Koken met Karin

Grissini (Italiaanse broodstengels)

Beeld Karin Luiten

Doorgaans kan ik mij goed vermaken in mijn uppie. Als zelfstandige werk ik om te beginnen tot volle tevredenheid alleen thuis, maar ook buiten werktijden gaat het prima.

Geef mij een goed boek en een pot thee (of een Netflix-serie en een fles wijn) en je hebt geen kind aan mij. Maar eten in je eentje? Dat vind ik oprecht ongezellig. Eten is een sociaal fenomeen, dat doe ik het liefst samen. Maar ja, laatst was ik een weekje op solovakantie in de Italiaanse Veneto en hoewel het zwemmen, fietsen en lezen mij uitstekend afging, vond ik vooral de avondmaaltijd toch triest.

Natuurlijk heb ik, al was het maar beroepshalve, volop aandacht voor wat er op mijn bord ligt, maar tussen de borden door, wat doe je dan? De telefoon is geen optie. Dat oogt zielig, alsof je workaholic bent (kijk mij eens belangrijk wezen) of socialmedia-verslaafde (hoeveel likes heb ik al op die Instagram-pasta?) Met een papieren krant zwiep je om de haverklap het zoutvaatje van tafel, dan werkt de digitale krant op de tablet beter. Al gaat er natuurlijk niks boven een fijn boek. Niet al te groot of dik, maar vooral niet al te meeslepend, je moet je er makkelijk uit los kunnen rukken voor de volgende gang. Bovendien wil je af en toe ook geïnteresseerd (nee, ik ben heus geen sneu muurbloempje, ik zit hier voor mijn plezier) om je heen kijken.

Gelukkig was ik in Italië nooit helemaal alleen, ik kreeg altijd meteen gezelschap van een mandje grissini. Broodstengels die wij soepstengels noemen, al zie je Italianen er nimmer soep bij eten. Men mag er graag plakjes vleeswaren omheen wikkelen bij wijze van borrelhap en verder dienen ze als knabbel-terwijl-u-wacht. Meestal komen ze in plastic verpakt uit de fabriek maar in de betere horeca zijn ze versgebakken. En onweerstaanbaar.

In de supermarkt hadden ze rijen vol, onder allerlei verschillende namen als grissini, grissani, grissoghiotti, filoncini, sfilati en pangrì. Die zouden de kofferreis vast niet overleven, dus toen bakte ik ze thuis maar zelf. Natuurlijk uit hét kookboek over de Veneto, ‘Mangiamo!’ van de in Verona wonende Nederlandse Antoinette Coops.

Zelf maken  (voor ± 20-24 grissini):

Oven voorverwarmen op 200 °C. Los de gist en suiker op in 100 ml bruiswater. Laat het papje een paar minuten rusten. Zeef de bloem boven een kom, maak een kuiltje en schenk daarin het gistmengsel. Voeg nog een scheut van het bruiswater toe plus de olijfolie. Kneed goed. Voeg nu het zout en de rest van het bruiswater toe. Kneed een paar minuten tot een mooi egaal deeg. Laat in een afgedekte kom op een warme, tochtvrije plek rijzen en verdubbelen in ± 1 uur. Haal steeds een plukje (formaat ongepelde walnoot) van het deeg en rol/trek er een lange stengel van. Verdeel over 2 met bakpapier bedekte bakplaten. Kwast in met olijfolie en bestrooi met de smaakmakers naar keuze. Niet allemaal tegelijk, maar een combinatie met zout doet het altijd goed. En ja, de helft gaat er onvermijdelijk naast. Laat nog een kwartiertje rijzen. Bak in de oven gaar en lichtbruin in ± 20 minuten. Bewaar in een luchtdichte trommel.

400 g bloem

125 ml bruiswater (op kamertemperatuur)

1 zakje droge gist (7 g)

1 theel suiker

40 ml olijfolie plus extra om te bestrijken

1½ theel zout

Smaakmakers: sesamzaad, maanzaad, fijngehakte rozemarijn, gedroogde oregano, chilivlokken, zoutvlokken

Lees alle recepten van Karin Luiten terug in dit dossier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden