Groepsgeest verdrong bij Louis Mayer de vrije geest

Dit jaar bestaat de film honderd jaar. Vandaag de derde aflevering van een serie met zeven even willekeurige als belangrijke momenten en figuren uit de filmgeschiedenis. Louis B. Mayer, koning van Hollywood annex patriot, conservatief en potentaat.

Het moet een pijnlijk spektakel zijn geweest. In mei 1970 werden op het terrein van de MGM-studio in Culver City duizenden herinneringen aan een halve eeuw filmgeschiedenis geveild. De nieuwe eigenaar van de studio deed de talloze rekwisieten en kostuums van de hand. Salman Rushdie heeft een beschouwing gewijd aan wat het voor hem betekende dat de robijnrode pantoffels van Judy Garland uit 'The wizard of Oz' zomaar werden verkocht aan de hoogst biedende. Ze gingen weg voor 15.000 dollar. Een restauranthouder uit Sacramento betaalde 4.000 dollar voor een strijdwagen uit 'Ben-Hur'. Drie jaar later, tijdens de oliecrisis, werd de man gearresteerd toen hij er mee op de snelweg reed.

'Ben-Hur', het spektakelstuk uit 1959 met Charlton Heston in de titelrol, markeert het einde van de gloriedagen van MGM. Niet dat de film geen succes was, maar het klassieke studiosysteem was eind jaren vijftig definitief voorbij. Dit systeem kwam in de jaren tien en twintig tot ontwikkeling en beleefde in de jaren dertig en veertig zijn bloeiperiode. Kenmerkend was dat produktie, distributie en vertoning van films in handen waren van hetzelfde bedrijf. Bovendien was al het personeel dat nodig was om een film te maken, van ster tot timmerman, in dienst van dat bedrijf. Acht van zulke studio's wisten buitenstaanders te weren: zonder bioscoop om hem te vertonen heeft het weinig zin om een film te produceren.

Ironisch genoeg viel de start van MGM vrijwel samen met de moeizaam tot stand gekomen eerste versie van 'Ben-Hur' uit 1925. Een jaar eerder was de fusie tot stand gekomen tussen Metro Pictures, Goldwyn Pictures en de Louis B. Mayer Company. Metro-Goldwyn-Mayer, dat lag niet echt lekker in de mond. Bij de grootse opening van de nieuwe studio stelde Mayer zijn personeel gerust: “Within a year, wherever you go, when someone asks where you work, you can simply say not three long words, but three short letters: M.G.M. And everyone will know you're connected with the foremost movie studio in the world.” De baas kreeg gelijk.

Dat Mayer zich reeds in 1924 vice-president mocht noemen van een miljoenenbedrijf is een klein wonder. Zo'n dertig jaar eerder was hij geboren als Lazar Meir in een arm joods gezin op het Russische platteland. Zoals elke grote illusionist - zie Fellini - goochelde Mayer graag met zijn biografische gegevens. Zijn geboortejaar kan zowel 1885 als 1882 zijn, de plaats zowel Minsk als een gehucht boven Kiev. De geboortedatum 4 juli is in ieder geval verzonnen: die feestdag koos Mayer uit Amerikaans chauvinisme. Arm was hij zeker: eenmaal voor de pogroms gevlucht naar Canada handelde zijn vader in schroot en verkocht zijn moeder kippen aan huis.

In 1907 kocht Mayer zijn eerste verpauperde bioscoopje, in 1914 was hij eigenaar van een keten theaters in New England en maakte hij flinke winst met de uitbreng van Griffith's 'Birth of a nation'. Vertoning en distributie kon Mayer maar matig bekoren, zolang hij voor het aan te leveren materiaal afhankelijk bleef van anderen. Dus toog hij naar Los Angeles en begon in 1918 een produktiemaatschappijtje met één ster, Anita Stewart. Hij was succesvol genoeg om een paar jaar later door theatereigenaar Marcus Loew gevraagd te worden diens nieuw verworven bezit, Metro en Goldwyn, te gaan leiden. Al snel werd Mayers naam toegevoegd.

MGM was dus geen autonome onderneming, maar eigendom van Loew's Inc. Wie in New York naar de film gaat, wordt nog steeds met het door Marcus Loew opgebouwde imperium geconfronteerd, de basis voor het succes van MGM. Ook de andere pioniers van het studiosysteem, Adolph Zukor van Paramount en William Fox van 20th Century Fox, waren van origine bioscoopexploitanten aan de oostkust. Zij legden de grondslag voor het huidige mondiale succes van de Amerikaanse film. Ze hielden van onvertaalbare, maar universele zaken als 'show business' en 'entertainment'. Ze hadden heilig ontzag voor de smaak van het publiek, ook toen ze later studiobazen werden.

Onder leiding van Mayer en zijn onmisbare produktiechef Irving Thalberg, volgens sommigen het eigenlijke brein, groeide MGM in de jaren dertig uit tot de meest succesvolle studio. Omdat men relatief weinig theaters bezat, leed MGM minder onder de Depressie dan andere studio's. Geld speelde geen rol, concessies waren taboe. Het recept was simpel: 'great star, great director, great play and great cast'. MGM stond voor overvloed: waar andere studio's een of twee sterren gebruikten, zaten er bij MGM drie of vier in een film. 'More stars than there are in heaven' was de fameuze slogan. Mayer maakte het waar met Greta Garbo, Joan Crawford, Judy Garland, Clark Gable, Mickey Rooney, Spencer Tracy en vele anderen.

Elke studio had min of meer zijn eigen specialiteit. Die van MGM was glamour en elegantie. Zorgeloos vermaak in de betere kringen, voorzien van weelderige kostuums en decors. Recente studies relativeren deze reputatie door er op te wijzen dat de robuuste actrice Marie Dressler jarenlang de meest lucratieve ster was en MGM ook rauwe drama's heeft gemaakt. Maar de studio werd beroemd door de keurige komedies, de romantische melodrama's en de spetterende musicals. Grote shownummers en extravagante decors, dát is MGM. Ze waren laat met de overgang naar geluidsfilms, maar 'The Broadway melody' (1929) maakte veel goed.

De censuur had bij MGM weinig werk. Behalve sluw zakenman was Mayer een overtuigd patriot en hoeder van de goede zeden. Huwelijk en gezin stonden bij hem in hoog aanzien, een foto van zijn moeder hing boven zijn bed. Ondermijning van huiselijke waarden stond hij niet toe. In krachtig Amerikaans kwamen Mayers voorkeuren op het volgende neer: “God, country and mom's chickensoup.” De man die een gewoon meisje uit Texas om liet bouwen tot Joan Crawford, 'the first queen of the movies', wilde niet te veel sensualiteit op het witte doek. Mayers conservatieve en sentimentele levenshouding waren zichtbaar in de films van MGM. Ze speelden ook een rol bij de beslissing van Loew's topman Nicholas Schenck om Mayer na 27 jaar aan de kant te zetten en een meer progressieve opvolger aan te stellen.

Leende individuele inbreng zich toch al niet zo goed voor het studiosysteem, voor Mayer was het een gruwel. Aan artistieke fratsen had hij een hekel, daar zat het publiek niet op te wachten. Tekenend is de onbekendheid van MGM-regisseurs als W.S. van Dyke, Clarence Brown en Richard Thorpe. Zelfs Victor Fleming, regisseur van zowel 'Gone with the wind' als 'The wizard of Oz' is relatief onbekend. Mayer eiste 'team spirit' en duldde geen 'free spirits'. Zijn regisseurs waren bekwame vaklieden die de studiostijl respecteerden in plaats van er zelf een te ontwikkelen. De filmproduktie was fabrieksmatig ingedeeld, met een duidelijke taakverdeling voor de efficiënt werkende eenheden.

Mayer beschouwde MGM als een grote familie, de sterren als zijn kinderen. Soms was een van de kinderen vervelend of dreigde er een van huis weg te lopen. Dergelijke ongehoorzaamheid werd genadeloos afgestraft. De biografen zijn het er over eens: Mayer was een potentaat. Talloze anekdotes over zijn legendarische botheid, vooral jegens actrices, doen de ronde. Bij aankomst van zijn Europese ontdekking Greta Garbo in Amerika voegde Mayer de toenmalige 19-jarige Zweedse toe: “Americans don't like fat women.” Korte tijd later was Garbo's uiterlijk en imago gevoegd naar het ideaal van de studio. Na een paar succesvolle films eiste Garbo salarisverhoging. Mayer weigerde, Garbo vertrok. Toen ze na een paar maanden nog niet terug was, kwam Mayer alsnog aan haar eisen tegemoet. De bruut won niet altijd.

Karikaturen van een dictatoriale producent achter belachelijk grote bureau's leunen dankbaar op Mayer, bijvoorbeeld in 'Barton Fink' van de gebroeders Coen. Zó erg kan die man niet geweest zijn, ben je geneigd te denken. Maar misschien was hij echt zo erg.

Het studiosysteem brokkelde in de loop van de jaren vijftig af door wetgeving die de koppeling tussen produktie en vertoning verbood, sterren en regisseurs die onafhankelijk wilden zijn en televisie die de huiskamer veroverde. Na een onverkwikkelijke strijd tegen moedermaatschappij Loew's en vergeefse pogingen de macht bij MGM terug te pakken, overleed Mayer in 1957 als een gedesillusioneerd man. Zijn trots viel door wisselend management steeds verder uiteen en werd in de jaren zeventig en tachtig een speelbal voor magnaten als Kirk Kerkorian en Ted Turner. De een gebruikt het rijke verleden om zijn hotels cachet te geven, de ander om er zijn tv-kanalen mee te vullen.

Hoewel er sprake is van vertekening omdat we ons alleen de hoogtepunten herinneren, staat het buiten kijf dat het rigide studiosysteem schitterende films heeft opgeleverd. Het huidige, vrije Hollywood speelt graag op zeker met verfilmingen van strips, series en spelletjes. De ideeën zijn op, de risico's te groot. Het strenge regime van toen was creatiever dan de geestelijke armoede van nu.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden