Groene doelen, zonder het benodigde beleid

Energiemaatschappij NLE erkent eigen 'gesjoemel' met groene energie. Maar het probleem ligt vooral bij de overheid.

In een paginagrote advertentie biechtte de Nederlandse Energie Maatschappij (NLE) deze week het 'gesjoemel' met groene stroom stroom op. De NLE wekt de indruk dat groene energie niet groen is en dat door het gesjoemel de groei en verduurzaming van de diep donkergrijze energiesector wordt tegengehouden. Ze nemen daarmee zelf een loopje met de waarheid.

De Nederlandse burger wil graag groene stroom: 60 procent heeft inmiddels een contract met zijn energieleverancier voor levering van duurzame elektriciteit en de zonnepanelen op het eigen dak zijn niet aan te slepen. Deze ontwikkeling lokt een reactie uit bij de producenten. Die moeten vol aan de bak, omdat de vraag naar duurzaam vele malen groter is dan het aanbod van binnenlands geproduceerde groene stroom. Om op korte termijn toch aan de vraag te kunnen voldoen, mogen energiebedrijven groene stroom voor hun klanten in het buitenland kopen. Die inkoop gaat met certificaten, een papieren transactie die duidelijkheid geeft over de oorsprong ervan en voorkomt dat groene stroom dubbel wordt verkocht.

Dit certificatensysteem is bedoeld als overgangsvorm. Bij de introductie ervan bestond het idee dat buitenlandse stroom geleidelijk zou worden vervangen door duurzame elektriciteitsproducten van eigen boden, inclusief de Noordzee. Die boogde verschuiving vindt echter nauwelijks plaats. Er wordt hier vrijwel niet geïnvesteerd in groene projecten. Dat legt de NLE feilloos bloot.

Wat de NLE daarmee suggereert is dat 'we' - producenten en consumenten - helemaal geen groene stroom willen. Dat geldt wellicht voor haarzelf, maar zeker niet voor de collega's. Die willen maar wat graag de duurzame vraag van de klant bedienen. De meeste kiezen ervoor om hun duurzame elektriciteit - met name windenergie - in die landen te produceren waar het risico het laagst is en de rendementsverwachting op de lange termijn het grootst. Nederland is op dit moment niet het meest aantrekkelijke land om in duurzame energie te investeren.

De kern van het probleem zit hem in het overheidsbeleid. De regering weigert om de afslag richting duurzame energie te nemen. Ze stelt wel doelen - 16 procent in 2020 - maar levert daar niet het benodigde beleid bij. De overheid hoeft zelf niet te investeren in nieuwe wind-, zonne- of biomassaprojecten. De explosieve groei van zonnepanelen bij particulieren laat zien dat er grote investeringsbereidheid is. Als belemmeringen voor collectieve opwek zouden worden weggewerkt, zouden de installatiebedrijven nog vele malen meer werk krijgen. Windplannen liggen te wachten op het loslaten van de ruimtelijke rem op de Noordzee. De Nederlandse off-shore sector kan dan aan de slag om windpark na windpark neer te zetten. Behalve ruimtelijke belemmeringen zullen ook de fiscale regelingen op de schop moeten. Een gelijk speelveld voor alle energievormen en meerekenen van externe kosten zou groen aantrekkelijker maken dan grijs en zou ook de grote energiebedrijven naar Nederland halen.

De NLE is met zijn 'jokkebrokken-verwijt' dus aan het verkeerde adres. Niet de energiebedrijven, die ruim gebruik maken van de papieren certificaten zijn de 'fraudeurs'. Nee, het is de overheid die als een wolf in schaapskleren papieren doelstellingen neerzet, zonder het benodigde investeringsklimaat te creëren. Het lijkt erop dat de NLE deze boodschap liever onder de tafel houdt. De sterke consumentenvoorkeur voor duurzame stroom leidt immers af van de prijsconcurrentie waar deze erkende prijsvechter zijn klanten mee binnenhaalt. Zij kiest daarom voor jij-bakken en jokkebrokken.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden