Gravenstijn weet dat ze ooit wereldkampioen wordt

Deborah Gravenstijn redde dit weekeinde met een zilveren medaille de eer van de Nederlandse ploeg op het WK. Ironisch genoeg presteerde zij eerder ondanks dan dankzij de judobond.

MÃœNCHEN - Stralend wandelt ze de catacomben van de Olympiahalle binnen. Verlost van een onmenselijk dieet verzamelt de kleine vechtjas eremetaal en lacht het leven haar toe. Deborah Gravenstijn kent geen zorgen meer. Toch?

Zodra ze echter begint te praten, doemt een andere werkelijkheid op. Eindelijk heeft Gravenstijn haar gedrevenheid gevonden en nu ergert ze zich mateloos aan de storende rol die de judobond in haar carrière speelt.

,,De bond heeft in de aanloop naar de Spelen van Sydney teveel naar het groepsgebeuren gekeken, terwijl judo een individuele sport is. Er zou veel meer over persoonlijke begeleiding gesproken moeten worden. Maar er wordt gewoon niet gepraat. Nog steeds niet.''

,,Aan mij is nooit gevraagd wat ik wil en hoe ik dat wil bereiken. Er zijn een paar mensen voorgedrongen en die hebben de hele rit bepaald. Ook mijn eigen trainer was bij de gesprekken aanwezig. Maar hij moet niet op de mat staan. Ik moet dat doen.''

,,Toen ik in 1999 besloot om drastisch af te vallen om me zo op de valreep in een andere gewichtsklasse (tot 52 kilogram) voor de Olympische Spelen te kwalificeren, heeft de bond me niet gesteund. Ik moest zelf een diëtiste zoeken en zelf uitvinden of krachttraining nog mogelijk was. Ik rende van Den Haag naar Tiburg en via Rijswijk weer terug. Ik holde me moe.''

,,Ook nu heb ik weer het voortouw moeten nemen, met de nieuwe professionelere weg die ik ben ingeslagen. Ik denk dat het hoog tijd is dat de judobond daar ook eens zijn steentje aan bijdraagt.''

Gravenstijn is de eerste Nederlandse finaliste op een wereldkampioenschap sinds Monique van der Lee (open categorie) en Angelique Seriese (boven 72 kilo) in 1995 beiden goud wonnen.

De triomftocht van de geboren Zeeuwse, die zaterdag vier van de zes partijen overtuigend op ippon won, deed de hatelijke nul op de medailleteller van Oranje verdwijnen.

Gisteren worstelde Dennis van der Geest zich in de open categorie op zijn derde WK naar zijn derde brons. Na de deceptie van donderdag, in de zwaardere plus-honderd klasse, vloeide als zo vaak de ergste spanning uit het lijf van het zwaargewicht.

Zilver en brons; de twaalfkoppige Nederlandse afvaardiging kon uiteindelijk de vergelijking met Birmingham 1999 (driemaal brons) doorstaan. Maar in een wereld waarin een topsportcultuur ontbreekt en waarin van oudsher net zoveel naast de mat wordt gevochten als erop, blijven successen een incidentele en individuele smaak houden.

Ondanks de organisatorische en financiële beperkingen ontwikkelt Gravenstijn zich sneller dan verwacht. Sinds Jessica Gal geen sta-in-de-weg meer vormt in haar eigen gewichtsklasse (tot 57) veroverde de 26-jarige achtereenvolgens zilver op de Europese en op de wereldkampioenschappen. Ze had gemikt op de topacht.

De verklaring is even simpel als logisch, stelt haar coach Jan de Rooy. ,,Deborah traint harder dan ooit. Die drang komt uit haarzelf. Ik ben niet iemand die pusht. Een pupil moet het zelf willen, anders krijg je chagrijnige gezichten en dan hou ik het niet vol.''

Haar vijfde plaats in Sydney vormde het keerpunt. Gravenstijn had meteen het gevoel dat er meer inzat, mits ze de juiste mensen om zich heen had. Met het plan 'Gravenstijn-2004' stapte ze op een krachttrainer af en een manueel therapeut. Ze vond iemand die haar zakelijke belangen in de gaten houdt en iemand voor de contacten. Een baan als officier bij de luchtmacht bracht verdere structuur en rust.

,,Ik ben door dat team om me heen zelfverzekerder geworden en durf nu te stellen dat ik een keer de wereldkampioen zal zijn.'' Zaterdag was het al bijna zover. In de halve finales smeet Gravenstijn Kie Kusakabe nog met een prachtige schouderworp tegen de grond. Alsof de Japanse niet de bezitster is van olympisch brons.

In de strijd om het goud liet Yurisleidis Lupetey zich niet verrassen door de snelheid van Gravenstijn. De Cubaanse domineerde vanaf het begin en was zo slim haar opponente niet de gelegenheid te geven haar goed vast te pakken. Gravenstijn is iemand die het liefst vanuit de pakking naar een worp toewerkt. Ze hadden elkaar één keer eerder 'gevoeld': in de finale van Rome was Gravenstijn twee jaar geleden nog de betere geweest.

Even rolde er een 'shit' over de lippen van de dochter van Surinaamse ouders. Maar binnen een paar seconden besefte Gravenstijn dat er niet meer in had gezeten en dat ze terecht dolblij moest zijn. ,,Lupetey is een judoka om me op te richten, om zo mezelf te verbeteren. Wellicht kan ik op trainingskamp naar Cuba. Ik hoop dat de judobond me dan eens steunt, anders groei ik niet verder.''

Trainer De Rooy, die tijdens de WK in een caravan kampeert, verwacht meer van de onderhandelingen met NOC-NSF. ,,De judobond doet niets. Dat is oud nieuws. Maar we hebben geld nodig. Nu helpt het team van begeleiders Deborah nog gratis, maar voor hoelang nog. Niet iedereen is zo gek als ik.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden