Grilligheid, uw naam is kiezer

In mei 2002, dus goed vier jaar geleden, de normale afstand tussen twee verkiezingen, kwam de haastig opgerichte Lijst Pim Fortuyn vanuit het niets met 26 zetels in de Kamer. Deze week sprong de Socialistische Partij vanuit het bescheiden aantal van 9 zetels eveneens naar 26.

Na de val van het kabinet-Balkenende I, waren in januari 2003 nieuwe verkiezingen nodig. De fortuynistische volksopstand bleek te zijn uitgewoed en de LPF viel terug naar 9 zetels, evenveel als de SP bezat. Deze week kwam aan de LPF definitief een einde: nul zetels. Een onfortuinlijk einde. Vraag: staat ook Jan Marijnissen zoiets te wachten?

Het is niet waarschijnlijk. De LPF bestond eigenlijk alleen uit de persoon van Fortuyn en zijn attractie voor de kiezers, de SP heeft zich intussen stug omhooggewerkt en vindt ook op lokaal niveau een stevige basis. Toch blijft de sprong van deze week een raadsel en houdt die het risico in bij volgende verkiezingen in een duik om te slaan.

De verklaringen voor het succes van de SP voldoen niet. Natuurlijk is ook hier de persoon van de partijleider van belang geweest, maar hij loopt al vele jaren mee en hij heeft het altijd met bescheiden stappen vooruit moeten doen. Voor een ruk naar links, zoals hier toch aan de orde is, is er al evenmin een verklaring. Het gaat economisch helemaal niet slecht, zozeer zelfs dat het verkiezingsdebat over armoede nogal kunstmatig aandeed. De beweging van de PvdA naar het politieke midden heeft ongetwijfeld de SP in de kaart gespeeld maar die beweging duurt al zeker vijftien jaar, sinds Wim Kok de ideologische veren afschudde, en is niet zichtbaar in een stroomversnelling gekomen.

Het argument dat Marijnissen goed campagne heeft gevoerd en zich van flauwe spelletjes heeft onthouden, kan geholpen hebben maar verklaart een winst van 17 zetels natuurlijk niet. Het CDA, dat de flauwste spelletjes in de aanbieding had, is daarvoor trouwens nauwelijks bestraft.

Wie het wat grootser wil aanpakken, kan verwijzen naar de algemene trend in de Nederlandse politiek waarbij stabiliteit en starheid in de partijverhoudingen geleidelijk hebben plaatsgemaakt voor flexibiliteit en grilligheid. Nog maar een halve eeuw geleden waren de kiezers onschokbaar in hun politieke overtuiging. Niets laat dit zo scherp zien als de partijpolitieke continuïteit vóór en na de Tweede Wereldoorlog. Vijf jaar bezetting, verwoesting en honger, een massamoord van ongekende omvang, het veranderde vrijwel niets aan de verdeling van het electoraat over de grote stromingen van confessionelen, sociaal-democraten en liberalen. Men keerde eenvoudig terug in de vertrouwde bedding.

Tegenwoordig, zo luidt het argument, zijn die beddingen vrijwel verdwenen, in ieder geval erg ondiep geworden. De kiezers dwalen rond in een vlak landschap en zien tussen de partijen te weinig verschillen om tot een vaste politieke woon- en verblijfplaats te besluiten.

Deze redenering zou kunnen verklaren waarom juist Marijnissen, maar ook Wilders en Rouvoet van de ChristenUnie, het deze keer goed hebben gedaan. Alle drie bieden ze een scherp gemarkeerd politiek standpunt en komen dus tegemoet aan de vele kiezers die op zoek zijn naar duidelijkheid. Maar is daarmee de gigantische overwinning van de SP te verklaren? Ik hou mijn twijfel.

Er zit niet anders op dan te veronderstellen dat de kiezer zelf is veranderd. Hij is grillig geworden, irrationeel in zijn keuzegedrag en overgevoelig voor minieme impulsen van buitenaf. Met een oude metafoor: hij heeft geen kompas meer maar is een radarmens geworden die reageert op alles wat in zijn omgeving beweegt.

Die omgeving – de partijprominenten, de spindoctors en de opiniepeilers – weten dat en spelen er ongegeneerd op in, niet weinig geholpen door de media die het van oudsher van kortademigheid moeten hebben.

De politici laten de grote politieke vragen dan ook rusten en zoeken het in het etaleren van persoonlijke voorkeuren, om niet te zeggen persoonlijke hebbelijkheden, attractief voor de massa. Ze exploiteren kleine incidenten bij de andere partijen en ze provoceren relletjes die winst beloven.

De campagnemedewerkers van hun kant doen alles om de politieke werkelijkheid door imagovorming te camoufleren. Het lukt soms boven verwachting: in enkele maanden heeft men kans gezien de onzekere en stuntelende Balkenende om te toveren tot een kloeke premier die het roer van het schip van staat stevig in handen heeft.

De opiniepeilers hebben een eigen aandeel in dit spel. Uit onderzoek blijkt dat het overgrote deel van de kiezers kennisneemt van de peilingen. Twijfelaars – en dat zijn er steeds meer – zullen de neiging hebben op de gedoodverfde winnaar te stemmen, zonder zich om de inhoud van diens programma te bekommeren.

De media ten slotte kleden de politici bijna letterlijk uit, in de veronderstelling hen daarmee ’dichter bij de kiezer’ te brengen, wat qua populaire beeldvorming ongetwijfeld juist is maar aan een werkelijke politieke keuze niets bijdraagt.

En dus vrees ik dat Jan Marijnissen zich niet rijk moet rekenen. De tombola die de verkiezingen zijn geworden, biedt geen enkele zekerheid dat hij een volgende keer niet diep zal terugvallen. De kiezers zijn onvoorspelbaar geworden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden