Groeiend Joods onbehagen

Antisemitisme, zegt rabbijn Andrew Baker, is de zwakke plek van het Westen. "Naarmate de oorlog wegzinkt in het verleden, steken oude gewoontes weer de kop op."

Joden in Nederland missen een basaal vertrouwen in de maatschappij. En dat diepe wantrouwen verdwijnt niet zomaar, zegt rabbijn Andrew Baker van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). "De overheid moet daarom extra haar best doen om het vertrouwen te winnen."

De Amerikaanse rabbijn Baker (1949) geldt internationaal als een expert op het gebied van antisemitisme. Hij reist de wereld rond om overal de actuele stand van Jodenhaat te peilen. Naast zijn baan als directeur Internationale Joodse Betrekkingen van het American Jewish Committee treedt hij ook op als adviseur voor de OVSE.

Enkele maanden geleden bezocht hij ook Nederland om te kijken hoe het er gesteld is met racisme tegen Joden. Hij sprak met prominente leden van de Joodse gemeenschap - die zo'n 50 duizend leden telt - en ook met politici, onder wie minister Donner van binnenlandse zaken. In een net verschenen rapport vat Baker zijn bevindingen samen en doet hij ook een aantal aanbevelingen.

De belangrijkste daarvan: ritueel slachten moet mogelijk blijven, er moeten concrete maatregelen worden ondernomen om het massaal scanderen van haatleuzen tijdens voetbalwedstrijden ('Joden aan het gas') tegen te gaan, en de Nederlandse regering moet de financiële kosten op zich nemen van extra beveiliging van Joodse gebouwen.

Hoewel hij de Joodse gemeenschap in Nederland 'stabiel' en 'goed geïntegreerd' aantrof, constateerde Baker wel een groeiend onbehagen. Dat baart hem zorgen. "Bij de Joodse mensen die ik sprak, zag ik veel bezorgdheid. Die zie ik trouwens niet alleen in Nederland, maar in heel West-Europa. Ook in andere West-Europese hoofdsteden zien de Joden zich genoodzaakt hun synagogen en gebouwen steeds beter te beveiligen. Het is een trieste zaak. Tien, vijftien jaar geleden hadden we dit niet voor mogelijk gehouden. Antisemitisme, dat is iets van het verleden, dachten we toen."

Dat Jodenhaat weer de kop opsteekt in West-Europa, wijt Baker vooral aan de - met name - islamitische minderheden, die snel in omvang toenemen.

Een tweede oorzaak ziet hij in de 'steeds uitzichtlozer wordende' situatie in Israël en de Palestijnse gebieden. "Anti-Israëlische sentimenten worden steeds breder gedragen. Die gevoelens hoeven niet automatisch te leiden tot antisemitisme, maar dat kán wel. We moeten echt alert zijn. Kijk, ik heb problemen met het Chinese regime, maar dat betekent nog niet dat ik mijn Chinese buren ga molesteren. Maar als Israël de Gazastrook binnenvalt, zie je het aantal antisemitische incidenten pijlsnel omhoogschieten."

Antisemitisme, zegt Baker, is de zwakke plek van het Westen. "Het is moeilijk om de minder vleiende kanten van je geschiedenis onder ogen te komen. Nederlanders waren niet allemaal helden in de oorlog. De meesten waren meelopers en lafaards. Pas de laatste jaren is daar oog voor gekomen. En het antisemitisme in Europa - óók in Nederland - dateert van ver vóór Hitler. Het was zelfs modieus. Na de oorlog kwam er een taboe op, maar het werd niet grondig verwijderd. Naarmate de oorlog verder wegzinkt in het verleden, steken oude gewoontes weer de kop op."

Vanwege het verleden koestert de Joodse gemeenschap in Nederland een diep wantrouwen jegens de maatschappij, constateert Baker. "Dat wantrouwen ís er. En vind je het gek. Alles wat er voor hun bestwil was: de bureaucratie, de politiek, de politie, keerde zich in de oorlog opeens tégen hen. Om het vertrouwen terug te winnen, moet je veel meer doen dan alleen neutraal blijven, zoals de overheid nu doet. Er moet een tandje bij. Je moet Joden een speciale behandeling geven. Als een geste, een teken van erkenning."

Daar heeft de huidige politiek, vindt Baker, onvoldoende oog voor. "Minister Donner wil geen extra geld uittrekken voor de beveiliging van joodse gebouwen. Dat doet hij bij andere minderheden ook niet, zegt hij. Op zich een redelijk standpunt, maar ja: die andere minderheden hebben ook niet dezelfde geschiedenis."

Hoe het wél moet, maakte hij - ironisch genoeg - in Duitsland mee. "Een paar jaar geleden bezocht ik de leider van de Joodse gemeenschap in Duitsland. Zijn Mercedes was - op overheidskosten - extra beschermd, met kogelvrij glas. Een politieauto volgde hem overal waar hij heenging. Hij keek me haast verontschuldigend aan, glimlachte, en zei: 'dit is voor hen, niet voor mij'. Met andere woorden: het zou vreselijk zijn voor Duitsland als mij iets overkwam: een totale schande. Die houding mis ik in Nederland."

Zo'n voorkeursbehandeling zou ook een averechts effect kunnen hebben.
"Misschien, maar daar ben ik niet zo bang voor. Het is geen speciale behandeling zonder reden. De geschiedenis is er nu eenmaal. Die hebben de Joden ook niet gewild."

Welke andere concrete stappen zou de Nederlandse regering kunnen zetten om het vertrouwen te winnen van haar Joodse burgers?
"Neem de nationale dodenherdenking op 4 mei. Bij de Holocaust wordt tijdens die ceremonie niet apart stilgestaan. Joden voelen zich daardoor miskend. Andere landen hebben zo'n aparte herdenking wel. Het zou goed zijn als die er in Nederland ook zou komen.

"Zo'n maatregel past ook bij jullie. Jullie hebben een traditie van tolerantie. Daar zijn jullie zelfs trots op."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden