Grenzeloze naïviteit

Pleidooien voor open grenzen berusten op drogredeneringen. En angst voor de desintegratie van Europa is een goede raadgever.

Henri Beunders (Emmeloord 1953) is hoogleraar Ontwikkelingen in de Publieke Opinie aan de Erasmus Universiteit

Een parlementaire delegatie bezocht in 1973 China. Tijdens de ontvangst door premier Zhou Enlai, legde D66-leider Hans van Mierlo uit wat zijn 'Die-Sikstie-Siks' was, en hoe belangrijk mensenrechten waren, en de mogelijkheid om 'uit te reizen'. "Grenzen openen?", reageerde Zhou, "hoeveel wilt u er meenemen? Driehonderd miljoen? Vierhonderd miljoen?" De oud-PvdA-minister die me dit verhaal vertelde, moest er weer smakelijk om lachen, ook om de stilte die toen volgde bij de leider van Die-Sikstie-Siks.

Leiders als Stalin, Mao en Pol Pot hadden twee visies. De ene ging over hoe ze aan de macht konden komen en blijven. De andere over hoe hun land eruit moest zien. Op de weg ernaartoe keken ze niet op één, twee of tien miljoen mensen die als obstakels uit de weg geruimd dienden te worden. Het huidige Midden-Oosten en Afrika kent nog veel van dit soort leiders, niet alleen in Syrië en Eritrea. Ook de Turkse leider Erdogan schuift met vluchtelingen zoals een croupier in een casino met zijn harkje de fiches van hier naar daar duwt.

Wanneer is een land vol? Toen Pim Fortuyn begin 2002 zei dat Nederland vol was, werd hij uit Leefbaar Nederland gezet. Hij zei daarna dat Nederland 'eh, een beetje druk' werd. Columnist Jan Blokker relativeerde toen het begrip 'vol'. Als je de hele wereldbevolking, toen 6 miljard mensen, allemaal schouder-aan-schouder zette, kin tegen nek, dan pasten ze volgens zijn berekening allemaal in de Noordoostpolder. Dat heb ik onthouden, omdat ik in die polder ben geboren en wat getallen omtrent die polder ken - oppervlakte, grootte boerderijen, afstanden langs al die rechte populierenwegen - en ook iets weet van de toekomstvisie die aan dit tekentafelproject ten grondslag lag.

De halve eeuw van wilde kolonisatie, zoals de Haarlemmermeerpolder die had gekend in de 19de eeuw, wilde men overslaan. Zorgvuldige selectie van de bewoners - boeren, arbeiders, middenstanders, onderwijzers en zo meer - zou in één keer een goed draaiende samenleving bewerkstelligen. De NOP moest 'BVN' worden, het Beste Van Nederland: een geografische en religieuze afspiegeling van Nederland, maar wel met de geschiktste katholieken uit Twente, gereformeerden uit Zeeland, of de Friezen die, zoals dat toen heette, 'niks' waren.

Toen die tekentafelkolonisatie na 1945 op gang kwam, stond bij de zuidelijke toegang, de Ramspolbrug, een groot bord in de berm met de oeroude tegeltjeswijsheid: 'Wie hier niet tevreden binnenhuppelt, wordt er een, twee, drie weer uitgeknuppeld!' Dat bord werd na een tijdje weggehaald, want dat knuppelen, dat klonk na de Bezetting toch wat naar.

Heeft dit staaltje van social engineering een ideale samenleving opgeleverd? Niet echt. Na 'De Ramp' in 1953 moesten veel Zeeuwse boeren - vluchtelingen - worden ondergebracht, wat de afspiegeling al verstoorde. En later deed 'de geschiedenis' zijn werk: automatisering maakte veel arbeiders overbodig, jongeren die goed konden leren trokken weg, er kwamen mensen uit de achterstandswijken in het Westen, wegens de lage huren.

Tussen 1945 en zeg 1970 was die samenleving tamelijk harmonieus: je groette elkaar, al waren op verjaardagen de buren minder welkom dan de gelijkgezinden uit de eigen streek van herkomst. En na het pensioen trok menig kolonist terug naar de geboortegrond.

Conclusie: een gedeelde toekomstvisie is de belangrijkste factor om een samenleving braaf, burgerlijk, vreedzaam en optimistisch te houden. En het is in een periode van groei gemakkelijker dan tijdens krimp om elkaar de ruimte te gunnen. Fysieke uimte was in de NOP ruimschoots aanwezig: voor elke inwoner omgerekend 0,4 vierkante kilometer. Nu Nederland ruim 17 miljoen inwoners telt, is dat 250 keer zoveel: 500 op elke vierkante kilometer.

Bevolkingsdichtheid is iets anders dan bevolkingsdruk: de verhouding tussen het aantal mensen en de hoeveelheid werk en voedsel.

Omdat die verhouding in het China van Mao nogal scheef lag, had Zhou Enlai Van Mierlo wel een half miljard landgenoten willen meegeven, zoals Nederland in de periode van wederopbouw na 1945 ook emigratie bevorderde.

Het debat over de migratiecrisis is intussen zo geïdeologiseerd en gepolariseerd dat het voor vele pleitbezorgers van ongeremde asiel en migratie taboe is geworden om over aantallen te praten, en over de vraag welk Europa, welk Nederland wij eigenlijk nastreven. De gezamenlijke verklaring die de voorzitters van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker en van de de Afrikaanse Unie, Nkosazana Dlamini-Zuma vorige week uitgaven, kreeg dan ook geen aandacht. Wat schreven zij? "Europa ziet zich geconfronteerd met een toestroom van vluchtelingen en asielzoekers zonder precedent. Ook in Afrika zijn mensen in beweging gekomen, van dorpen naar steden, naar buurlanden en naar Europa. Als wij de integratie willen veiligstellen, moeten wij de mobiliteit van de mensen managen."

Volgens het Vluchtelingenverdrag uit 1951 heeft in feite de hele bevolking van een gebied in oorlog recht op asiel, dus alle 20 miljoen Syriërs, alle 6 à 7 miljoen Eritreërs. En als de boel ontploft in Egypte, Libië of Nigeria, reken dan maar met een half tot heel miljard Afrikanen, of nog meer: hun aantal zal in 2050 verdubbeld zijn tot 2,5 miljard, China en India samen dus.

Het grote verschil met vroeger is dat men nu gemakkelijker van land verwisselt dan van regime. Hollywood is de grootste mensensmokkelaar, de smartphone en Western Union zijn de bemiddelaars. Europa is de populairste bestemming - ligt het dichtste bij; en hebben wij niet ook altijd zelf verkondigd dat onze cultuur de beste en meest humane is? De migranten hebben dus een duidelijke toekomstvisie: wonen in veilig en welvarend Europa.

Maar wat is de toekomstvisie van de Europese landen? In Midden- en Oost-Europa dromen ze van welvaart binnen de EU én van een autonome cultuur, wat veel anti-Brusselretoriek oplevert. En wij Noordwest-Europeanen, wat is onze visie? We praten over het aantal windmolens in 2020, onderwijs anno 2032, en wat niet al. Maar ik heb nog geen Kamerdebat gehoord over de vraag hoe de Nederlandse samenleving er als geheel in 2050 uit zou moeten zien.

Dominant zijn twee axioma's over onze toekomst. De ene is simpel verwoord door bondskanselier Merkel: "Duitsland zal veranderen." Haar minister van financiën Schäuble had het inzake de stroom vluchtelingen over een 'rendez-vous met de globalisering'. Achter de Willkommenskultur bestaat de minder vermelde motivatie uit de gevoelde noodzaak: de krapte op de arbeidsmarkt vereist extra handen aan de lopende band, de vergrijzing vereist extra handen aan het bejaardenbed.

De toekomstvisie van de weloverwogen pleitbezorgers van massaimmigratie komt dus neer op het TINA-syndroom: There is No Alternative. De globalisering schrijdt voort, de vermenging van de culturen dus ook en de vergrijzing maakt immigratie noodzakelijk. De domme mensen die daar bezwaar tegen maken voeren een achterhoedegevecht.

Daarnaast heb je de 'morele' pleitbezorgers. 'Wij zijn allemaal migranten', heet het manifest van twee filosofen, Marli Huijer en Martin van Hees (Trouw, 29 maart), ondertekend door 180 wetenschappers, vooral filosofen, ethici en theoretici, een enkele schrijver en potsenmaker Marc-Marie Huijbrechts. De titel is opmerkelijk, zo niet ridicuul: zeker de helft van de West-Europeanen woont nog altijd in de plaats van geboorte. Erger is dat dit morele appèl niet van aantallen houdt ('Spreek niet alleen in aantallen') maar deze uitvoerig geeft als het in de kraam te pas komt. "Alleen al tussen 1500 en 1900 verlieten 40 miljoen Europeanen het continent om zich elders te vestigen."

De auteurs vergeten dat twee kernelementen van onze politieke cultuur toen niet bestonden: democratie en verzorgingsstaat. Verkiezen zij een terugkeer naar die rechteloze, ellendige eeuwen? Een bespreking van begrippen als solidariteit en democratische rechtsstaat ontbreekt. Men volstaat ermee het doel te melden: de 'open samenleving' - zonder enige toelichting. We lezen slechts dat die samenleving vraagt om 'tolerantie, moed en nieuwsgierigheid'. De 182 ondertekenaars dichten zichzelf deze eigenschappen blijkbaar toe.

De opstellers voeren verder onmacht en het internationaal recht als argumenten aan, het genoemde Vluchtelingenverdrag om precies te zijn. Over Schengen en de door Berlijn opgeblazen Akkoorden van Dublin zwijgen ze.

De kampioen van het argument 'onmacht' is hoogleraar Leo Lucassen, migratiedeskundige, die overal dezelfde grenzeloze boodschap verkondigt: migratie is van alle tijden, de vorige golf is ook netjes geabsorbeerd, dus wat zeurt u nou! Het argument houdt geen enkele rekening met veranderde omstandigheden, elders en in ons land. Eigenlijk is het argument zoiets als: 'Waarom bent u bang voor een derde wereldoorlog? We hebben de vorige twee toch ook overleefd?' Of: 'Waarom wijst u kernenergie af? We hebben toch maar één kerncentrale!' Drogredenen dus.

Daarbij, zo is het argument, grenzen houden vluchtelingen niet tegen, die zijn dus nutteloos. Het verschil tussen asielzoekers en migranten wordt zelden gemaakt, en het beleid van een gecoördineerde instroom van migranten zoals Canada en Australië dat bijvoorbeeld voeren, wordt evenmin besproken. Men blijft liever abstract.

Gezien het aantal vluchtelingen dat hun Europareis met de dood hebben moeten bekopen, aarzelt Lucassens geestverwant, de Rotterdamse socioloog Willem Schinkel, niet om het EU-migratiebeleid 'een politiek van de dood' te noemen. De logica van deze gedachtengang - grenzen houden toch niet alle mensen tegen - is van hetzelfde niveau als: laten we de dijken afbreken want ze zullen toch nooit álle overstromingen verhinderen.

De kloof tussen de hoog- en laagopgeleiden was een veel gebezigde term om de tegenstellingen over globalisering en 'Brussel' te duiden. Het referendum over Oekraïne en de migratiecrisis laten een nieuwe scheidslijn in Nederland zien, die eigenlijk al bestond: die tussen idealisten en realisten, de zwevers en de zwoegers of, om het met Max Weber te zeggen, de aanhangers van de Gesinnungsethik en van de Verantwortungsethik: de goede bedoelingen versus de gevolgen.

Wie nuchter getallen, trends en beleidsopties op een rijtje zet, en een morele en politieke middenweg zoekt tussen het ongeremde optimisme en het even ongeremde pessimisme, die krijgt de hoon van de moralisten over zich heen. Politicoloog Paul Scheffer, hoogleraar Europese studies, overkomt dit nu, om zijn genuanceerde essay voor de Maand van de Filosofe, 'De vrijheid van de grens'.

Huijer en de haren verwijten hem gebrek aan 'tolerantie, moed en nieuwsgierigheid'. Sterker, impliciet achten ze hem, met zijn pleidooi voor betere bewaking van de Europese buitengrenzen, medeverantwoordelijk voor het succes van Wilders en Le Pen. Dat zegt, behalve iets over hun wetenschappelijkheid, ook iets over de heftigheid van de emoties die de migratiecrisis losmaakt. Fatsoen, open vizier, empirische kennis, het is allemaal van minder belang dan de behoefte 'aan de goede kant' te staan.

Als je dat manifest van Huijer en Van Hees cum suis leest vraag je je af wat die ethiek eigenlijk inhoudt die velen van hen doceren. En of de filosofie in ons land niet tot een geheel abstracte en dus steriele studie is verworden. Terwijl de filosofie van de 'praktische wijsheid' toch al jaren aan een comeback bezig is. Die phronèsis houdt in dat je, om een doel na te streven, ook moet weten hoé je dit moet doen, hoe je vuistregels en unieke situatie met elkaar verbindt, en ook hoe je averechtse gevolgen vermijdt.

De morele houding die de Gesinnungsethiker innemen miskent de complexiteit van 'Europa' en de migratiecrisis. Ze miskent ook dat we niet meer leven in de binaire eenvoud van de Koude Oorlog - zij slecht, wij goed. In die periode draaide het praktische debat vooral om de economie, de verdeling van geld en goederen. Nu die economie nauwelijks nog groeit, en de vrijemarkteconomie ook tot een TINA-dogma is verworden, gaat het debat over 'de waarden'. En waarden kun je veel minder makkelijk verdelen dan geld. Vandaar die schrikbarende polarisatie en verkettering van andersdenkenden.

De huidige Europese politiek is modderig en vol paradoxen. Neem de deal met Turkije. Die lijkt nu te gaan werken. Waarom? Omdat sommige politici wél bereid waren te kiezen uit twee kwaden, en ook niet te beroerd waren stilzwijgend te accepteren dat deze deal ook kan werken omdat de Balkanlanden het prikkeldraad hebben uitgerold aan de grenzen.

"Angst is een slechte raadgever", stelt het hooglerarenmanifest. Ha! Het hele Europese project is gebaseerd op angst, angst voor een nieuwe oorlog. En angst dat door manifesten als dit het omgekeerde wordt bereikt van wat wordt beoogd, is niet misplaatst. Want de Europese integratie is niet onomkeerbaar, de Europese vrede is niet voor de eeuwigheid gegarandeerd. Een permanent en principieel open-grenzenbeleid kan in heel Europa de contrarevolutie ontketenen waarvan we nu overal in Europa helaas de contouren al zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden