Groene deken verstikt het eiland

De corallita kruipt via het laagland omhoog richting botanische tuin. Op de achtergrond St. Kitts. ( FOTO HANS MARIJNISSEN)

Twintig procent van Sint-Eustatius is overwoekerd door corallita, een uitheemse bruidsluier. En de plant rukt verder op. Tijd voor zware middelen.

De ranger van de Miriam C. Schmidt botanische tuin aan de oostflank van vulkaan The Quill op Sint-Eustatius gaat trots langs de perken. Links wijst ze op de prachtige orchideeën, rechts staan de vruchten als mango en papaja. Kolibries vliegen van bloemkelk naar bloemkelk, en kijk eens daar: een prachtig exemplaar van de lila Statia Morning Glory, de zeldzaamste plant van het gehele koninkrijk.

Zo rijk en gevarieerd de botanisch tuin is, zo arm en eentonig is het landschap buiten de hekken. De oorspronkelijke vegetatie daar is compleet overwoekerd door een soort bruidsluier, die als een deken over het landschap ligt. Kilometers landschap zijn ingepakt door een groene deklaag met paars-roze bloempjes.

Het eiland is al voor twintig procent bedekt met corallita, de Antigonon leptopus, die op het eiland vooral de Mexican Creeper wordt genoemd, want kruipen: dat doet ’ie.

De aan de bruidsluier verwante woekeraar is ooit als een sierplant naar het eiland gehaald, maar duidelijk is dat hij aan het tuintje waar hij ooit stond niet genoeg had. „De eerste vermelding van de corallita als wilde plant stamt uit 1907”, zegt Pieter Ketner, gepensioneerd ecoloog en vegetatiewetenschapper aan de Wageningen Universiteit. „Toen werd hij al gesignaleerd op de ruigtes in de kern van Oranjestad. In honderd jaar tijd heeft hij zich over het hele eiland kunnen verspreiden.”

Sint-Eustatius is niet het enige eiland dat last heeft van de kruiper. Ook op Trinidad en het Australische Christmas-island wordt de zeldzame inheemse natuur door de woekerplant overgenomen.

Ketner is door Stenapa, de organisatie die de Statiaanse nationale parken beheert, gevraagd te onderzoeken hoe corallita kan worden bestreden. Want de woekeraar vormt een grote bedreiging voor de zeldzame inheemse natuur op het eiland.

Als de groene deken de oorspronkelijke planten en bomen afdekt, sterven die af en met de vegetatie verdwijnen ook zeldzame leguanen en reptielen.

„Corallita heeft knolachtige wortels, die diep in de grond zitten. Daarom zijn ze moeilijk te verwijderen. Soms vinden we wel driehonderd knolletjes per vierkante meter. Daarnaast kan de plant nieuwe scheuten uit gemaaide planten vormen. Je moet afgesneden corallita dus nooit laten liggen.”

Volgens Ketner, die op een afgesloten deel van de botanische tuin een aantal proefveldjes met corallita heeft aangelegd, doet de woekeraar het vooral goed op bewerkte grond. Dat is ook de verklaring waarom hij de laatste twintig jaar zo geëxplodeerd is.

„In het laagland van het eiland, tussen de vulkaan in het zuiden en de toppen in het noorden, werd voorheen kleinschalige landbouw bedreven. De bevolking had kleine akkertjes. Die zijn nu bijna allemaal verlaten en ingenomen door corallita. Hetzelfde geldt voor de bermen langs de weg, verlaten bouwpercelen én nieuwe locaties. Bij nieuwbouw wordt vaak grond van de ene locatie naar de andere vervoerd en je kunt er zeker van zijn dat de corallita na de grondverplaatsing direct weer uitkomt. Heerlijk, die omgewoelde grond.”

Ketner zegt dat het uur U voor Sint-Eustatius is aangebroken. Op dit moment heerst het groene gevaar nog in het laagland, maar het gevaar bestaat dat de invasieve soort via de paden en over de boomtoppen de kwetsbare natuur van vulkaan The Quill verovert, of de bergen van het Boven National Park.

Aan de bestrijding van de plant heeft Ketner nog een zware dobber. „Maaien of wegtrekken helpt niet, want de wortelknollen lopen opnieuw uit. De wortels uitgraven is ondoenlijk. Begrazing is voorlopig ook geen optie. De koeien en geiten vreten amper van de corallita. Daar kan verandering in komen als het eiland te maken krijgt met een langdurige droogte, dan zal dat relatief sappige gewas er wel ingaan. Maar de trend is juist dat Sint-Eustatius steeds natter wordt.”

Op dit moment kunnen we niet meer doen dan verdere verspreiding tegengaan, zegt Ketner. „We hebben de wegen in kaart gebracht, de stroken en bermen waarlangs de plant verderkruipt. Daar moet de overwoekering tot staan worden gebracht. Dat kan, blijkt na ons onderzoek, door de corallita eerst handmatig te maaien en af te voeren.” Na twee weken kunnen de nieuwe uitlopers dan worden bespoten met Roundup, de meest gebruikte onkruidbestrijder in de hovenierssector.

Dat middel op basis van de werkzame stof glyfosaat tast niet alleen de bovengrondse delen aan, maar ook de wortels. Experimenten op de proefveldjes van de botanische tuin hebben dat uitgewezen. De natuur beschermen door de inzet van chemische middelen: in de oorlog tegen de corallita lijkt het niet anders te kunnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden