Groenendaal valt ten prooi aan eigen ambities

LOENHOUT - Het is ook nooit goed. Vroeger klaagden de veldrijders steen en been over het geringe aantal crosses waarin zij hun specifieke kunsten konden vertonen, nu schieten ze bij het aanschouwen van de overvolle kalender in de stress.

Vooral deze (vakantie)dagen is het raak. Richard Groenendaal, Nederlands meest getalenteerde renner in zijn discipline, reed gisteren in het Belgische Loenhout zijn vierde wedstrijd in vijf dagen. Alsof dat niet genoeg is start hij vandaag in

's-Heerenberg, zaterdag in Oss en woensdag in Surhuisterveen, voor hij op 8 januari, tijdens het Nederlands kampioenschap in Soestduinen, zijn status van gedoodverfde favoriet hoopt te bevestigen. In die tot een computerchip gecomprimeerde serie van acht in twee weken verdienen vijf veldritten min of meer de status 'kermiscross'. Boven drie zweeft het aureool van 'klassieker'. Twee zijn er inmiddels achter de rug: de Super Prestige-veldrit in Diegem (eerste kerstdag) en de vierde wereldbekerwedstrijd in Loenhout. Beide keren 'kende' de 23-jarige Brabander zijn plaats: tweede. Zondag op handdikte achter Adri van der Poel, gisteren in het spoor van de oppermachtige Radomir Simunek.

De lichtgewicht, als de beste van de niet-winnaars doorgaans een kruitvat vol frustraties, lijkt gebaat bij rust om verantwoord naar het WK in het Zwitserse Eschenbach (eind januari) toe te kunnen werken. Wanneer hij zijn ambities opsomt -“ik wil een wedstrijd in de Super Prestige winnen, plus één in het wereldbekercircuit, plus het nationaal kampioenschap, plus een ereplaats op het WK”- zou hij door bondscoach Martin van Dijk tegen zichzelf in bescherming genomen moeten worden. “Mijn verstand zegt dat ik minder grote wedstrijden moet laten schieten,” geeft Groenendaal toe. “Maar veldritten in Nederland kan ik voor mijn gevoel niet laten lopen. Ik kan dan onmogelijk thuis op de bank gaan liggen. Ik moet me aan het publiek laten zien. En ik doe het voor mijn sport.”

Die gretigheid harmonieert niet echt met de sombere gevoelens die hem nog niet zo lang geleden tot afstappen maanden. Een ereplaats vertaalt zich op donkere dagen al snel in de opwelling dat hij niets te zoeken heeft in een milieu, waarin hij zich maar niet boven de allergrootsten kan verheffen. Vader Reinier, in zijn tijd ook zo'n eeuwige tweede, praat hem dan meestal weer op de fiets. Ach ja, en dan is er een tijdje weer niets leukers op de wereld. Of je nou op een keiharde ondergrond rijdt (bij vijf graden vorst in Diegem), bij een temperatuur van even boven nul wegglibbert op het halfbevroren zand van Soestduinen of iedere keer weer je voeten uit de zompige blubber van een boerenakker in Loenhout moet trekken, eens moet je tijd toch komen. Eens zullen er achter de (zeven) seizoenoverwinningen die je nu hebt geboekt andere namen staan dan Vossem, Drachten, Lieshout, Sint-Michielsgestel, Azpeitia-Irura, Telleriarte en Soestduinen. Dan win je misschien wat minder crosses, zoals Simunek, maar pen je gelijk de minzame, kleurloze Tsjech 'monumenten' als de Super Prestigewedstrijden in Pilsen en Milaan, de WB-veldrit in Loenhout en de 'poen'-cross van Berlijn op je seizoen-curriculem vitae.

Groenendaal had gistermiddag vrede met zijn tweede plaats. Dat was een behoorlijke zelfoverwinning van het opgewonden standje uit Sint-Michielsgestel. Simunek, na een verslapping aan een hartspier, een gebroken knieschijf en ernstige verwondingen als gevolg van een door hem veroorzaakt auto-ongeluk (waarvoor hij een jaar in de gevangenis verdween, overigens met volop faciliteiten om te kunnen trainen), als een wonder terug aan de top, was heer en meester. De Brabander rook alleen een kansje, toen de Tsjech een stuurfout maakte, maar reed en holde voor het overige letterlijk achter de feiten aan. “Hij was beter, daar kan ik niets op afdingen.” KNWU-coach Van Dijk: “Richard mag er niet tevreden over zijn, maar die tweede plek is mooi in dit sterke veld.”

Ervaring

Adri van der Poel, die met de achtste plaats in het dagklassement zijn kansen op de eindzege in de WB-reeks vergooide, denkt dat Groenendaal nog volop groeimogelijkheden heeft: “Hij is nog maar 23, hij moet vooral veel ervaring opdoen.” Zo denkt Van Dijk ook, maar als je Groenendaal die vraagt stelt, denkt hij hooguit één dag vooruit. En de kreet 'langere termijn' slaat bij hem op het WK van 29 januari. “Ik kan nog vijf procent verbeteren,” verwacht hij.

Groenendaal is een polyvalente crosser. Hij voelt zich op iedere ondergrond op zijn gemak. De andere mondiale toppers - want dat etiket kleeft al wel op hem - zoeken hun wedstrijden uit. De met zijn gezondheid tobbende Van der Poel offerde het WB-klassement op om op het NK en WK niet meteen naar een kansloze positie te worden teruggeworpen. “Dat is de handicap van Richard,” weet bondscoach Van Dijk. “Hij heeft moraal op alle parcoursen. Hij wil onder alle omstandigheden het maximale er uit halen. Hij wenst overal te presteren.”

Groenendaal zou model kunnen staan in de visie van zijn streekgenoot Gerrie van Gerwen. De architect van de wereldbekercyclus werd tot voor kort beschimpt vanwege het dreigende mislukte karakter van zijn projekt. Van de oorspronkelijke opzet sterke landenploegen acht weekeinden lang een mini-WK te laten verrijden, is tot dusver weinig terecht gekomen. Deze winter waren maar vijf comité's bereid 130 000 gulden organisatiekosten op te hoesten. Van Gerwen werd er wel eens mismoedig van. “Heel lang heb ik met de pet in de hand gestaan,” zegt hij, terwijl achter hem op het podium tv- en radiostations elkaar verdringen om drie zinnen tekst van Simunek en Groenendaal op te vangen. “Dat is weer het andere uiterste: het gedrang op het podium is het maximaal toelaatbare.” Het tij lijkt kerende. Volgend seizoen staan er zeven WB-crosses onder het motto speed, coulour en danger op de kalender. Het circuit wordt uitgebreid met Heerlen en Praag. Met name de laatste lokatie vervult Van Gerwen met trots.

In zijn optiek is daarmee meteen het plafond bereikt. “Zeven vind ik meer dan voldoende. We kunnen de renners niet te veel belasten. Zoveel weekeinden zijn er niet. Er zijn immers twee cycli, dat geeft een geweldige druk.” In het WB-circuit gaat het om relatief veel geld. Zo ontvangt de eindlaureaat 50 000 gulden. Iedere deelnemer krijgt per keer een basisvergoeding van 800 gulden. Dagwinnaar Simunek mocht in Loenhout een envelopje met 6 500 gulden ophalen. “Het is mooi zo,” zegt Van Gerwen. “We moeten nu bovengrenzen gaan bepalen. Ik zou het een slechte zaak vinden wanneer het een poenerige bedoening wordt. En de crosses mogen ook niet kapot gaan van de spanning die bij de coureurs wordt opgeroepen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden