Grenzeloos lopen langs de onzichtbare Schreve

Wandelen we door Frans Vlaanderen of zitten we nog in België? In Heuvelland kun je grenzeloos wandelen. Over zachte glooiingen, met lieflijk groen bekleed, waar de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog bijna lijken te zijn vergeten.

De Vlaamse bakker tuurt de Bellestraat af. "Ik weet het niet zeker, maar ginder, vóór de Leonidas-winkel, zóu zoiets als een grenspaal moeten staan", zegt hij. Maar al wat we zien: géén landscheiding tussen België en Frankrijk. Alleen bonbons. En frietkotten, eet- en drinktenten en winkels. En minstens zo veel Franse auto's als Belgische.

De grens staat hier wel op de kaart en er hangen landenborden langs de weg, maar daar houdt het wel mee op. De Schreve, zoals ze de grens hier noemen, is niet tastbaar. Dat is een tegenvaller, want ergens moeten zelfs nog relikwieën staan uit de tijd dat het een Frans-Nederlandse grens was: palen met een F van Frankrijk en een N van het Koninkrijk der Nederlanden, toen België zich nog niet had vrijgevochten van zijn noordelijke wederhelft. Vóór 1830 dus. Inmiddels gaan het Franse en het Belgische Heuvelland vrijwel ongemerkt in elkaar over. De taal is verschillend, al maakt dat niet uit wanneer men z'n dialect spreekt - dat kun je toch niet verstaan. Aan weerszijden strekt zich een rij heuvels uit die familie van elkaar zouden kunnen zijn. In beide landen liggen ontroerende kerkhoven en bittere gedenktekens die herinneren aan de gruwelijke oorlogen die hier uitgevochten zijn, en die qua sfeer identiek lijken. Huizen en dorpen zijn uitwisselbaar, vaak gekopieerd nadat bombardementen hen hebben vernietigd. Over de grens heen dragen cafés dezelfde sfeer, met dezelfde toog en dezelfde gasten.

Het toppunt van gemeenschapszin vinden we op ons wandelpad. Is dit Frans-Vlaanderen waar we lopen, of zitten we nog in het Vlaanderen van België? Hebben ze hetzelfde knooppuntensysteem, dezelfde bordjes? Staat alles op één kaart, in één brochure? Het lijkt ongelofelijk, maar het is waar. In heel Heuvelland kun je - ook letterlijk - grenzeloos wandelen. Had de Belgische streek in 2005 het allereerste netwerk met nummerbordjes voor wandelaars van het land (130 km), kort geleden beleefde France-Nord de primeur voor Frankrijk met 140 km routes die naadloos aansluiten op die in West-Vlaanderen. Nota bene op een moment dat drie eeuwen geleden de Vrede van Utrecht werd gesloten (1713), waarin de Verenigde Republiek de zuidelijke Nederlanden moesten afstaan aan Frankrijk. Is er een mooiere gelegenheid om nu de omstreden grensstreek te verkennen?

We lopen enkele dagen over de Vlaamse Bergen. Rodeberg en Kemmelberg aan Belgische kant, Kasselberg, Katsberg, Zwarteberg en Kokereelberg in Frans Vlaanderen. Het zijn zachte glooiingen, met lieflijk groen bekleed. Vergeten lijken de gruwelen die zich hier hebben voltrokken. Er gedijen nu zelfs wijngaarden. Maar af en toe zijn het lelijke kneitertjes, waarvoor je in de klim de rug moet krommen en de stap moet aanpassen. Een heuvelrij van west naar oost, maar niet aan één stuk. Uitstulpingen van de aarde zijn het, tot een dikke honderd meter - de Kasselberg meet zelfs 176 meter. Ze zijn ontstaan toen de Noordzee nog over het land spoelde en ijzerrijk duinzand afzette. Dankzij dit zandsteen hebben de heuvels de erosie eeuwenlang overleefd, al tast het hemelwater ze nu deerlijk aan. Overal sijpelen straaltjes naar beneden en slepen zand en klei met zich mee. Vóór de Eerste Wereldoorlog waren veel heuvels bedekt met bossen, maar in La Grande Guerre werden ze grotendeels kaal geschoten. Inmiddels hebben ze op veel plaatsen nieuwe bomenkruinen gekregen. Donkere bossen met spannende paadjes.

Soms is de klim plotseling en snel, bovenop zijn de heuvels vrij vlak. De Kemmelberg (156 m) zal de bekendste zijn, vooral bij wielerliefhebbers. Hij speelt geregeld voor scherprechter in voorjaarskoersen, zoals Gent-Wevelgem, de Vierdaagse van Duinkerken en de Driedaagse van West-Vlaanderen. In 1950 werd de Belgische fietslegende Briek Schotte hier wereldkampioen na tweemaal een beklimming van 'de Kemmel'.

Wij stappen over de keien naar boven en staan stil bij de engel die de enorme aantallen Franse gevallenden uit de Grote Oorlog beschermt. Een mooiere plaats om ze te gedenken is nauwelijks denkbaar. Adembenemend zijn de vergezichten, de relatie met het krijgsgeweld is schrijnend en troostend tegelijk. De Kemmelberg breidt zich uit, het bosgebied wordt vergroot. Wij kiezen voor het open landschap om terug te keren naar ons startpunt: Dranouter, geboorteplaats van cartograaf en dominee Petrus Plancius en bruisend muziekcentrum van Heuvelland. De kroeg tegenover de kerk is een welkome schuilplaats om te rusten, de helse regenbuien te vergeten en te genieten van goddelijke bieren.

Amper tien kilometer verder in de groene heuvels aan de Franse kant van de Schreve, scharrelen we een dag later rond de Zwarteberg, de Mont Noir, lievelingsplek van schrijfster Marguerite Yourcenar (1903-1987). Het natuurgebied bezit een rijke flora en fauna. In het voorjaar bloeit de blauwe hyacint, die Yourcenar met z'n mooie kleur en zachte geur een voorname plaats gaf in haar boeken. Midden in het naar Yourcenar vernoemde natuurreservaat stond een huis waar zij veel schreef en genoot: 'Ik leerde houden van de dingen waar ik nu nog van houd: het gras en de gedroogde bloemen tussen het gras, de boomgaarden, de bomen, de sparrenbossen, de paarden'. In het naburige St-Jans-Cappel is een museum gewijd aan de schrijfster, die als eerste vrouw werd toegelaten tot de Académie Française.

Onze nummertjesroute begint op de Rodeberg met prachtig uitzicht over Vlaams Heuvelland. Na een afdaling door het dichte Kotje Piepersbos (eertijds een roemrucht smokkelnest) raken we verzeild in het zompig moeras van Broekelzen. Op de Mont Noir loopt het beter en steken we het Parc Yourcenar in, passeren een verscholen kerkhof van gesneuvelde Franse militairen en ervaren de weldadige rust van het Franse land. Na de 'grensovergang' wordt het weer baggeren, maar dat houdt op als we het weer hogerop zoeken. Een prachtige omgeving, maar wat ongemakkelijk te belopen na een natte periode. Hoog tijd voor een culinaire versnapering bij de open haard van onze herberg op de Groeneberg, de Vert Mont.

Knooppuntensysteem
Het netwerk van knooppunten is 25 jaar geleden bedacht door een Belgische mijningenieur, Hugo Bollen. Hij gaf ieder knooppunt een nummer, zoals in de mijnen gebruikelijk was. Zo kunnen fietsers hun route van tevoren op een kaart uitstippelen. In 1995 kreeg Belgisch Limburg als eerste dit fietsknooppuntensysteem en sindsdien is België vrijwel geheel bedekt met nummerbordjes. De epidemie sloeg al snel over naar Nederland. Daarna werd het systeem toegepast voor wandelroutes. Belgisch Heuvelland had de primeur en nu doen ook de Franse buren volop mee.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden