Grijze mannen verdelen in Libanon de macht

De Libanese hoofdstad hangt vol posters met mannen erop: serieuze, grijze mannen in grijze pakken. Sommigen hebben een snorretje, een enkele een baard - waarschijnlijk een radicale moslim. Er zit maar een enkele vrouw tussen. Twee om precies te zijn: een serieuze dame in een mantelpakje, en een wat jongere vrouw in een wel heel opzichtig fel roodleren jack. Allen staan ze kandidaat voor de parlementsverkiezingen van morgen.

Grijs en nietszeggend: de Libanese politiek onderscheidt zich door het gebrek aan visies en ideologieën. Politiek zonder politiek. Het gaat om verdeling van de macht, een echt programma hebben de partijen eigenlijk niet.

Waar het om draait, is de belangen van de eigen groep veilig te stellen. Het enige wat de kandidaten willen, is een plaats in het 128 man tellend parlement van Libanon. En daarmee houdt de politieke ambitie vaak op. Eenmaal binnen is het doel bereikt.

Maar waarom zou je dan parlementslid worden? Om het geld en aanzien. Een parlementslid krijgt een kantoor, een auto, twee lijfwachten, een ziektekostenverzekering, een diplomatiek paspoort voor het hele gezin én een salaris van 11 miljoen pond per maand (ruim 16000 gulden)! En word je na vier jaar niet herkozen, dan houd je toch de rest van je leven de helft van je salaris. Kortom, je bent binnen in een land waar een loon van 1500 gulden per maand al als heel behoorlijk wordt ervaren. Daarnaast ontvang je cadeaus voor verleende diensten: een baantje voor een neef hier, een bouwvergunning voor een ander daar.

Het maakt verder niet echt uit wie er nu in dat parlement komt. Of wie er minister-president wordt. Het huidige politieke systeem is er een van van laissez-fair. Geen verzorgingsstaat, en weinig aandacht voor de publieke sector. Links is geheel afwezig. En wat de kandidaten betreft komt daar geen verandering in.

Het maakt zo weinig uit, dat zelfs de Syriërs, die het in Libanon in feite voor het zeggen hebben, zich er niet mee bemoeien. Alhoewel een kandidaat met zeer anti-Syrische sympathieën zodanig wordt geïsoleerd, dat hij of zij net niet het benodigde aantal stemmen krijgt. En de echte anti-Syrische politici wonen noodgedwongen in het buitenland, en komen dus niet in het parlement.

Hoewel elke Libanees in besloten kring op de Syriërs scheldt, speelt de Syrische overheersing geen rol bij de verkiezingen. Dat is vooral het gevolg van zelfcensuur. Men is bang voor de Syrische inlichtingendiensten. Het enige wat hardop gezegd wordt, is dat de Syriërs zich buiten de verkiezingen moeten houden.

De strijd om de macht gaat tussen twee soennitische heren: Selim Hoss, de huidige minister-president, en Rafik Hariri, zijn voorganger. Het parlement kiest de minister-president die een soenniet moet zijn.

Peilingen tonen aan dat Hariri voorlopig leidt met 36 procent van de stemmen tegen Hoss met 32 procent.

Volgens een onlangs aangenomen wet mag de pers geen propaganda maken voor bepaalde kandidaten. Dit leek de huidige minister-president een goed idee, aangezien zijn grote rivaal Hariri een krant en een tv-station bezit. Iedereen houdt zich er keurig aan. Maar in die wet staat niet dat je kandidaten niet zwart mag maken, en dus zijn lastercampagnes aan de orde van de dag.

Hariri wordt er in de regeringskranten van beschuldigd een geldwolf te zijn, een prutser met een aannemersmentaliteit. In Hariri's kranten wordt over Hoss amper gesproken, of het moet zijn dat er fijntjes wordt gesuggereerd dat sommige van diens beste vrienden zaken doen met de Israëliërs: een teer punt in de Libanese maatschappij.

De twee mannen ontlopen elkaar ideologisch niet veel. Ze kunnen beiden goed overweg met het regime in Damascus, willen beiden het land herbouwen en hebben beiden geen oog voor de minder-bedeelden.

Lopen de kandidaten al nauwelijks warm voor de verkiezingen, de kiezers laat het helemaal koud. Velen weten niet op wie ze moeten stemmen. Een inwoonster van Beiroet moet zondag een kruisje zetten voor zes kandidaten: drie moslims en drie christenen. ,,Geen idee waar ze voor staan. De meeste namen komen mij geheel onbekend voor, dus ik stem wel weer op de namen die ik ken. En die zitten er vaak al sinds 1960.''

En dan zijn er de duizenden posters die ergenis oproepen bij hen die hun gevel proberen schoon te houden. Een winkelier in Hamra klaagt: ,,Ik heb de ene vent nog niet weggekrabd, of een halfuur later zit er weer een nieuwe kop op de muur. En niet één, nee, meteen twaalf! Ik stem op de vent die voorstelt dat elke kandidaat zijn eigen posters opruimt na de verkiezingen, en anders stem ik niet.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden