Opinie

Groen knollenland

De populairste sport in Amerika is niet American Football, basketball of baseball, maar de jacht. Ook al gaat hun land naar de Filistijnen, Amerikanen staan op hun jaarlijkse jachtrecht.

Toen een paar jaar geleden de Engelse adel haar jachtprivileges zag verdwijnen, stond het bij ons op de voorpagina’s. In beeld: boze lords die zagen hoe het mooiste tijdverdrijf hun werd afgepakt, en benige vrouwen met rijlaarzen die wisten dat Engeland nu definitief ten onder ging. Ook onze eigen jagers halen de krant als hun zogenaamde faunabeheer weer eens uit de hand loopt en zelfs de koninklijke familie ligt zo nu en dan onder vuur vanwege haar liefde voor de jacht.

Maar dat Amerikanen er ieder jaar lustig op los schieten, doet niemand bij ons wat. En toch is de jacht daar volksvermaak nummer een, als het seizoen het tenminste toelaat. Natuurlijk is het beruchte recht van de Amerikaan om een geweer te hebben teneinde zichzelf en zijn erf te verdedigen, niet vreemd aan zijn hebbelijkheid om zo nu en dan wat fauna neer te maaien, maar het zit ook in zijn bloed, het is als het ware zijn oerreactie op de technocratie van tegenwoordig, het rudiment uit zijn verleden. De natuur moet overwonnen worden. Zoals de pioniers ooit het Westen domesticeerden, zo roeiden ze mét de Indianen ook haast de bizons uit.

In dierenromans als ’Kazan de wolfshond’ is naast de onvermijdelijke bosbrand het geweerschot van de mens de grote verdelger. In Wisconsin, de zuivelstaat van Amerika, zag ik langs de weg een bord staan: ’Doe mee aan de fazantenjacht! Je hebt geen vergunning nodig!’ Jacht voor beginners dus. Voor grotere dieren, herten en beren, moet je een akte op het stadhuis gaan halen, maar fazanten gaan gratis tegen de grond. Je kunt er rustig met je kinderen aan meedoen. Zo leren ze tenminste hoe ze met een geweer moeten omgaan. Het blijft toch altijd weer een schokkende ontdekking, achterin de Amerikaanse Hema de afdeling met geweren met bijbehorende kogels. Even controleren of je niet je halve familie al hebt doodgeschoten, anders kun je het ding over twee dagen gewoon komen ophalen.

In de film ’Elephant’, over een moordpartij op een middelbare school, krijgen de moorddadige pubers het geweer zelfs gewoon per post thuisbezorgd. Ik dwaal af. De jacht dus. In Minnesota is het seizoen net begonnen. De reclamefolders adverteren met zogeheten ’blinds’, mobiele boskleurige hutjes van waaruit je Bambi ongezien kunt neerknallen. De vrienden waar ik logeer, lopen deze dagen met fel-oranje pakken door de bossen want bewoners van wouden en weiden zijn momenteel hun leven niet zeker; de kans dat je per ongeluk door de buurman wordt neergeschoten, is niet denkbeeldig, vraag maar aan wielrenner Greg Lemond, die het ooit overkwam.

Het is allemaal geen reden om vraagtekens bij de jacht te zetten, dat heerlijk recht van de vrije burger. En wie dat wel doet, wordt op een groot billboard getrakteerd, zoals ik er in South Dakota eentje zag: ’Dakotans reject animal-activists; fishing and hunting is our economy!’ Amerika is een groen groen groen groen knollen knollenland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden