Review

Griffeljury miskent Toon Tellegen

Hushang Moradi-Kermani: 'Op een ochtend was de khomre leeg', vert. Elly Schippers, Leopold, 84 p, f 24,90.

Harrie Geelen had vorig jaar al bekroond moeten worden voor zijn prenten in 'De blauwe stoel, de ruziestoel' van Imme Dros. Maar eerlijk is eerlijk: die voor 'Het beertje Pippeloentje' van Annie M.G. Schmidt zijn nog sterker, vooral omdat hij daarin zijn lijnvoering meer in bedwang heeft.

Welke argumenten de Griffeljury kan hebben om 'Mijn vader' van Toon Tellegen níet te bekronen, is een raadsel, maar laat het niet zijn omdat hij al zo vaak bekroond is. Al zou hij tien jaar achter elkaar het beste kinderboek van het jaar schrijven, dan zou dat tien jaar achter elkaar erkend moeten worden.

'Mijn vader' gaat over een ontroerende vader-kindrelatie; het kind bewondert zijn vader tot in het grappig-absurde waardoor zijn ernst komisch overkomt. Het verhaal is in sprankelend eenvoudige taal geschreven. Het is én literair, én toegankelijk voor kinderen vanaf een jaar of zes.

De Griffeljury moet het bewust buiten de bekroningen hebben gehouden. In elke leeftijdsgroep mogen (maximaal) twee Zilveren Griffels toegekend worden, terwijl in de categorie vanaf zes jaar slechts één Zilveren Griffel is uitgedeeld: aan Sjoerd Kuyper voor zijn originele 'Het eiland Klaasje' (terecht).

Wat mij betreft streden 'Mijn vader' en 'Vallen' van Anne Provoost om de voorrang voor de Gouden Griffel. 'Vallen' kreeg echter zilver in de categorie vanaf dertien jaar, evenals 'Odysseus, een man van verhalen' van Imme Dros, die hiermee haar negende Zilveren Griffel incasseert.

De Gouden Griffel gaat dit jaar echter naar Ted van Lieshout voor zijn poëziebundel 'Begin een torentje van niks'. Een uitstekende bundel, dat zeker, waarin Van Lieshout laat zien dat poëzie voor hem een woning à la Slauerhoff is. En een bundel waarin hij, die altijd poëzie en proza apart schreef, tot een synthese tussen beide lijkt te komen.

Toch wringt er iets, want de bundel springt er niet uit, vergeleken met vorige dichtbundels van Van Lieshout. Zijn jeugdpoëzie is vanaf zijn eerste bundel 'Van verdriet kun je grappige hoedjes vouwen' (1986) van een constant hoog niveau. Daarmee lijkt deze Gouden Griffel dit keer het karakter te krijgen van een oeuvreprijs voor jeugdpoëzie.

Dat is echter niet de bedoeling. De Griffel- en Penseeljury beoordelen een bepaalde jaarproduktie, dit keer die van 1994.

Mager jaar

Daarmee komen we op het terugkerende probleem van de starheid van het instituut Griffels en Penselen. Dit zou flexibeler moeten worden, meer toegesneden op de rijkdom of armoede van een bepaalde jaarproduktie. Neem 1994, een uitgesproken rijk kinderboekenjaar. Dus zou er meer bekroond moeten worden dan in een mager jaar. Enige speling is er wel: zo werden er uit de jaren '92, '93 en '94 respectievelijk 22, 29 en 23 boeken bekroond. Maar 22 in het schrale jaar '92 tegenover slechts één meer in het rijke jaar '94 is buiten verhouding. Daardoor zijn er dit keer behalve 'Mijn vader' nog meer prachtige kinderboeken buiten de prijzen gevallen. Zoals 'De soldatenmaker' van Paul Biegel, 'Lieve, lieve opa's' van Alfred Kossmann en 'Zonder Mary' van Cynthia Rylant. En wat de illustraties betreft het debuut 'Mannetje zoekt een nieuwe hoed' van Marjolein Krijger en de reeks informatieve prentenboekjes voor peuters van Gerda Dendooven 'Vijf op een rij'.

Zeer verdiend zijn de Zilveren Griffels voor 'Veren' van Veronica Hazelhoff, 'Mauwtje' van Rascal, 'Een zeer geheime reiskist' van Simone Schell en het informatieve fotoboek 'Klik, ik heb je' van Marije van der Hoeven.

Maar Peter van Gestel had meer verdiend dan twee Vlag en Wimpels, voor 'Lieve Claire' en 'Prinses Roosje'. En Annemarie van Haeringen meer dan enkel een Vlag en Wimpel voor haar prentenboek 'Op hoge poten'; haar prenten voor de herziene uitgave van de 'Bijbelse verhalen' van mevrouw Cramer-Schaap zijn als geheel sterker, doorwrochter. De papierkeuze, die voor een prentenboek nu eenmaal gunstiger kan uitvallen dan voor een dik boek met veel tekst, kan hier meegespeeld hebben. Evenals misschien het feit dat 'Op hoge poten' illustratief een compactere eenheid vormt dan 'Bijbelse verhalen'.

Speciale vermelding verdient de novelle 'Op een ochtend was de khomre leeg' van de Iraanse auteur Hushang Moradi-Kermani, uit de fraaie reeks Derde-Wereldjeugdromans van uitgeverij Leopold. Het verhaal is een juweeltje van sobere vertelkunst en de toegekende Vlag en Wimpel is dus dik verdiend.

Een khomre is in Iran een reusachtige stenen kruik voor drinkwater; op veel schoolpleinen staat er een voor de kinderen. In dit verhaal komt er een barst in de khomre van een dorpsschooltje. Het heeft heel wat voeten in de aarde voordat er een nieuwe is, en dat gaat gepaard met sloten wantrouwen en troebel psychologisch gescharrel. Daardoor krijgt het verhaal iets van een parabel over de vernietigende kracht van roddel en achterklap. Het is alsof de auteur wil zeggen dat er maar een klein voorval nodig is om dat proces op gang te brengen.

De auteur brengt een typisch Derde-Wereldprobleem scherp in beeld. Met een berustende toewijding concentreert hij zich op dat voorval, terwijl hij tegelijkertijd veel over universele menselijke hebbelijkheden zegt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden