GroenLinks telt mee, maar er knaagt wel iets

GroenLinks is eindelijk echt klaar voor de macht, vindt voormalig Tweede Kamerlid Andrée van Es. Beeld ANP KOEN VAN WEEL

GroenLinks viert dit weekend haar verjaardag. Er is reden genoeg voor een feestje, maar de doorbraak naar regeringsmacht blijft nog altijd uit.

Je wordt geboren, kruipt, staat op, valt, maakt fouten, herstelt deze, leert te overleven. En dan, na dertig jaar, ben je eindelijk jongvolwassen.

Het heeft lang geduurd, dat groeiproces, geeft Andrée van Es toe. Ze wil ook niet zeggen dat GroenLinks al helemaal volwassen is. Zover is haar partij nog niet. “We hebben vele ups en downs meegemaakt. Ik denk aan de klap van 2012, toen we bij de verkiezingen inzakten naar vier Kamerzetels. Maar we krabbelden op. En kijk waar de partij nu staat. We hebben een positie verworven die er toe doet.  We tellen mee. Dat is een felicitatie waard.”

GroenLinks viert morgen op een bijeenkomst in Amsterdam haar dertigste verjaardag, met een toespraak van partijleider Jesse Klaver en aansluitend een dj. Er zal ‘flink gedanst’ worden, belooft de uitnodiging.

Er zijn redenen genoeg voor een feestje. De partij levert op dit moment 610 raadsleden, meer dan ooit. Er zijn 110 GroenLinks-wethouders, meer dan ooit. En het ledenaantal tikte deze week de 30.000 aan. Inderdaad, meer dan ooit tevoren. De opmars die GroenLinks onder aanvoering van Klaver doormaakt, is ongekend. De partijleider durft hardop te roepen dat het Torentje op hem wacht. Hij is het stadium van bescheidenheid voorbij.

Wie had dat dertig jaar geleden durven denken? Tijdens de geboorte van GroenLinks was het machtsgevoel nog heel ver weg. De vrije, linkse jaren zeventig waren ingeruild voor de jaren tachtig van Ruud Lubbers, van economische crisis en bezuinigingen. De partijen die later zouden opgaan in GroenLinks hadden het zwaar. De Communistische Partij van Nederland (CPN), de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP), de Politieke Partij Radikalen (PPR), de Evangelische Volkspartij (EVP); ze verloren alle vier gestaag aan populariteit. Na de verkiezingen van 1986 waren CPN en EVP zelfs geheel verdwenen uit de Tweede Kamer.

Paulus de Wilt (1955) maakte de rumoerige aanloop naar de fusie van dichtbij mee. Hij was vicevoorzitter van het landelijk bestuur van de PSP en later betrokken bij de Linkse Doorbraak, de beweging die de linkse partijen wilde laten samengaan. “Er was een belangrijke reden om de krachten te bundelen”, vertelt hij. “Er moest een goed alternatief komen voor de PvdA. De sociaal-democraten sloten in die periode allerlei compromissen met rechts.” Voor de echt linkse kiezer bleef er in die tijd weinig over, zegt De Wilt. Het samengaan van CPN, PSP, EVP en PPR was noodzaak. “Ze stonden allemaal in de min, sommige waren bijna dood.” Het was een fusie om te overleven.

Zware bevalling

De moeizame gesprekken tussen de verschillende partijleiders leidden op 19 mei 1989 tot een akkoord: het viertal zou bij de komende Kamerverkiezingen met een gezamenlijke lijst meedoen onder de naam ‘GroenLinks’. “Het was een zware bevalling”, herinnert  De Wilt zich. “Ik was er sinds 1983 mee bezig, maar altijd lag er wel een partij dwars. Ook toen we dat akkoord sloten was de overheersende gedachte: we werken samen, maar het moet vooral niet leiden tot een echte fusie. Ik dacht daar iets anders over.”

GroenLinks haalde dat jaar zes Tweede Kamerzetels, een teleurstellende score. Toch was de echte samensmelting aanstaande, er bleek geen weg terug. Op 24 november 1990 volgde de officiële oprichting van GroenLinks. Volgens de administratie van de partij heeft Paulus de Wilt lidnummer één.

Andrée van Es (1953) werd in 1981 Kamerlid voor de PSP, vanaf 1989 zat ze er namens GroenLinks. Ook zij was destijds niet uit op regeringsmacht. “De partijen werden aangetrokken door radicalisme, door buitenparlementaire acties.” Ervaring met besturen was er niet of nauwelijks. Alleen de PPR was ooit onderdeel van een coalitie, in de jaren zeventig, tijdens het kabinet-Den Uyl.

Paulus de Wilt noemt de fusie an sich een ‘absoluut hoogtepunt’. Andrée Van Es vindt het vooral bijzonder dat GroenLinks levensvatbaar is gebleken. “Partijen smolten samen op hun dieptepunt. GroenLinks is uitgegroeid tot een optimistische partij. Dat is fantastisch.” Zelf vertrok ze al in 1990 uit de landelijke politiek, onder andere om ruimte te maken voor nieuwe mensen. Later zou ze wethouder in Amsterdam worden. Volgens Van Es was dat een sleutel tot het succes: de oude generatie deed een stap terug. In 1993 vertrok ook Ria Beckers (PPR, daarna de eerste fractievoorzitter van GroenLinks). Het maakte uiteindelijk de weg vrij voor Paul Rosenmöller, in 1994 de nieuwe partijleider. Van Es: “Hij was niet besmet met een van de bloedgroepen. Zijn komst was heel belangrijk.”

Onder Rosenmöller groeide GroenLinks behoorlijk. Hij haalde elf zetels in 1998 en tien in 2002. Rosenmöller kon prettig oppositie voeren tegen de paarse coalitie en het marktdenken dat steeds meer voet aan de grond kreeg op het Binnenhof. Maar de volwassenwording ging ook gepaard met felle interne discussies over de koers van de partij. Toen Rosenmöller eind jaren negentig wilde instemmen met het Navo-bombardement op Servië, kwam de pacifistische vleugel in opstand. 

Regeringsmacht

Uiteindelijk lukte het Rosenmöller niet om GroenLinks naar de Trêveszaal te brengen. In 2002 verliet hij teleurgesteld de Tweede Kamer. Een serieuze kans op regeringsmacht heeft Rosenmöller in feite nooit gehad. Zijn opvolger Femke Halsema kwam wel in die positie. Hoewel ze bij de verkiezingen in 2006 een zetel verloor (van acht naar zeven), werd ze gevraagd voor coalitieonderhandelingen met PvdA en CDA. Halsema speelde hard to get, bedankte voor de uitnodiging en ging op vakantie naar Spanje. Jan Peter Balkenende zette vervolgens zijn vierde kabinet in elkaar, met behulp van de ChristenUnie.

Halsema kwam stevig onder vuur te liggen in de eigen partij. Volgens prominent en actief lid Joost Lagendijk had ze ‘een strategische blunder’ begaan in de categorie ‘eens maar nooit weer’. “GroenLinks dook onder tafel toen de macht langskwam.” De Wilt zegt: “Halsema heeft het destijds slecht uitonderhandeld.” Van Es: “Het probleem was dat we niet noodzakelijk waren voor de meerderheid. Er waren goede alternatieven. Dan sta je gewoon zwak.”

Die situatie deed zich ook voor in de lente van 2017, toen het derde kabinet van Mark Rutte in de maak was. Jesse Klaver, inmiddels partijleider, verliet tot tweemaal toe de onderhandelingstafel. Het wordt hem buiten GroenLinks tot op de dag van vandaag nagedragen. De Wilt geeft Klaver ‘volkomen gelijk’ dat hij wegliep. “Kijk naar het rechtse beleid dat nu wordt uitgevoerd. We waren het in de formatie aan het verliezen.”

Toch knaagt het aan de partij dat GroenLinks in die dertig jaar nooit de oppositiebanken heeft weten te verlaten. “Ja, dat is in zekere zin wel erg”, zegt De Wilt. “Het wordt tijd.” Van Es spreekt over ‘een cruciale periode’ voor de partij. “De klimaatdiscussie is helemaal onze kant opgekomen. Dat moet zich nu uitbetalen.” De partijtop vindt dat ook. Daar wordt gesproken over ‘Project 2021’, verwijzend naar het jaar dat Klaver premier moet worden. “Er is niks mis met grote dromen”, vindt Van Es. “Vroeger hadden we ook geen idee dat de VVD ooit de grootste partij van Nederland zou worden. Nu weten we niet beter.”

GroenLinks is eindelijk echt klaar voor de macht, vindt Van Es. Niet alleen omdat Klaver aan de weg timmert in Den Haag, maar vooral ook omdat de partij in het land steviger wortelt. “Het is heel leerzaam om in steden als Amsterdam en Utrecht de grootste te zijn. Je leert dan dat het in jouw belang is om dingen weg te geven, om zo de coalitie in stand te houden. Dat maakt een partij volwassen.” Ze wijst er ook op dat GroenLinks doordringt tot de invloedrijke plekken: burgemeester van Amsterdam (Femke Halsema), Raad van State (Marijke Vos), Algemene Rekenkamer (Kees Vendrik, inmiddels weer vertrokken).

Campagnemodus

Ook Paulus de Wilt ziet de macht in Den Haag lonken. Tegelijkertijd wijst hij op een risico. De partijleider moet zich met de juiste mensen omringen, vindt hij. “Klaver is geneigd naar zijn eigen vrienden te luisteren. Het moet diverser in de top. Waar blijft de tegenspraak, de tegenmacht? Dat is het grote gevaar.” De Wilt ziet dat zijn partij vooral in de ‘campagnemodus’ staat. Klaver spreekt nieuwe leden, vooral jongeren, toe tijdens zogeheten meetups in poptempels.

De Wilt vindt het te mager. Hij mist het echte debat in de partij, inhoudelijke discussies over de koers. Van Es, een generatiegenoot, zegt: “Jesse spreekt de jongeren aan. Wij zijn meer van de worstelingen en het moeilijke debat.” Maar dan lachend: “Misschien moeten we erkennen dat wij er niet zoveel meer toe doen.”

Lees ook:

Jesse Klaver: Zonder GroenLinks loopt de groene kwestie uit de klauwen

Partijleider Jesse Klaver voorziet een ‘groene revolutie’. “Eindelijk weer iets om voor te knokken!”

Jesse Klaver trekt van kantine naar kantine, op zoek naar ‘gewone mensen’

GroenLinks schuift in veel gemeenten aan in nieuwe colleges. Ondertussen trekt partijleider Jesse Klaver van kantine naar kantine, op zoek naar ‘gewone mensen’. Zijn ideaal: een brede volkspartij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden