als je het met een goed adjuvans (een hulpstof) toedient, en de juiste afweercellen stimuleert, kun je een betere immuunreactie krijgen dan de natuurlijke respons. Overigens blijft het de vraag of je, ook met een supervaccin, een beginnende corona-infectie helemaal tegenhoudt. Deze virussen vermenigvuldigen zich zo snel dat de eerste tekenen van infectie niet altijd zijn te voorkomen”

Lees ook over de wapenwedloop tussen het virus en de afweer

‘Terwijl de afweer op een gegeven moment alle registers opentrekt om de indringer te verdrijven, probeert het virus zich schuil te houden, de aanvaller te misleiden of te dwarsbomen’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden