Groeien om te overleven

(Trouw)Beeld EPA

Fair trade zal de komende jaren flink moeten groeien. Anders is het gedaan met de eerlijke handel, zegt ontwikkelingseconoom Ruerd Ruben. „Supermarkten en de voedingsindustrie moeten het voortouw nemen.”

Als fair trade niet snel gaat groeien moet je ermee ophouden. Ruerd Ruben, hoogleraar ontwikkelingsstudies aan de Radboud Universiteit Nijmegen, heeft geen moeite met die stellige uitspraak. „Nee, ik ben wetenschapper, ik ben gediend met de waarheid. Als je me vraagt: Heeft fair trade toekomst? Dan zeg ik ja, als het groeit. Niet als het in de niche blijft hangen waarin het nu nog zit, zo’n 3 procent. Op een bepaald moment moet je zeggen: We gaan op weg naar de 20 procent, anders moet je naar huis. De kosten van het systeem zijn te hoog voor die paar procent omzet.”

Ruben publiceerde onlangs het boek ’The Impact of Fair Trade’. Daarin onderzoekt hij wat de gevolgen zijn voor de boerengemeenschappen in de ontwikkelingslanden van twintig jaar eerlijke handel. Ruben is daar een bekende. Hij woonde en werkte ruim twaalf jaar in Midden-Amerika en was nauw betrokken bij programma’s van landhervorming en coöperatieve ontwikkeling. Daarna heeft hij tien jaar onderzoek verricht in Oost- en West-Afrika rondom vraagstukken van voedselvoorziening, duurzame landbouw en klimaatsverandering.

Eerlijke handel betreft inmiddels 600 boerenorganisaties in 55 landen. Daarbij zijn zo’n miljoen boeren betrokken die samen een omzet van 1,6 miljard euro maken. Verrassend genoeg heeft produceren onder het Fair Trade/Max Havelaar etiket amper een effect op de inkomens van de betrokken boeren, zo ontdekte Ruben. Dat is toch eigenlijk de voornaamste reden waarom betrokken westerse consumenten deze producten kopen. Is dat niet teleurstellend? Ruben: „Het is niet anders. Bij koffie is het effect wat groter, bij andere weer nul of zelfs negatief. Alles bij elkaar zijn de effecten zeer bescheiden. Anderzijds is er wel een effect op de bezitsvorming van de boeren, meer grond bij voorbeeld. Daarnaast zie je een betere toegang tot krediet. Ze gaan hun geld ook anders uitgeven. Er wordt geïnvesteerd in bodemverbetering, maar ook in scholing voor hun kinderen. Ze durven nu meer risico’s te nemen. Daaraan dragen ook de coöperaties bij. Die zijn veel beter, sterker geworden.”

Ruben wijst met name op de indirecte effecten van fair trade. „In vele regio’s zie je dat de fairtradeprijs de richtprijs wordt. Dat betekent dat ook niet-deelnemers profiteren van de fairtrade-inspanningen. Dat gebeurt trouwens ook al bij de besteding van de fairtradepremie aan bij voorbeeld schooltjes. Daar profiteert iedereen van, ook niet-leden. Op andere terreinen is dat ook zichtbaar. In Ghana bijvoorbeeld ligt een fairtradeplantage van bananenboeren naast een grote plantage van de Amerikaanse multinational Dole. Dole heeft moeite om arbeiders te contracteren, omdat die allemaal bij de beter betalende fairtradecoöperatie willen werken. Als gevolg daarvan verhoogde Dole de lonen en andere arbeidsvoorwaarden tot fairtradeniveau. Dat is een les voor de ontwikkelingsorganisaties. De indirecte effecten van fair trade zijn veel groter dan de directe. Naar die laatste wordt toch te veel gekeken.”

Erg succesvol is de combi fair trade en biologische teelt. Ruben: „Die biologische teelt levert een hoge kwaliteit op. Dat kun je goed verwaarden. Bij de koffie zie je dat echt gebeuren. Daarom levert de overstap naar biologische teelt de boeren veel op. Daarbovenop nog eens fair trade heeft echter weinig extra effect.” Ruben legt daarmee de vinger op een van de zere plekken van fair trade: de kwaliteit. „Het garanderen van hoge kwaliteit is een lastig verhaal in deze keten. Dat is echt een probleem. Met name bij het transport vallen er gaten. Verpakking in fruitketens is een zwakke schakel. In vrachtauto’s wordt de airco uitgezet omdat het benzine kost. Havens vormen vooral in kleinere productielanden een bottleneck. De planning is lastig voor ze. Regelmatig komen schepen te laat, soms dagen, en dan ligt het fruit maar te wachten. Ik zie regelmatig dat importeurs in havens de producten herkeuren.”

De consequentie is dat fair trade niet hard genoeg groeit. De keten moet veel strenger en strakker beheerd worden. Ruben: „Supermarkten en de voedingsindustrie moeten daarin het voortouw nemen. Zij moeten als belangrijkste spelers in de ketens de regie nemen. Pas dan ontstaat de mogelijkheid grotere volumes te gaan draaien en ontsnapt fair trade aan de niche waarin ze nu zit.” Om grotere volumes te bereiken pleit Ruben ook voor een extra kwaliteitslaag tussen gangbaar en de eisen van Max Havelaar. De stap is nu vaak te groot. „Kijk naar koffie met het label Utz Certified. Grote koffiebranders kopen nu hun koffie in onder dat label en dan zet je echt een grote stap voorwaarts naar een meer duurzame productie. Dat is goed. Zo kun je geleidelijk toegroeien naar een steeds hoger niveau van productkwaliteit. Ik denk dat de effecten uiteindelijk dezelfde zijn. Het moet alleen door de fairtradeorganisatie gelegaliseerd worden.”

Dat zal even slikken zijn voor een organisatie die met het Max Havelaar keurmerk een meerprijs aan boeren toezegt en zo de betrokken consument verleidt tot aankopen. „De crux zit niet in die meerprijs. Waar het allemaal om gaat is het tot stand brengen van een continue handel met een behoorlijke omvang waarin de kleine boeren in ontwikkelingslanden een rol spelen en hun deel krijgen. Op die essentie moet je het proces stroomlijnen. Alles wat niet werkt moet eruit.”

zie ook het dossier Fair Trade

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden