Groenendaal accepteert bijrol

Loenhout is voor de veldrijders een traditionele pleisterplaats tussen Kerst en Oud en Nieuw. Richard Groenendaal kan er tegenwoordig ook van genieten als hij niet wint.

Uitspraken over het aantal toeschouwers worden niet gedaan. De fiscus luistert mee, knipoogt de Vlaamse organisator. Het zijn er tienduizenden, deze donkere donderdag in Loenhout. ,,De Azencross brengt je op de knieën als een onweerstaanbare verleidster, eens ervan geproefd krijg je er niet genoeg van”, meent voorzitter Raf Vorsselmans.

Toch lijkt op het oog alles op een gewone veldrit in België. Walmen van bier, friet en Glühwein hangen over het parkoers. In de vele feesttenten gaan volgens de speaker ’alle registers open’. In deze kermissfeer draven alle veldrijders van naam op tegen een stevige vergoeding, tot maximaal 5000 euro voor publiekstrekker Sven Nijs. Richard Groenendaal gaat niet alleen vanwege het startgeld graag naar Loenhout. Hij is ook liefhebber. ,,Het is een mooie cross, een klassieker.”

De tijd dat hij in de wintermaanden in België volksvijand nummer één was is voorbij. Groenendaal hoort tegenwoordig alleen nog toejuichingen en ziet gebalde vuisten ter aanmoediging. Hij is geen echte bedreiging meer voor de helden van eigen bodem.

Een uur voor de cross zit hij zich om te kleden in de kleedkamer van de lokale voetbalclub, met zijn collega’s uit Nederland en de mindere goden van België. Zij komen niet, zoals de Vlaamse toppers, met een indrukwekkende camper naar de cross. ,,Wij zijn de armoedzaaiers”, lacht Groenendaal. ,,Hebben jullie de douche in die camper van Sven Vanthourenhout gezien? Dat is net als thuis”, roept Gerben de Knegt.

Groenendaal is ontspannen, maar heeft stiekem zijn zinnen gezet op het podium. Het parkoers staat hem wel aan. De gestage motregen heeft de paden ouderwets drassig gemaakt. Dit belooft een middagje veldrijden te worden zoals het ooit bedoeld was. Groenendaal is nog van die oude school. Hij houdt niet van schone, snelle racebanen.

Maar het is aanklampen voor hem, in Loenhout. In de laatste ronde verliest hij het contact voorin. Hij komt uiteindelijk als zesde binnen, met een zwart masker van modder voor zijn gezicht. ,,Dit heb ik nog niet dikwijls meegemaakt”, zegt hij, nog nahijgend. ,,Wat rijden die mannen hard. Ze stampen op pure kracht door die modder. Niet normaal man.”

Hij laat er anno 2006 zijn humeur niet meer door bederven. De laatste jaren kon hij venijnig mopperen als de uitslag weer niet naar zijn zin was. ,,Als ik nog steeds zo was, zou ik nu niet meer fietsen. Als je elke keer van huis gaat met het idee dat je gaat winnen, stoot je te vaak je neus. Dan kun je er niet meer van genieten. Mijn beleving is nu anders. Ik ben niet meer de patron. De laatste jaren was dat moeilijk te accepteren. Nu heb ik me erbij neergelegd. Ik maak er het beste van.”

Hij is inmiddels 35 jaar. Vorige maand nam hij een pauze van drie weken. Hij had gemerkt dat zijn lichaam niet herstelde. Goed trainen en veel rusten bleek het medicijn. Sindsdien is hij weer op niveau. Maar dat lijkt niet meer toereikend om de Belgen dwars te zitten. Gisteren kon Nijs zelfs met een verkoudheid in het lijf toch nog tweede worden. De grootste bos bloemen ging naar Niels Albert, 20 jaar, die nog maar eens onderstreepte dat België ook de komende jaren deze sport zal blijven domineren.

Groenendaal accepteert zijn bijrol, maar blijft hopen op een uitschieter. Een obsessie is het niet meer. ,,Ik kan genieten van zo’n dag’’, zegt hij als de avond is gevallen over Loenhout. Groenendaal kan deze weken zijn hart ophalen. Middelkerke, Diegem, Baal en Sint-Niklaas zijn de volgende pleisterplaatsen. ,,Mooie sport, mooi spelletje.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden