GROEN & GEEL

Dit is de zesde aflevering van een serie over alledaagse dingen die de grootste ergernissen kunnen oproepen.

Als hij op zijn tenen staat en zich voorover buigt, kan meneer Berkhout net het balkon van de buren zien. Een vies balkon, vol met witte klodders duivenmest. “De buurman is altijd weg. Een artiest, ziet u. En dan kunnen die beesten hun gang gaan.” Al maanden voert Berkhout een strijd tegen de overlast van de verwilderde postduif, ook wel huisduif genoemd - de Columba Livia Domestica. Hij probeerde ze weg te jagen met een stok en door hard te schreeuwen, vertelt hij. Tevergeefs, de beesten bleven terugkomen.

Gerard Zwart van de ongediertebestrijding GG & GD Amsterdam knikt aandachtig, maar legt uit dat hij niet veel kan doen. Hij kan contact opnemen met de huiseigenaar, maar die is niet wettelijk verplicht actie te ondernemen. Duiven worden meestal niet gezien als ongedierte. De reputatie van de duif als symbool van vrede, koerend rondstappend in een donzig verenpak, wekt vaak vertedering op. Toch krijgt Zwart veel klachten binnen van zowel bedrijven als particulieren die het beestje weinig goeds toewensen.

Zwart kan zich de irritatie wel voorstellen. Hij vindt duiven vies. Duiven bevuilen gevels en gebouwen, ze maken het wasgoed vuil. Als het warm is, stinkt het naar duivenmest. Ze verspreiden ziekten, zoals papegaaienziekte en vogelmalaria. En ze zorgen ook nog voor geluidsoverlast met hun gekoer.

Buiten, op het Cornelis Troostplein, laat hij zien hoe een zieke duif te herkennen is. Met een zakje maïs lokt hij de duiven naar zich toe. “Deze beesten zijn er bijna allemaal ellendig aan toe”, legt hij uit. “De veren zijn dof en ze missen de hagelwitte randen om de ogen waaraan een gezonde, stevige duif te herkennen is. En die klompvoetjes, dat is een gevolg van inteelt.”

Aanvankelijk was er voor de duif een heldhaftige taak weggelegd. In de jaren veertig werden de postduiven, de voorouders van de huisduif, vrijgelaten om illegaal berichten rond te brengen. Vele van hen keerden niet meer naar huis terug en zwierven door de stad. Met name door de verhuizing van Amsterdammers naar de nieuwbouw in de randstad, waar duivenhokken niet getolereerd werden, verkregen veel postduiven de vrijheid.

En natuurlijk speelt ook de royale gift van de Italianen een rol. Tijdens de zevenhonderdste verjaardag van de stad kreeg Amsterdam 700 Italiaanse duiven cadeau, die op de Dam werden losgelaten. Op die plek, in het hartje van de stad, is de populatie dan ook het grootst. Zo'n vijftienhonderd duiven van gemengd bloed scharrelen er dagelijks rond. Een plezier voor toeristen die zich veelvuldig met de beestjes laten fotograferen. En een goede business voor verkopers van zakjes maïs. Enige tijd was die verkoop in handen van straatbendes die ook bedreven waren in het zakkenrollen. Met een project om daklozen duivenvoer te laten verkopen, denkt de gemeente twee problemen in één klap op te lossen: de toerist wordt beschermd tegen criminele activiteiten en de dakloze wordt aan werk geholpen.

Op korte termijn wordt over het voortzetting van het project een vergadering belegd, waar ook Gerard Zwart zijn woordje mag doen. Hij vindt het project maar niks. “Dan komen er nog meer van die beesten.” Duiven worden namelijk niet alleen op de Dam van eten voorzien. Zwart: “Ze worden in de hele stad vetgevoerd. Sommige mensen zien het als een dagtaak. Die zijn 's morgens om vijf uur al op weg, de fietstassen vol met brood om ze te voeren. En de duiven staan al klaar, ze wachten op hun eten.” Van de gemiddelde duivenvriend heeft hij zich een helder beeld gevormd. “Dat is iemand van middelbare leeftijd die teleurgesteld is geraakt in de rest van de mensheid en de duiven ziet als zijn enige vriendjes.”

Enige zorg is op zijn plaats. De huisduif is in staat om zo'n acht keer per jaar twee eieren uit te broeden en kan, mits goed verzorgd, zo'n twintig jaar oud worden. De schade die de dieren veroorzaken, is enorm. Het paleis op de Dam moet twee keer per jaar worden schoongemaakt vanwege de duivenmest. De meeste gebouwen en bedrijven in de stad laten dan ook duivenweringen op hun dak zetten, die gemiddeld zo'n tienduizend gulden kosten. Medewerkers van de GG & GD gaan geregeld op pad met een schietnet om duiven te vangen, maar moeten zich dan vaak boze omstanders, met stokken en honden, van het lijf zien te houden.

Een enkele keer wordt een verdwaalde postduif gevangen, te herkennen aan een ringetje om de poot. Dan gaat er een kaartje naar de Nederlandse Vereniging van Postduivenhouders, want zo'n beestje kan duizenden guldens waard zijn. Met de gewone huisduiven loopt het slechter af; die worden vergast in kisten met koolzuur. “Twintig, dertig seconden en het is gebeurd”, zegt Zwart. Een vervelende opdracht, noemt hij het. Vooral de eerste keer heeft hij flink moeten slikken. “Maar wie doet het anders?”

Het ombrengen van duiven zou vermeden kunnen worden door ze aan de pil te brengen. In het verleden is daarmee geëxperimenteerd door duivenvoer te mengen met het hormoonpreparaat Ornithrol. Van het middel bleken de duiven broze botten te krijgen, zodat ze letterlijk dood neervielen. Sinds vier jaar worden proeven genomen met een andere pil, afkomstig uit de pluimveesector. Zwart: “Van dit middel worden de duiven zelfs gezond. Ze worden dik, met prachtige glanzende veren. Maar we moeten de boel onder controle houden. Als die pillen door het voer gemengd worden, krijgt het ene beest drie pillen binnen en het andere geen enkele. Daar moeten we dus nog een oplossing voor vinden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden