Graven

Sylvain Ephimenco (Jorgen Caris) Beeld
Sylvain Ephimenco (Jorgen Caris)

Voor een verledenfetisjist zoals ik, kan Facebook een gevaarlijk instrument zijn. Je kunt ermee graven en in vergane lagen boren tot ver onder het schuim der dagen. Diepe kuilen die in ondergrondse labyrinten uitmonden waarin je gemakkelijk verdwaalt.

Altijd op zoek naar die ontbrekende sporen, geuren en contouren van gezichten die je geheugen allang heeft vervlakt. Soms, na alweer een vergeefse zoektocht, moet je naar de bovenwereld terugkeren voordat de boel instort. Uitgeput en verslagen. Tot in de meest duistere uithoeken van dit sociale netwerk moeten mensen die ik ooit lief heb gehad vegeteren. Of gehaat en met wie ik gebroken heb. Op de ene of de andere manier hebben ze allen mijn pad gekruist. Vrienden of vijanden uit de prehistorie van mijn leven.

Soms kan ik me alleen een voornaam herinneren, een datum of een plek. En toch begin ik het vakje ’zoeken’, boven aan het scherm, met wat toetsaanslagen te verkennen. Een soort smeekbede die meestal teleurstellend afloopt. Want je kunt vaak graven totdat je een ons weegt, maar als iemand zijn virtuele alter ego niet tot leven wil roepen, is het zoeken nutteloos. Dan radicaliseer ik en droom dat ieder mens bij geboorte, zijn lidmaatschap van het netwerk in zijn huid gekerfd krijgt. Dat er geen ontsnappen meer aan is. Dat we allemaal verplicht worden een tentakel van de octopus te gaan vormen. Hallo, FB-extremist!

Maar soms geschiedt een wonder. Zoals vorige maand toen ik Dominique uit zijn slaap wekte. Do, zoals we hem tientallen jaren geleden noemden, was een dichter en musicus in wording van amper 17 jaar. Meestal droeg hij een extravagante bontjas en groene cowboylaarzen. Hij had ook het langste haar van de hele klas. En natuurlijk was hij de eerste van onze groep die zijn sigaretten met rare specerijen begon te verrijken. Te veel en te vaak. Op de cruciale dag van het eindexamen koos hij er voor om ergens in een bloemenveld te gaan dagdromen. Het ’systeem’ kon hem gestolen worden.

Ik vond hem terug, na heel wat uren ploeteren op Facebook. Op zijn profiel prijkte een foto uit het heden. Kort haar, diepe groeven, maar ik herkende zijn glimlach. En verder, verscholen tussen tal van andere kiekjes, een reliek uit onze geliefde schooltijd: Do met bontjas en Iggy Pop-haar. Ik liet een eerste bericht achter. Hij antwoordde pas na een week. We begonnen aan elkaars leven te snuffelen. Hij had het gevoel dat bij hem iets was misgelopen. Te veel onvoltooide uiteinden, hier en ook nog daar een kind bij een passerende vrouw verwekt, baantjes van niets en nu, op zijn vijftigste, werkloos. Ik had er bijna spijt van dat ik ongemerkt Do tot een achterwaartse blik had gedwongen. Maar ik, schreef hij enthousiast, ik had er echt iets van gemaakt. En dit succes was ook een beetje dat van onze groep. Ik vond het compliment gênant en de situatie penibel. Ik besefte ook hoe gevaarlijk het kan zijn om schaduwen uit het verleden uit hun slaap te bruuskeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden