Griekse spits Vitesse bedreigt serieus het record van ex-kanon van PSV, 43 treffers in een competitie

AMSTERDAM, EINDHOVEN - Steeds vaker wordt Nikos Machlas geconfronteerd met de naam van een voetballer, waar hij tot voor kort nooit van had gehoord. De topscorer van Vitesse heeft dit seizoen in achttien competitiewedstrijden al 21 doelpunten gemaakt. En dus hoort de kleine spits die 24 jaar geleden in Iraklion op Kreta werd geboren, bijna dagelijks de naam van Coen Dillen. Deze PSV'er maakte in het seizoen 1956-1957 maar liefst 43 doelpunten.

Die productie van rechtsbuiten Coenraad Hendrik Dillen is nooit bereikbaar geweest voor andere topscorers als Henk Groot (hoogste score ooit in een seizoen: 41 goals), Marco van Basten (37), Henk Schouten (35), Leo Canjels (34), Ruud Geels (34), Kees Kist (34), Johan Cruijff (33), Cor van der Gijp (32), Wim Kieft (32), Peter Houtman (30) en Ronaldo (30). Voor dit seizoen was Ronaldo in de voetbaljaargang 1994-'95 de enige die sinds Marco van Basten in het seizoen 1986-'87 (31 doelpunten) de grens van dertig treffers bereikte.

De Belg Luc Nilis kwam de afgelopen twee seizoenen als topscorer van de eredivisie niet verder dan twee keer 21 doelpunten. Nikos Machlas lijkt op een fenomeen, nu hij nog voor de jaarwisseling ook al 21 keer heeft gescoord. Voor zijn productie mag Machlas overigens ook de strafschoppen nemen. Dat mochten de topscorers voor hem doorgaans ook, maar Dennis Bergkamp kwam toch nooit hoger dan 26 doelpunten, hetzelfde aantal dat Jari Litmanen eens realiseerde, terwijl Romario's hoogste productie in dienst van PSV stokte bij 25 doelpunten.

De vele doelpunten van Nikos Machlas worden wekelijks in geuren en kleuren beschreven in de Griekse pers. Als spits van OFI Kreta was hij ook al een echte goaltjesdief, maar verder dan zeventien doelpunten in het seizoen 1995-'96, kwam hij toch niet in de Griekse competitie.

Toen Geels, Kist, Kieft en Van Basten op het intussen bijna veertig jaar oude record mikten, gaf Coen Dillen nog wel eens een reactie op die belagers. Tegenwoordig neemt de weduwe van 'Het Kanon' de telefoon op in de nog altijd bestaande sigarenzaak in Eindhoven. Haar man overleed op 24 juli 1990 tijdens de vakantie in Goes aan de gevolgen van een hartaanval. Hij was toen 63 jaar.

In één competitie 43 maal scoren is niet alleen uitzonderlijk, Coen Dillen deed het ook nog op een bijzondere manier. Aanvankelijk zag het er helemaal niet naar uit dat hij zo hoog zou eindigen. Na tien wedstrijden in de herfst van 1956 had hij pas vijf maal gescoord. Bij de jaarwisseling stond de teller pas op twaalf doelpunten en na de achttiende ronde - gelijk aan het aantal wedstrijden van dit moment - had Dillen pas vijftien goals te pakken; Machlas heeft er thans al zes meer. Vanaf eind januari 1957 was de van Brabantia afkomstige Dillen echter niet meer te stoppen. Slechts tegen DOS (waar hij eerder dat seizoen in Utrecht als directe tegenstander van Hans Kraay vier maal tegen scoorde), Ajax en NAC scoorde Dillen niet. Raak was het daarentegen achter elkaar wel tegen Rapid JC (3 maal), Elinkwijk (4), Feyenoord (2), Willem II (2), BVV (1), SC Enschede (2), Profclub Amsterdam (2), Fortuna '54 (1), VVV (3), NOAD (2), Sparta (2), GVAV (2) en Eindhoven (2).

Het enorme aantal doelpunten in de tweede competitiehelft bracht Dillen nog even terug in het Nederlands elftal. In 1954 en 1955 had hij in totaal vier interlands gespeeld. In het voorjaar van 1957 mocht hij ineens weer meedoen in de WK-kwalificatiewedstrijd tegen Luxemburg. Natuurlijk scoorde Dillen ook toen weer. Slechts in één interland kwam hij niet tot scoren. Vier goals in vijf interlands was mooi, zeker wanneer wordt bedacht dat Dillen ook bij Oranje steeds als rechtsbuiten werd opgesteld.

De in Strijp geboren en getogen aanvaller, was in zijn jaren bij Brabantia nog wel een orthodoxe midvoor, wiens onvoorstelbaar harde schot en sublieme koptechniek altijd werden bejubeld. Bij tweedeklasser Brabantia maakte Dillen ooit in één wedstrijd tien van de twaalf doelpunten. Ook bij PSV was Coen Dillen doorgaans rechtsbuiten. Voor de positie van midvoor werd in in de jaren vijftig meestal de voorkeur gegeven aan Piet Fransen, Piet Kruiver en de vermaarde Welshman Trevor Ford, die na een omkoopschandaal bij Cardiff City, hals over kop naar Nederland vertrok.

Coen Dillen was nog vrij jong, toen hij lichamelijk de tol moest betalen voor zijn voetballoopbaan. Na PSV, speelde hij nog twee jaar in de tweede divisie voor Helmondia '55. Op 37-jarige leeftijd bleek zijn rug door de vele duels in het voetbal te zijn versleten. Hij was en bleef ook nadien zeer geïnteresseerd in het voetbal. Als lid van verdienste had hij bij PSV een plaats voor het leven op de eretribune. Hij kon in de jaren zeventig vooral genieten van Willy van der Kuijlen en Ralf Edström. In 1971 sprak hij zijn bewondering uit voor deze toenmalige vedetten.

“Ik weet uit eigen ervaring hoe zwaar het voor een aanvaller is. Ik heb groot respect voor de topvoetballers van nu, want ze moeten verschrikkelijk veel doen voor hun geld. Ik was maar semiprof, had verder de sigarenzaak en was ook nog schilder-calculator bij Philips. Dat was een zware combinatie, maar ik weet niet of ik het leven van een moderne profvoetballer zou aankunnen. Kijk eens naar zo'n Cruijff, die jongen heeft het heel zwaar te verduren. En het voetbal is voor die jongens veel moeilijker dan in mijn tijd.”

Coen Dillen sukkelde niet alleen met zijn rug. Hij kreeg ook vier keer een hartinfarct. De vierde werd hem in de zomer van 1990 fataal.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden