Opinie

Greidanus jr. vlamt op uit verveloze wereld

Verzeild tussen verveling, doelloosheid en uitzichtloosheid probeert de jonge Sladek uit zijn adolescentenwaas te ontwaken. Om eindelijk te kunnen leven, om ergens bij te horen, om een bestemming te vinden.

Aan twee tegenstrijdige credo's klampt hij zich vast: 'In de natuur wordt gemoord, dat is nu eenmaal zo', en: 'Mensen moeten zelfstandig denken.' Uit de echo van de Eerste Wereldoorlog dient zich de volgende wereldoorlog aan; Sladek groeit op in de Weimarrepubliek.

Onder regie van Antoine Uitdehaag, die de laatste jaren vooral in Duitsland regisseerde, speelt het Nationale Toneel 'Sladek, of het zwarte leger' (1928) voor het eerst in het Nederlands taalgebied. Het is het even zienende als grimmige toneelstuk van de Oostenrijks/Hongaarse üdön von Horváth (1901-1938), waarin semi-clandestiene knokploegen van jong en inzichtloos uitschot de basis voor nazi-Duitsland leggen. Onheilspellender dan een historicus ooit achteraf kan, schetst Von Horváth waar stuurloze haat tegen alles en iedereen (met communisten, joden en homoseksuelen voorop) toe leidt. Zelf maakte hij de fascistische verschrikking niet mee: het noodlot trof Von Horváth op 37-jarige leeftijd in Parijs door een vallende boom tijdens een onweersbui.

'Sladek' gaat veel verder dan een sjablonenstrijd tussen goed en kwaad, en begeeft zich tussen eigenbelang, zelfdestructie en Euripides' 'schrander denkende individu' tegenover uitzinnige domheid van de massa. Waarom sluit je je aan bij een groepering? Voor wie is het nodig de held uit te hangen? En wie maakt uit wanneer je een held bent; je verkeerde vrienden?

Sladek zelf weet het, ondanks z'n twee onweerlegbare wijsheden, niet. Hij weet niet eens waarom hij zijn hospita annex minnares verraadt, hij kiest het ene moment voor ongeveinsde gewelddadigheid en lijkt een fractie later tot het pacifisme bekeerd. Von Horváth tekent zijn Sladek als een levensgevaarlijke en tegelijkertijd broze, misschien wel oprecht naar waar- & wijsheid zoekende jongeling. Als een angstig mensenkind van alle tijden, kortom.

Die zware theatrale taak volbrengt Aus Greidanus jr. (1975), zoon van de Appelacteurs Sacha Bulthuis en Aus Greidanus. Vrijwel even oud als zijn Sladek jojoot Greidanus jr. van het ene naar het andere uiterste. Donkere, van angst en machtswellust opengesperde ogen ('Wanneer krijg ik mijn uniform?'), schonkig ineengekrompen jongensschouders die even later als heldhaftig muurtje staan, ingetogen en ook overslaande stem om z'n eigen onmacht. In het sobere, per handomdraai trefzeker wisselende decor (Tom Schenk) en temidden van een hecht spelend ensemble (mooie hospitarol van Henriëtte Tol) vlamt Greidanus jr. uit die verveloze wereld op. Bij wijlen laat je de verhaallijn even op z'n beloop om louter te turen naar de getourmenteerde Hamlet, die ook in Greidanus' Sladek zit. Samen met Fedja van Huêt en Stijn Westenend lijkt Greidanus jr. de nieuwe toptroika (in het kielzog van Porgy Franssen, Peter Blok en Gijs Scholten van Aschat) van het Nederlands toneel te worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden