Groene wijn heb je in drie kleuren: rood, wit en rosé

Ook mensen die milieubewust leven, vergissen zich nog wel eens als het om wijn gaat. Biologisch geteeld, ja dat willen ze wel. Maar kijken naar het gewicht van de fles? Of naar de afstand die zo’n fles moet afleggen om bij jou op tafel te kunnen staan... Hoezo groen?

Joost Overhoff

Wijn is iets bijzonders, iets magisch. Gegist druivensap heeft zelfs zo’n toverkracht dat het de mensen beroofd van hun hoofd: zet ze een fles voor en er komt van alles tot leven. Behalve de hersenen. Althans, ze werken wel, maar ze denken niet. Ze hebben het veel te druk met het leukere: ze juichen, nog vóórdat die fles open is. Pure magie.

Weinig wijndrinkers blijven erbij met hun voeten op de grond. Zoiets is zeldzaam. Begin tegen mensen maar eens over ’groene wijn’ en ze kijken je verbijsterd aan. Of ronduit vies. ’Groene wijn’? Ze moeten er niet aan denken. Ze willen alleen rood, wit of rosé. En ’ze’, daar zijn ook mensen bij die er geen enkele moeite mee hebben zichzelf ’groen’ te noemen, die stemmen op groene partijen en zweren bij groene piepers.

Maar zet ze wijn voor, en ze zijn de draad kwijt. Het overkomt je voortdurend, zoals laatst: een fanatieke groenstemster zette ons een glaasje voor, al spinnend van voorpret. Een nieuw wijntje dat ze pas had ontdekt. Volgens haar was het héérlijk! Een wijntje uit Zuid-Afrika.

Nu mag je een gegeven glas eigenlijk niet in de kelk kijken, maar omdat onze gastvrouw zelf zo groen was konden we het niet laten. We wezen haar erop dat zo’n fles, al gauw een ding van ruim anderhalve kilo, behoorlijk ’bruin’ is tegen de tijd dat-ie de halve aardbol over is gesleept. Zelfs al was-ie daar ooit ’biologisch’.

Onze gastvrouw sloeg zachtgroen uit. Daar had ze nog nooit over nagedacht.

En ze is niet de enige. Sterker: bijna niemand denkt daar over na, zo lijkt het wel. Wijn is kennelijk zo bijzonder dat die toverdrank zich onttrekt aan het dagelijkse denken.

Wanneer is een wijn eigenlijk ’groen’? Wijn is pas groen als-ie niet alleen met een minimale milieubelasting in de fles is gekomen, maar ook de wereld zo weinig mogelijk kwaad heeft gedaan voordat-ie in ons glas belandt. Kortom, er zitten drie aspecten aan.

Ten aanzien van het eerste bekent hier ook de schrijver schuld: ik hou me niet zo bezig met wat er in de wijngaard en in de kelders gebeurt voordat een wijn de fles bereikt. Althans, zelfs al weet je wat er allemaal kan gebeuren, dan nog heb je er weinig kijk op wat er aan de geboorte van een specifieke wijn is voorafgegaan. Zeker, er bestaan keurmerken voor ’biologische’ wijn. Dat is uiteraard prima, maar hoe betrouwbaar is dat ene merk en hoe dubieus dat andere? Omgekeerd, zijn er nogal wat wijnboeren die strikt biologisch werken, maar geen keurmerk willen vanwege alle rompslomp. Bovendien is de niet-biologische wijnbouw gaandeweg minder milieubelastend geworden, alleen al omdat bestrijdings- en andere ’onsportieve’ middelen duur zijn.

Blijven over de twee zaken waar je als consument wél kijk op hebt: de fles en de reis. Ook wat de fles betreft laat zelfs de groene wijnfan zich nog maar al te vaak in de luren leggen. Wijnproducenten weten dat en gieten hun goedje daarom graag in een extra zware fles. Dat imponeert. Zo simpel is het, ten koste van het milieu. Ooit ontmoette ik iemand die grote hoeveelheden Franse wijn importeerde en daarna weer exporteerde. Naar... Frankrijk. De gedachte alleen al is voldoende voor een beroerte bij eenieder die onze planeet het beste wenst, om over de milieuschade door overdreven zware flessen nog maar te zwijgen. De bestaansreden voor de import-exporttruc wortelde wellicht in ’haute finance de Bruxelles’ – exportsubsidies, dat soort dingen. Maar als Brussel nu op één terrein iets positiefs kan doen, dan is het wel het dwingend voorschrijven van een zo laag mogelijk standaardgewicht van een glazen wijnfles. In de tussentijd moeten we het zelf doen, en al die te zware flessen laten staan waar ze staan: in de winkel. Dan houdt het vanzelf op. Nóg beter voor het milieu zijn trouwens moderne verpakkingsmethoden zoals de bag-in-box, die vanbuiten oogt als een kartonnen doos. Daar komt geen glas meer aan te pas.

Tot slot, punt drie: de reis. Het is niet zo simpel dat je eenvoudig kunt stellen dat de milieubelasting van een wijn die van dichterbij komt, per definitie geringer is dan van een wijn van verderweg. Daarvoor spelen er teveel factoren een rol. Door de complexiteit van die rekensom kun je een wijn van een paar honderd kilometer verderop nog wel het voordeel van de twijfel geven. Of denken: nou, vooruit. Maar als de lengte van de aanvoerroute het krankzinnige overschrijdt, dan wil ik zo’n wijn niet meer drinken.

Een Australische gemeente werd de eerste plaats op aarde waar de verkoop van flessenwater verboden werd. Terecht. Als dat wat uit de kraan komt van voldoende kwaliteit is, is het gesleep met water waanzin. En de wereld kan zich dat soort waanzin niet meer permitteren.

Vooralsnog ontberen we een drietal extra kranen, voor rood, wit en rosé. Maar laten we het wel houden bij ’groen’: als je in Europa woont, drink dan een wijn die uit Europa komt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden