Grip krijgen op het Grote IJs

Sinds 2000 is ongeveer 2000 miljard ton ijs extra gesmolten. En sinds twee, drie jaar maakt de smeltbalans een forse duik. (FOTO ANYA VAN LIT)

Groenland verliest in verhoogd tempo zijn ijs. Dat blijkt uit een studie die vandaag verschijnt. „We begrijpen wat er gebeurt op Groenland, maar we zijn er nog niet.”

De winter van 1979 maakt diepe indruk: grote delen van Nederland raken ingesneeuwd, de Waddenzee bevriest en het ijs kruit hoog op tegen de dijken van het IJsselmeer. Michiel van den Broeke is dan pas tien jaar oud, maar het moet die winter zijn geweest, zegt hij dertig jaar later, die zijn liefde voor het ijs heeft aangewakkerd.

Tien jaar daarna staat hij als jonge student oog in oog met een ijsmassa die nog meer indruk maakt, de Groenlandse ijskap. Dit keer hoeft hij zich geen weg te banen door sneeuw en ijs. Het is er warm. De tweedehands legertrucks die ze bij de Domeinen op de kop hebben getikt, lopen voortdurend vast in de modder. Van den Broeke: „Je beseft het niet, maar in dit deel van Groenland wordt het ’s zomers gewoon twintig graden. Het wekte wel onze verbazing. Hoe kon dat ijs bij deze temperaturen blijven liggen?”

Hij is niet de enige die zich daarover verbaast. In deze tijden van klimaatverandering komt elke cameraploeg die een bezoek brengt aan het grootste eiland ter wereld, terug met beelden van groene weides, werkeloze sledehonden en snelstromend smeltwater. En ook de wetenschappelijke literatuur wordt de laatste jaren overspoeld met berichten over extra smelt, schuivende gletsjers en afkalvende ijsbergen. Allemaal met een verontrustende ondertoon, maar zonder duidelijk te maken wat er precies aan de hand is.

In die val zal Michiel van den Broeke niet snel trappen. „Natuurlijk”, zegt de hoogleraar polaire meteorologie van de Universiteit Utrecht, „het is een imposant gezicht. Elk jaar smelt er 250 kubieke kilometer ijs weg van Groenland. En als de hele ijskap in zee verdwijnt, stijgt deze met zo’n zeven meter. Maar een beetje smelten moet; er komt ieder jaar ijs bij door sneeuwval. Zonder smelt werd de ijskap onmetelijk groot. Waar het om gaat is: ligt er nu minder ijs dan in 1990? Dat zie je niet in een oogopslag, dat moet je meten. Langdurig.”

Dat is precies wat de groep van Van den Broeke de afgelopen twintig jaar heeft gedaan. Nauwkeurig meten hoe het ijs zich gedraagt, en die meetgegevens verwerken in een model dat de dynamiek van de ijskap beschrijft.

Het resultaat van die noeste arbeid staat vandaag in Science, samengebald in een artikel van drie A4’tjes. En eigenlijk is de essentie vervat in één grafiek: twee lijntjes, een blauwe en een rode, die volkomen parallel dezelfde slingerbeweging volgen. De rode vertegenwoordigt het model dat poogt te beschrijven wat er met het ijs gebeurt, terwijl de blauwe het resultaat is van satellietmetingen. „De twee passen naadloos op elkaar”, zegt hij trots. „Dat betekent dat we heel goed begrijpen wat er op Groenland gebeurt.”

Dat was geen sinecure, voegt hij eraan toe. De weerpatronen boven Groenland, met zijn ijskap en zijn interactie tussen lucht en ijs, zijn allerminst gemakkelijk. „Let wel, wij hebben die wisselwerkingen beschreven. Het model rekent uit hoeveel sneeuw er valt, waar het valt, hoeveel er smelt. Dat is niet vanzelfsprekend. Andere modellen doorstaan deze toets niet. Wij hebben het geluk gehad dat onze aanpak effectief bleek.”

Het is duidelijk dat daar zijn wetenschappelijke interesse ligt: het proces begrijpen. Maar hij snapt ook wel dat de leek wil weten wát er gebeurt op Groenland. De ijskap is tot 1990 grofweg in balans geweest, vertelt hij. De afgelopen decennia kwam er jaarlijks zo’n 750 miljard ton aan sneeuw bij, terwijl er 250 miljard ton wegsmolt en 500 miljard ton als ijsberg in zee schoof. „Daar zaten schommelingen in. Tussen 1965 en 1970 is de ijskap bijvoorbeeld geslonken. Kijk, deze grafiek laat zien dat dat kwam doordat het toen weinig heeft gesneeuwd. Maar dat heeft zich daarna weer hersteld.”

Nu is er een ander verhaal. Sinds 2000 heeft Groenland netto 1500 miljard ton ijs verloren. Of dat veel is, vindt Van den Broeke eigenlijk niet zo interessant. „Als het in dit tempo doorgaat, duurt het nog 10.000 jaar eer alles gesmolten is.”

Het boeit hem meer om te weten waar de verschillen zitten. En dat rolt eigenlijk meteen uit het model: de helft van het verlies (750 miljard ton) is te wijten aan een toegenomen ijsbergproductie, de andere helft is het gevolg van een verschoven balans tussen sneeuw en smelt. Van den Broeke: „Maar als je de grafiek van de smeltbalans ontleedt, ontdek je allerlei processen daarachter. Ten eerste is het sinds 1996 meer gaan sneeuwen. Dat verwacht je ook in een warmer klimaat: warme lucht kan meer vocht bevatten, maar dat vocht moet er boven de kou van het ijs toch uit. Feitelijk is er daarom sinds 2000 niet 750 miljard ton ijs extra gesmolten, maar zo’n 1400 miljard ton. Die extra smelt is gecompenseerd door extra sneeuwval. Bovendien is volgens ons model nog eens zo’n 600 miljard ton smeltwater op zijn weg naar de zee weer bevroren.”

Op de vraag wat we daarvan moeten denken wordt de Utrechtse ijsmeester voorzichtig. Hij kent het verleden van het ijs nu, maar over de toekomst weet hij nog veel niet. Zo is het onzeker hoeveel broeikasgassen de mens nog in de atmosfeer gaat brengen en hoeveel de aarde dus nog gaat opwarmen –diep in zijn hart zou hij de klimaatverandering helemaal buiten zijn betoog willen houden, en zich beperken tot de processen van gisteren en vandaag.

Maar goed, met de nodige slagen om de arm: „Eigenlijk is er dus sinds 2000 geen 750, maar ongeveer 2000 miljard ton ijs extra gesmolten. Dat is tot nu toe grotendeels gecompenseerd, maar we zien nu dat de neerslag weer terug is op het niveau van vóór 1996. Dat is pas sinds twee, drie jaar zo, en dus te kort om vast te kunnen stellen of dat zo blijft. Maar je ziet aan de grafiek wel dat de smeltbalans sindsdien een forse duik heeft gemaakt. Daarnaast is het onzeker hoe lang de ijskap koud genoeg blijft om zoveel smeltwater te herbevriezen. Als ook die compensatie wegvalt, gaat het hard.”

En dan hebben we het nog niet over de ijsbergen gehad, de zwakste schakel in het glaciale onderzoek. Bijna alle alarmerende berichten van de laatste tijd over de toestand van het Grote IJs, zoals Van den Broeke de ijskappen van Groenland en Antarctica noemt, gaan over de versnelling waarmee de gletsjers zich naar zee spoeden –om daar in grote brokken af te breken.

Het IPCC, de klimaatcommissie van de VN, durfde nog geen conclusies aan die berichten te verbinden. De Nederlandse Deltacommissie wel, en adviseerde vorig jaar om er rekening te houden mee te houden dat de zee door die extra ijsbergen deze eeuw een halve meter meer kan stijgen (1.30 meter in plaats van 0.85).

Feit is, zegt Van den Broeke, dat geen enkel ijskapmodel die versnellingen heeft zien aankomen. „Dat begrijpen we dus nog niet goed. Sommigen denken dat de gletsjers versnellen doordat ze kleiner en dus lichter zijn geworden, anderen vermoeden dat het warmere zeewater er mee te maken heeft of dat het komt doordat de gletsjers beter glijden door het smeltwater, dat er onderdoor gaat.”

De bewegende gletsjers zitten dan ook niet in het Utrechtse model zelf. Amerikaanse collega’s hebben de snelheid van enkele gletsjers jarenlang geregistreerd en op grond daarvan een schatting gemaakt voor de ijsbergproductie. Die schatting maakt het klimaatmodel compleet. Van den Broeke: „Zo’n schatting is voor één gletsjer al een hele klus. We kunnen die bewegingen nog niet in een model vatten. Daar wordt wereldwijd hard aan gewerkt, maar voorlopig begrijpen we het proces onvoldoende om er voorspellingen over te doen.”

Hier raakt hij de kern van zijn wetenschappelijke boodschap. „Pas als je model in staat is alle relevante processen te beschrijven, heb je bewezen dat je de wetmatigheden van die processen begrijpt.”

En dan pas mag je je wagen op het gladde ijs van de voorspelling. „Wat dat aangaat is het Noordpoolijs de icoon geworden van onze onmacht. Dat is zo snel gesmolten, dat viel buiten de bandbreedte van welke voorspelling dan ook. We kenden daar wel betekenis aan toe, maar die was van geen enkele waarde. We zijn voortdurend door de feiten ingehaald.”

Kan gebeuren, vindt hij. Wat hem stoort, is dat de hele gemeenschap naar de andere kant doorsloeg. De Noordpool zou nu in 2013 al ijsvrij zijn. „Het lijkt wel een flipperkast. Ik zou zeggen: jongens, doe een stap terug. Ga naar de tekentafels, naar je rekenmodellen, en probeer goed te begrijpen wat daar gebeurt. Doe geen voorspellingen zo lang je het proces niet in de vingers hebt. Ik begrijp het wel, de druk van de media en de politiek is groot om uitspraken te doen. Maar wij zullen geduld moeten opbrengen en de verleiding weerstaan om voorspellingen te doen over processen die we niet begrijpen. Anders raken we onze geloofwaardigheid kwijt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden