Groei, met minder overheid

Moet de overheid meer of minder geld in natuur steken? Volgens Walter Kooy van het Nationaal Groenfonds is het mogelijk om met minder subsidie toch meer natuur aan te leggen.

Hij heeft even een rekensommetje gemaakt, op basis van de jaarverslagen van de grote én kleine natuurbeherende organisaties. Volgens Walter Kooy, directeur van het Nationaal Groenfonds, bestaat een derde van de inkomsten van deze clubs uit subsidies. Nog een derde schrapen zij bij elkaar met giften. En nog eens een derde verdienen ze zelf, met hun terreinen. Ze verkopen hout, vragen geld voor excursies en verhuren vakantiehuisjes.

Met die verhouding is niets mis, zegt Kooy, maar je kunt je afvragen of die in het post-Blekertijdperk realistisch is. "De staatssecretaris van natuur had het wat minder kort door de bocht mogen formuleren, maar dat het met de overheidsfinanciering niet op deze manier kan doorgaan, heeft hij duidelijk verwoord. De natuur moet minder afhankelijk van de overheid worden."

De staat heeft eenvoudigweg onvoldoende middelen, zegt Kooy, en er is volgens hem sprake van 'langdurige krapte'. "Er moet gesneden worden, en of we dat nu leuk vinden of niet, natuur staat minder hoog in de hiërarchie dan bijvoorbeeld de handen aan het bed in het verpleeghuis of de verbreding van de A27. Natuurorganisaties moeten inzien dat de overheid niet kan blijven leveren, wie er straks ook in het Catshuis zit."

De directeur van het Groenfonds stelt daarom een andere verhouding voor, waarin de overheid nog maar tekent voor 15 procent van de financiering, en de natuur vooral met donaties (40 procent) en eigen inkomsten (45 procent) wordt ontwikkeld en beheerd. "Niet omdat we dit als Groenfonds zo graag zouden willen, maar omdat dit noodzakelijk is."

Kooy zou Kooy niet zijn als hij geen routekaart naar die nieuwe werkelijkheid kan ontvouwen, maar hij wil eerst stilstaan bij die terugtrekkende overheid, die volgens hem de verplichting blijft houden natuur te financieren, ongeacht de vraag of zij dat uit politieke overwegingen wel wenst. "Omgerekend zal de overheid tot 2028 jaarlijks minstens 300 miljoen euro in natuur moeten blijven pompen."

Kooy: "Die verplichting komt niet alleen voort uit de Grondwet die het recht op leefomgeving van enig niveau omschrijft, maar ook uit internationale verdragen en richtlijnen". Samen vormen deze volgens hem een soort basisverplichting waar Nederland niet onderuit kan.

"Het beheer door de boswachter is niet eens zo'n grote kostenpost, maar Nederland is veel geld kwijt aan het verbeteren van de omgevingscondities van het buitengebied." Kooy doelt op het reguleren van de waterstand, het ontsnipperen van de natuur en de terugdringing van emissies, stuk voor stuk kostbare ingrepen die de kwaliteit moeten verhogen. "Ooit ben je daarmee klaar - de hele samenleving wordt immers duurzamer en het milieu wordt schoner. Maar de komende vijftien jaar is er werk aan de winkel."

Dat geldt ook voor de ontwikkeling van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) die door de lezers van Trouw inmiddels is omgedoopt tot Nationaal Natuur Netwerk (N3). De ontwikkeling van deze aaneenschakeling van beschermde natuurgebieden is door staatssecretaris Bleker beperkt tot 600.000 hectares in plaats van 730.000. Maar wil Nederland aan zijn internationale verplichtingen voldoen, dan sluit Kooy niet uit dat er meer dan de oorspronkelijke oppervlakte in natuur moet worden omgezet.

"Daarmee wil ik niet zeggen dat we nog meer landbouwgrond moeten omvormen tot natuur. Sterker nog: dat wil ik juist níet beweren. We moeten een nieuw diepgaand conflict met de agrarische sector vermijden." Die reconstructies gaan ook te traag en zijn te duur. En, zegt Kooy, er zijn ook goede argumenten om in eigen land de duurzame voedselproductie in stand te houden, en die vraagt ruimte.

"We kunnen het groene netwerk sneller én goedkoper vergroten door meer natte natuur te ontwikkelen, zoals in het plan voor de Marker Wadden langs de dijk Enkhuizen-Lelystad. En langs de rivieren naar het voorbeeld van de Gelderse Poort, waarin de aanleg van natuur wordt gecombineerd met meer veiligheid." Sommigen zullen rouwen om het verdwijnen van de 'Marsman-natuur', zegt Kooy. Maar nieuwe generaties genieten juist van de ruige oevers.

Nu komt Kooy toe aan zijn plannen voor andere financiering: "Bij de ontwikkeling van die nieuwe natuur dient vanaf het begin het bedrijfsleven te worden betrokken. Nu is het zo dat er natuur wordt aangelegd, en pas dan wordt gekeken of er ook recreatie mogelijk is. Maar als je de financiering van de natuur echt wil borgen, zul je moeten samenwerken. Waar komt de haven, waar de vakantiewoningen, en waar de natuur die je uit de inkomsten van die recreatie financiert? Maar ook de vraag 'op welk segment van de samenleving richten we ons met dit project?' is heel wezenlijk. We moeten echt gaan marktdenken."

Het Zeeuwse project Waterdunen waar de komende jaren vierhonderd recreatiewoningen op 40 hectare nieuwe duinen en schorren worden aangelegd, is volgens Kooy een goed voorbeeld van dat marktdenken. De samenwerking met recreatie-ondernemers schaart Kooy onder de 'consumentendiensten' die de natuur kan leveren. De natuurbegraafplaatsen vallen daar ook onder, en de exploitatie van klimbossen.

Daarnaast ontstaat er een regelmatige geldstroom door wat hij 'grote diensten' noemt, als waterberging, CO2-opvang en natuurcompensaties voor industriële ontwikkeling elders. "Staatsbosbeheer haalt nu al veertig procent van de inkomsten uit de eigen terreinen, andere beheerders blijven steken op 30, 35 procent. Dat moet de komende jaren kunnen groeien naar 45 procent."

Toch blijven er natuurgebieden waarmee geen droog brood is te verdienen. Ze zijn te kwetsbaar of liggen niet centraal. "Hoewel de basis-natuur hier toegankelijk en gratis moet zijn, kunnen bezoekers voor bijzondere voorzieningen best betalen. Het bos is gratis, maar voor de uitkijktoren moeten ze de chipknip trekken, en ook voor de parkeerplaats."

Voor het overige zal deze natuur met een terugtrekkende overheid door aanzwellende donaties moeten worden bekostigd. Dat aandeel groeit naar 40 procent, als het aan Kooy ligt. Dat kan volgens hem ook, met stimulerende maatregelen van de belastingdienst.

"Schenkingen aan de cultuursector zijn in hoge mate aftrekbaar. Giften aan natuur veel minder. Dat zou rechtgetrokken moeten worden."

Particulieren met drie of vier hectare natuur zouden het onderhoud daarvan van de inkomstenbelasting moeten kunnen aftrekken. "Pas dan wordt het aantrekkelijk om zonder grote bedragen aan subsidie zelf natuur te gaan beheren."

Dat de overheid twintig jaar geleden de financiële zorg voor de natuur op zich heeft genomen, heeft veel goeds gebracht, zegt Kooy, maar ook nadelige effecten. Niemand voelt zich meer verantwoordelijk, en er is véél natuur, dus is het ook niet erg als er op wordt bezuinigd.

"Toch zou het goed zijn als particulieren weer het heft in handen nemen. Kijk naar de landgoederen uit de Gouden Eeuw, toen de rijken buiten de stad hun eigen natuur creëerden. Dat kan nog steeds. Ook zouden boeren in coöperatie natuur kunnen aankopen, om zo in de toekomst te voldoen aan de Europese norm dat zij 7 procent moeten 'vergroenen' om straks nog voor landbouwsubsidie in aanmerking te komen."

En, zegt Kooy, mocht Staatsbosbeheer aandelen van niet-strategische natuurgebieden gaan uitgeven, dan zou hij zeker zo'n volksaandeel kopen. Een áándeel in natuur, wat verwoordt de binding sterker?

Wat is het Nationaal Groenfonds?
Met een balans van 1,5 miljard euro is het Nationaal Groenfonds net een kleine bank. Toch is het in 1994 door de provincies en het toenmalige ministerie van landbouw en natuur opgerichte fonds een belangrijke niche-speler in de groene sector.

Veel overheden parkeren bij het Groenfonds het geld dat uiteindelijk moet worden besteed aan langlopende landschappelijke projecten, zoals Ruimte voor de Rivier. In die gevallen is het Groenfonds de kassier.

Maar in de tussentijd is de organisatie van Walter Kooy ook financier. Het kapitaal wordt geleend aan organisaties die aan natuurbeheer doen en om financiering verlegen zitten.

Met de bescheiden winst die gemaakt wordt, probeert het Groenfonds met goedkope leningen innovaties in de sector te steunen. Niets is mooier, zegt Kooy, dan dat een marktbank zo'n project gaat financieren. Pas dan blijkt dat de vernieuwing levensvatbaar is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden