Gremio is vrijwel altijd een 'blanke' club gebleven

TOKIO, AMSTERDAM - In zijn WK-selectie van 22 man koos de Braziliaanse bondscoach Carlos Alberto Parreira vorig jaar elf spelers die bij Europese clubs onder contract stonden en elf die in eigen land speelden. Bij die laatste elf zat er niet eentje van 'Gremio Football Club Porto Alegrense', kortweg Gremio, vanochtend in Tokio de tegenstander van Ajax in de officieuze WK-finale voor clubteams.

Gremio is alleen populair in Porto Alegre, zij het dat die populariteit in de grauwe miljoenenstad wordt overschaduwd door de support voor Internacional. Dat heeft op historische gronden te maken met de achtergrond van beide clubs. Gremio is er voor de betere standen, Internacional voor het volk. Gremio werd in 1903 opgericht door Duitse immigranten. Deze Duitsers vormden een clan met nog grotere groepen landgenoten in Uruguay en Argentinië; Porto Alegre ligt aanzienlijk dichter bij deze landen dan bijvoorbeeld bij Rio de Janeiro.

Tussen 1874 en 1949 werd Brazilië overspoeld door immigranten. Vier procent was Duits, 1 procent (Zeeuws)Vlaams, 14 procent Spaans, 30 procent Portugees en 32 procent Italiaans. De Duitse groep onderscheidde zich van de overige uitgeweken Europeanen door in Porto Alegre's staat Rio Grande do Sul, al gauw tot de midden- en hogere klasse door te dringen. Op sportgebied stichtte deze nieuwe elite eigen clubs: Gremio en Novo Hamburgo zijn de bekendste. De Duitse roots zijn ook heden ten dage nog zichtbaar bij Gremio. De schatrijke voorzitter heet Fabio Koff, in de selectie zitten de verdedigers Rafael Felipe Scheidt en Fernando da Silva Wagner en de twee keepers heten voluit Eliezer Murillo Engelmann (voetbalnaam Murillo) en Danrlei de Deus Hinterholtz (voetbalnaam Danrlei). De laatste behoort tegenwoordig min of meer vast tot de nationale selectie.

Het is opvallend dat Gremio in de qua kleur gemengde stad Porto Alegre, vrijwel altijd een 'blanke' club is gebleven. Het komt maar sporadisch voor dat een zwarte speler de blauw-wit-zwarte kleuren van de club mag verdedigen. Een uitzondering werd in 1983 gemaakt voor de oude en toen al versleten vedette Paulo Cesar. Deze aanvaller werd gecontracteerd voor één wedstrijd: het duel op 11 december 1983 in Tokio om de wereldbeker tegen het Hamburger SV van coach Ernst Happel. Gremio werd toen in een buitengewoon saaie wedstrijd wereldkampioen dank zij twee bevliegingen van de klasserijke Renato. Bij dat onverwacht succes viel de 35-jarige Paulo Cesar alleen na afloop op. Het was bekend dat hij eerder als duurbetaalde speler in Marseille een losbandig leven had geleid. In de catacomben van het Olympisch Stadion in Tokio vroeg hij een verbaasde foto-journalist uit Japan die al jaren werkzaam was in Europa, om een adres waar hij zo snel mogelijk cocaïne kon kopen.

Paulo Cesar was als kleurling dus een uitzondering bij het blanke Gremio. Dat ligt heel anders bij Porto Alegre's club van het volk, Internacional. Bij deze club was de huidige Ajacied Marcio Santos de grote man. Internacional geeft de zwarte spelers wel volop de ruimte. Tegenover het enige landskampioenschap dat Gremio ooit behaalde (1981), plaatste Internacional nationale titels in 1975, 1976 en 1979.

Het echte voetbal wordt in Brazilië sinds jaar en dag gespeeld in Rio de Janeiro (Flamengo, Fluminense, Vasco da Gama en Botafogo), Santos (FC, de club van de grote Pele), Sao Paulo (FC Sao Paulo, Palmeiras, Portuguesa en Corinthians). In die metropolen ligt het accent van oudsher op techniek en gruwt men van de als veel te Europees beschouwde aanpak van Gremio. Coach Luiz Felipe Scolari gaat altijd uit van een compacte ploeg, die veel, zo niet alles richt op de lange spits Mario Jardel. Veel techniek, zo vindt men in Brazilië, heeft deze stormram niet in huis. Gevaarlijk is hij echter wel. Glasgow Rangers heeft 4,5 miljoen dollar over voor de aanvaller, die eerder bij Vasco da Gama mislukte. Scolari gaf hem het vertrouwen dat hij in Rio nooit kreeg. Hetzelfde geldt voor de klasserijke Paulo Nunes. Hij verpieterde als reserve bij Romario's huidige club Flamengo, maar leefde bij Gremio volledig op. Het oppoetsen van elders mislukte spelers is het handelsmerk van Scolari, die zelf als voetballer op laag niveau speelde. De coach is van mening dat in Brazilië meestal eenzijdige accenten worden gelegd. Vorig jaar werd na een kwarteeuw wachten dan eindelijk weer eens de wereldtitel binnengehaald door Brazilië, maar eerder was het maar al te vaak misgegaan omdat aan alle techniek geen winnaarsmentaliteit werd gekoppeld.

Dat is van oudsher bij Gremio anders. Er wordt gevoetbald in de geest van het spel in het betrekkelijk nabije Uruguay en Argentinië. Dat wil zeggen: stug, hard en als men het nodig vindt ook bijzonder gemeen. Hiertoe levert vrijwel iedereen zijn bijdrage. Jardel is dus het voornaamste aanspeelpunt voorin en verder mogen alleen spelmaker Arilson (begeerd door Kaiserslautern) en de hangende buitenspelers Paulo Nunes en Carlos Miguel echt mee voetballen. Jardel heeft overigens wel bijzondere kwaliteiten. In de laatste nationale competitie vestigde hij met 46 doelpunten een record.

Twaalf jaar geleden kwam Gremio op een bijzondere manier in Tokio terecht. Op weg naar de finale van de Zuidamerikaanse beker (Copa Libertadores), gingen de boeven van Estudiantes de la Plata in Buenos Aires weer eens over de rooie. Estudiantes kwam met 1-3 achter en begon toen zo grof te spelen dat in korte tijd nog maar zeven van de elf Argentijnen mee mochten doen. In Europa is de wedstrijd dan voorbij, maar in Buenos Aires ging men gewoon door. En hoe: de zeven van Estudiantes zorgden voor een historische avond door van 1-3 naar 3-3 terug te komen. Het was net te weinig om Gremio uit de eindstrijd tegen Penarol Montevideo te houden.

Ook nu is Gremio op een veel minder overtuigende manier dan Ajax in Tokio beland. In de kwartfinale werd na een eerste 5-0 overwinning op Palmeiras van deze club zelfs met 5-1 verloren in Sao Paulo. De finale tegen het Colombiaanse Atletico Nacional verliep weer wel soepel: 3-1 en 1-1. In de veertien wedstrijden voor de Copa Libertadores maakte Jardel twaalf doelpunten en Paulo Nunes vijf.

Slagroom

Gremio heeft zich beter dan Ajax voorbereid op de wedstrijd. In 1983 gingen de Brazilianen twee dagen eerder dan Hamburger SV naar de Japanse hoofdstad. Dat was ook nu weer het geval. Voor Gremio gaat het om de belangrijkste wedstrijd van het jaar, voor Ajax is het in principe meer de slagroom op de taart. Zuid-Amerika ligt trouwens ruim voor op Europa in de strijd om de Intercontinentale Beker die in 1960 met Real Madrid-Penarol (5-1 en 0-0) begon. Zuid-Amerika heeft de 'Wereldbeker' twintig keer gewonnen, Europa dertien keer. Drie clubs waren drie keer winnaar (Penarol, Nacional Montevideo en AC Milan), vier clubs wonnen twee keer (Santos, FC Sao Paulo, Independiente Buenos Aires en Inter Milaan). Bij dat laatste rijtje schaart zich vandaag een vijfde club. Gremio was immers winnaar in 1983 en Ajax in 1972.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden