ReportageEnergietransitie

Groen of nucleair? Estland twijfelt

Werknemers bij een installatie die steen wint voor de productie van schalieolie voor Eesti Energia in Narva, Estland.Beeld Bloomberg via Getty Images

Het Oost-Europese verzet tegen een CO2-neutrale economie brokkelt af. Estland is om, nu emissierechten zo duur zijn dat doorstoken op schalie-olie niet langer loont. Maar hoe nu verder? Overgaan op groene energie of een hypermoderne nucleaire installatie bouwen?

 Kilometers lang strekt het pokdalige landschap zich uit langs de grens met Rusland. Zestig jaar geleden begon de Sovjet-mens hier de aarde om te woelen om een centrale te voeden die Leningrad van stroom voorzag. De bodem bestaat hier uit oliehoudend gesteente. Miljoenen ton vermalen rots verdween in de ovens. “De helft belandt daar als as.” Dmitri Lipatov wijst op een steile heuvelrug in het vlakke land, het resultaat van decennia storten.

De ingenieur leidt zijn bezoek door een stalen labyrint van trappen, gangetjes, hallen en deuren. Alles zit onder een rossig laagje fijngemalen steen. De sfeer is bedrukt. Honderden collega’s hebben dit jaar hun baan verloren. Bij een CO2-prijs van 25 euro per ton loont het niet langer stroom op te wekken uit schalieolie. De productie is gehalveerd. “Schalie lijkt op bruinkool”, zegt Lipatov. Beide zijn uiterst vervuilend.

De gevolgen van de gestegen CO2-kosten zijn ingrijpend. Niet alleen voor de ontslagen werknemers van Eesti Energia, maar voor heel het Balticum. Dankzij de schalierotsen was Estland tot dit jaar volledig energie-onafhankelijk en kon het stroom exporteren naar de andere Baltische staten. En zo was het land per hoofd van de bevolking de op een-na-grootste CO2-vervuiler in de EU.

Halvering van de schaliestroom

Geen wonder dat Tallinn dit voorjaar zich schaarde achter de Oost-Europese tegenstanders van een klimaatneutrale economie. Maar op 3 oktober vertaalde de gestegen CO2-prijs zich in een politieke omslag. “De Estse regering steunt unaniem het plan om in 2050 de EU CO2-neutraal te maken”, twitterde premier Jüri Ratas. Ook elders slaan de gestegen CO2-kosten gaten in het Oost-Europese front. Uit Polen kwam afgelopen week het bericht dat de bouw van een nieuwe kolencentrale wordt stilgelegd. Staatsbedrijf Orlen wil inzetten op groene energie.

Beeld Sander Soewargana

In Estland heeft staatsbedrijf Eesti Energia door de halvering van de schaliestroom dit jaar de uitstoot van CO2 gehalveerd. Economisch een aderlating, maar er is een lichtpuntje, zegt Rajne Pajo, terwijl buiten de centrale vervaagt in een sneeuwbui. “Uit bruinkool kun je geen olie winnen, maar uit schalie wel.” Pajo is lid van de raad van bestuur. Met korte halen zet zijn stift de overlevingsstrategie uiteen op een flipover. “We voeren de productie van olie op. In 2024 openen we een nieuwe fabriek.” Als een klein Koeweit aan de Oostzee wil Estland 700.000 ton exporteren. Een rendabele business zolang de prijs per vat niet onder de 50 euro duikt.

Daarmee zijn de nieuwe problemen echter niet opgelost: te weinig stroom en te veel CO2. Die problemen deelt Estland met zijn buren. Finland en de Baltische staten worden dit jaar gered door stroomimport uit Rusland. De Russische stroom komt grotendeels uit kolencentrales; goedkoop en vies. En daarbij politiek onwenselijk. Want als iets in het Balticum gevoelig ligt, dan is het afhankelijkheid van de grote oosterbuur. Er moet dus een andere oplossing komen, maar welke?

Eesti Energia zoekt het in groene energie. In het maanlandschap rond de schaliecentrales zijn windmolens verrezen. Die centrales draaien al deels op biomassa. “We hebben windmolenparken in Letland en Litouwen en zonnepanelen in Polen”, zegt Pajo. “In 2023 moet 45 procent van onze energie groen zijn.” Nul procent CO2 in 2050 is volgens hem haalbaar. “We hebben een lange kustlijn en genoeg ruimte voor offshore windparken.”

De eerste nucleaire start-up ter wereld

Kalev Kallemets schudt geïrriteerd zijn hoofd. “Rajne Pajo kent deze data toch ook?” Op zijn computerscherm verschijnt een grafiek met enorme pieken en dalen: de productie van windenergie van uur tot uur. De boodschap is duidelijk: wind en zon zijn onbetrouwbare bondgenoten in de strijd tegen CO2.

Duidelijk is ook waarom Kallemets, een voormalig politicus, juist met deze grafiek begint. In februari richtte hij met enkele medestanders Fermi Energia op, een bedrijfje dat technologie en kapitaal zoekt voor de bouw van een kerncentrale. “Wij zijn de eerste nucleaire start-up ter wereld”, zegt hij in een gerenoveerd bakstenen fabriekspand tussen de glazen torentjes van Tallinns zakendistrict.

Eerder dit jaar sloot Fermi een principe-akkoord met het Amerikaanse Moltex Energy voor de bouw van een derde generatie nucleaire reactor. Klein, veilig en goedkoop. Vooralsnog bestaat die alleen op papier, maar als het aan Kallemets ligt, krijgt Estland de Europese primeur.

Europa is het spoor bijster, meent hij. Vooral Duitsland, dat gelijktijdig de strijd heeft aangebonden tegen CO2 en tegen kernenergie. “De Duitsers doen net zo dom als in de jaren veertig. Ze zouden toch moeten weten dat je een tweefrontenoorlog niet kunt winnen.”

Zonder kernenergie zal Europa, Nederland incluis, zijn klimaatdoelen niet halen, is Kallemets vaste overtuiging. Groene energie is volgens hem prima voor hooguit een kwart van de energiemix. “Mensen die beweren dat renewables het probleem oplossen zijn naïef, of ze liegen.”

‘Grote kerncentrales zijn passé’

Teed Randma is zo’n leugenaar. Dat geeft hij zelf met een grote grijns toe in een café in de middeleeuwse binnenstad van Tallinn. Hij kaatst de bal terug naar de zwakke plek van de kernenergielobby. “Kernsplitsing is een heel beperkte bron van energie.” Simpelweg omdat nucleaire brandstof schaars is. “Als we helemaal zouden overstappen op nucleaire energie, zou het binnen enkele decennia op zijn.”

Grote kerncentrales zijn sowieso passé, meent hij. “In de planningsfase krijgen we te horen dat ze goedkoop zijn en snel te realiseren. Maar zijn ze eenmaal aan het bouwen, dan blijkt alles duurder en langer te duren.”

Hij wijst op Finland waar de bouw van een nieuwe reactor in Olkiluoto zich al jaren voortsleept terwijl de kosten alsmaar stijgen. Een kleine kerncentrale zoals Fermi Energia die voorstelt zou eventueel een beperkte rol kunnen spelen in een overgangsfase, meent Randma. Maar zelfs dat is volgens hem twijfelachtig. “We hebben in Estland geen expertise op dat gebied.”

Met zijn slobbertrui en voorliefde voor fietsen voldoet Randma aan het signalement van de ecoloog. Hij ontwikkelt al ruim tien jaar elektrische auto’s en sleutelt sinds kort aan een start-up voor ecologische landbouw. In de tussentijd publiceert hij over Estlands klimaatbeleid. Zijn conclusie: de echte oplossing moet komen uit wind en zon. Met enthousiasme wijdt hij uit over nieuwe types windturbines en batterijen voor tijdelijke opslag van groene stroom.

Maar de clou van zijn betoog is een systeemverandering. “Stroom moet lokaal worden opgewekt en gebruikt.” In plaats van windmolens die zoveel mogelijk stroom in het net pompen op momenten dat niemand die nodig heeft, wil hij lokale netwerken die onafhankelijk van het landelijke netwerk kunnen functioneren. “De enige duurzame oplossing is een systeem waarbij huishoudens zelf hun energie opwekken.”

Lees ook: 

In kolenminnend Polen slaat de twijfel over de mijnbouw toe

De Poolse regering blijft de kolenindustrie promoten. Maar groene energie wordt ook in Polen een serieus alternatief, en lang niet iedereen juicht om de uitbreiding van de mijnbouw.

In Tsjechië zijn steenkolen passé, tot vreugde van Polen

Terwijl Tsjechië kolenmijnen sluit, investeert Polen 250 miljoen euro om de sector overeind te houden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden