Klein Verslag

Groene weiden, vredig water

Klein verslag, 24 juni. Beeld ThinkStock
Klein verslag, 24 juni.Beeld ThinkStock

De hitte was geweken. De laatste dag had de warmte bol tussen de huizen gestaan, de wind een hete adem door de straten. De mensen bewogen loom en zwaar. Op de afdelingskamer was het koel, de klimaatregelaar bromde naast het bed. Op dat bed hijgde ze, zuigend naar lucht. Ze hield haar ogen gesloten, spreken was een inspanning, elk woord woog als een steen.

Ze droeg een roze blouse met korte mouwen. Een pomp hield haar luchtmatras op spanning, maar haar arm, hielen en stuit deden pijn. De morfine was net toegediend. Mijn broer sloot de radio aan op zijn mobiel. 'We gaan je muziek laten horen, mam,' zei ik. 'Muziek die je goed kent, van vroeger. Het duet uit de Parelvissers van Bizet.'

Ze zong dat duet met mijn vader, bij de afwas, galmend in de keuken.

Met heel dunne stem, de ogen gesloten, zei ze: 'Ja, dan waren de buren stil.' En, nauwelijks hoorbaar: 'Ik zou het nog kunnen zingen'.

De muziek speelde, barok vulde de kamer, rolde door de open deur de gang in. Een versie met een koor. Mijn zusje op de gang. Drie van mijn broers en ik in de kamer. De vrouw in het bed luisterde met gesloten ogen. Haar adem leek te stokken, zo stil lag ze.

Ik zag haar door een waas, mijn broer wiste iets uit zijn ogen. We keken elkaar aan. Ze gaat, zeiden we zonder het te zeggen.

De dag ervoor, ook toen was het heet, was ze bediend. De geestelijk verzorger was een vriendelijke man met gemillimeterd haar. Hij droeg een geruit overhemd met korte mouwen, een grijze broek en donkere sokken in sandalen. Om zijn hals hing een kettinkje met sieraden. Hij had een gebedenboek bij zich en een emmertje met hosties. Het emmertje leek op een sausemmer. Hij bad het Onze Vader, zegende haar per handoplegging, en las psalm 23, die hij abusievelijk als psalm 27 aankondigde. Tussendoor vroeg hij ons - al haar met hun gevoelens worstelende kinderen - om haar te kussen of te zegenen, want zegenen kon iedereen, zei hij.

Zo en nu koffie

Mijn moeder hoorde het met gefronste wenkbrauwen aan, toen nog voldoende bij kracht om haar ogen open te houden en aan het eind 'zo en nu koffie' te zeggen, alsof ze het toch maar poespas had gevonden, ofschoon ze zelf om die bediening had gevraagd. 'Zegenen kon iedereen.' Ja dank je de koekoek.

Zoiets dacht ze misschien. Waarschijnlijk had ze toch een echte priester gewild. Maar de geestelijk verzorger deed het goed, de Heer is mijn Herder blijft een troostrijke psalm aan een sterfbed. Groene weiden, vredig water.

Die laatste hete dag, de dag na de bediening, was ze verder verzwakt. Bizet leek haar mee te voeren, maar toen de muziek verstomde opende ze haar ogen weer even. Volkomen verrassend was haar zacht uitgesproken verzoek aan mij om mijn stukje voor te lezen uit de krant. 'Maar dat gaat over Helmut Kohl,' zei ik. Dat was goed. Ik las het haar voor. 'Goed,' zei ze onhoorbaar, 'mooi' deed haar mond.

De rest was morfine. Naar een zachte uitgang.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden