Groen is het nieuwe grauw in Mexico-Stad

Je moest er happen naar adem en alles was zwart van het roet. Maar Mexico-Stad probeert zichzelf opnieuw uit te vinden. Als schone stad.

Er was een tijd dat het Monument voor de Revolutie, een van de belangrijkste symbolen van Mexico-Stad, toeristen eerder wegjoeg dan aantrok. De enorme Arc de Triomphe-achtige kolos in het centrum, een hommage aan de Mexicaanse Revolutie, was asgrauw van de uitlaatgassen, de koperen koepel groen door gebrek aan onderhoud en het plein om het monument heen een grauwe betonnen parkeerplaats. Daklozen en straatverkopers hadden er het rijk voor zichzelf.

Dat was nog geen zeven jaar geleden. Nu is alles anders. De koepel schittert weer koperkleurig in de zon en de muren zijn keurig okergeel. Het plein is autovrij gemaakt en versierd met jonge bomen. Toeristen en gezinnen met kinderen maken er weer de dienst uit.

Het 'nieuwe' Monument voor de Revolutie staat model voor het nieuwe Mexico-Stad, want de grauwe, vervuilde metropool van weleer met 22 miljoen inwoners ondergaat een gedaanteverandering. De luchtvervuiling neemt af, openbare ruimtes worden terugveroverd op het verkeer. Parken, pleinen en boulevards worden opgeknapt.

De transformatie is ingezet door Marcelo Ebrard Casaubon, die van 2006 tot afgelopen december burgemeester was. De sociaal-democraat ontvouwde in 2007 een ambitieus 'Groen Plan'. Onder meer met de aanleg van fietspaden, nieuwe metrolijnen en vaste busstroken wilde hij de uitstoot van broeikasgas CO2sterk terugdringen.

Ook het verfraaien van parken, pleinen en straten is een integraal onderdeel van het plan. "De kwaliteit van de openbare ruimte is direct verbonden met de kwaliteit van een stad en om die reden met de kwaliteit van leven van haar bewoners", stelt Daniel Escotto, hoofdarchitect van de in 2008 opgerichte stedelijke Autoriteit voor Openbare Ruimtes. Volgens hem moet de stad haar identiteit benadrukken in opgeknapte pleinen, parken en straten.

De resultaten zijn vooral de afgelopen drie jaar zichtbaar geworden. Vlakbij het Zócalo, het immense centrale plein in het koloniale centrum, ligt het Alameda Park, het eerste openbare park van Latijns-Amerika. De tot voor kort afbrokkelende bankjes en de waterloze fonteinen zijn schoongemaakt en hersteld, de hordes straatverkopers zijn verwijderd. Even verderop is de Avenida Francisco I. Madero, de Kalverstraat van Mexico-Stad, opnieuw geplaveid en van begin tot eind alleen nog toegankelijk voor voetgangers.

Niet dat de metropool ineens een paradijselijk oord is: in 2011 was Mexico-Stad met haar vijf miljoen auto's nog steeds de onvriendelijkste stad ter wereld voor forenzen. Maar de internationale erkenning begint wel te komen. In 2010 ontving Marcelo Ebrard van de niet-gouvernementele organisatie City Mayors Foundation de prijs voor 'Beste burgemeester van de wereld'. Afgelopen week beloonde een andere ngo, het Institute for Transportation and Development Policy, de stad bovendien met de 'Prijs voor duurzame mobiliteit 2013', niet alleen vanwege de aanpak van het verkeer, maar ook om de pogingen 'openbare plekken te revitaliseren'.

Volop lof dus, maar niet iedereen vindt dat het echt de goede kant op gaat. "De huidige pogingen om de stad op te knappen getuigen nog steeds niet van een echte visie op de toekomst", zegt directeur Elias Cattán van Taller 13, een architectenbureau dat zich specialiseert in duurzame projecten. "We blijven als stad op de rand van de afgrond balanceren. Er wordt nu hier en daar een park opgeknapt en een rijstrook voor bussen aangelegd, maar daar zit geen overkoepelend idee achter van hoe het er over vijftig jaar uit moet gaan zien."

Volgens Cattán lijdt Mexico-Stad nog steeds onder het fundamentele probleem dat er niet goed wordt omgegaan met natuurlijke grondstoffen in de omgeving, vooral water. Een zesde van de waterbronnen, zoals rivieren en meren, lijdt onder overexploitatie, terwijl door erosie in de omliggende bergen jaarlijks buitenwijken overstromen.

Taller 13 heeft zelf in 2011 een plan bij de gemeente ingediend om iets aan de verstoorde waterhuishouding te doen. De reacties waren enthousiast, maar concreet wordt er nog weinig mee gedaan. "Om te weten waar je met de stad naartoe kunt gaan, moet je weten wat de stad is. Op dit moment is er geen beleidsmaker die daar echt een idee van heeft", zegt Cattán.

Hij verwijst naar een lang verloren verleden, toen Mexico-Stad nog de Azteekse hoofdstad Tenochtitlan was; toen was het nog een eiland in het later door de Spaanse veroveraars gedempte Meer van Texcoco. "De Azteken hadden de distributie van water goed onder de knie, maar daar is nu geen sprake meer van. Om maar even een voorbeeld te geven: de bomen die bij het opgeknapte Monument voor de Revolutie zijn geplant, beginnen inmiddels al weer uit te drogen."

Ook zijn er critici die zich afvragen hoe houdbaar al die vernieuwingswoede eigenlijk is. Het opkalefateren van het Alameda Park kostte alleen al zo'n vijftien miljoen euro, de renovatie van het Monument voor de Revolutie ruim twintig miljoen. Intussen is Mexico-Stad met 3,5 miljard euro schuld wel de armlastigste deelstaat van het land.

Niettemin heeft Ebrards opvolger Miguel Ángel Mancera beloofd de stadsvernieuwing van zijn voorganger door te zetten. De komende jaren moeten er nog flink wat andere delen van de stad op de schop. Zo zullen maar liefst 67 bruggen worden opgeknapt, en moet ook het enorme cirkelvormige plein rond het drukke metrostation Insurgentes worden aangepakt. Nu is dat nog een verloederde betonnen vlakte, omringd door goedkope winkeltjes waar de geur van urine overheerst, maar de stad wil er een soort eigen Times Square van maken.

Elias Cattán hoopt dat de stad bereid is verder te gaan dan alleen opschonen en restaureren. "Deze stad is gekmakend mooi. Ooit waren we het Venetië van de Amerika's, een stad van kanalen, open water en parken. Als we terugkeren naar die essentie, kunnen we een voorbeeld voor de wereld worden."

Niet langer de vuilste
Het Groene Plan van Mexico-Stad voorziet in het substantieel terugdringen van de uitstoot van koolstofdioxide in vijftien jaar. Dat moet vooral gebeuren door het stimuleren van het openbaar vervoer en de fiets; niet alleen is er de afgelopen jaren 300 kilometer fietspad aangelegd, ook zijn er inmiddels 85 verhuurpunten van de Ecobici, een soort Witte Fietsenplan. Al die investeringen hebben hun uitwerking niet gemist: de uitstoot van broeikasgassen is de afgelopen vier jaar met bijna acht miljoen ton teruggebracht. Wat ooit de meest vervuilde stad ter wereld was, is daardoor wereldwijd gezakt naar plaats twintig, en komt in eigen land qua vervuiling zelfs al gunstiger uit de bus dan Mexicali en Monterrey.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden