Graven in het oorlogsverleden

Omdat ik iets wilde weten over het oorlogsverleden van een overledene die ik goed kende, bracht ik een bezoek aan het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) in Den Haag. In dit archief zijn de gegevens opgeslagen van Nederlanders die zich na de Tweede Wereldoorlog in de rechtszaal moesten verantwoorden voor hun daden tijdens de bezetting. Collega's wisten dat ik erheen zou gaan en tot mijn verrassing kreeg ik meerdere verzoeken om, als ik daar toch was, even iets op te zoeken. Hoewel de oorlog 66 jaar geleden is, sta je te kijken van de dichtheid van dit soort vragen, waarbij denk ik vooral mijn generatie (vlak na de oorlog geboren) staat te dringen om gehoord te worden. Collega A. had een oudoom bij de gemeentepolitie, wiens carrière na de oorlog op onverklaarbare wijze in het slop raakte. Hoe Duitsgezind was hij geweest? Zuster B. hield me staande op de gang, buiten ieders gehoor, want ze vindt het vervelend om dit te vragen waar anderen bij zijn. Ze woonde met haar ouders en haar broer boven een kinderloos echtpaar. De man was kapper, de vrouw werkte op een drukkerij. Erg hartelijke mensen die leden onder hun kinderloosheid en die de kinderen van boven altijd verwenden. Pas jaren na hun dood vertelde haar vader dat dit echtpaar in de oorlog felle NSB-aanhangers waren en dat ging in hun geval heel ver. Het was immers niet zo dat alle NSB'ers ijverige verraders waren als het om ondergedoken joden ging. Maar die twee waren dat wel. B. gaf mij hun namen met het idee dat ik ook hun gegevens er gauw even uit zou vissen om eens te zien wat zij precies hadden aangericht.

Ik stelde haar de meest voor de hand liggende vraag: wil je het echt weten? En die andere vraag: als je het weet, wat dan? Al die mensen zijn immers dood. Ze wilde het weten 'in de hoop dat het allemaal erg meevalt'.

Tenslotte belde collega C., die helemaal niet bij ons werkt, maar die via via van mijn expeditie gehoord had. Hij wilde wel eens iets meer weten over een oom van hem die tijdens de oorlog erg rijk was geworden in de tabakshandel. Of ik niet even kon kijken hoe oom dat geflikt had en of hij daarbij vuile handen had gemaakt?

Je kunt echter niet zomaar het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging in Den Haag binnenwandelen om eens wat dossiers tevoorschijn te halen en door te bladeren. Als de man of vrouw over wie je iets zoekt van voor 1910 is, krijg je inzage in het dossier, nadat je dit hebt aangevraagd. Is iemand van na 1910 dan moet je kunnen bewijzen dat de persoon overleden is. Vervolgens mag je binnen op afspraak en krijg je het dossier overhandigd nadat de archivaris uitvoerig heeft uitgelegd wat je allemaal gaat aantreffen in de vorm van verhoren, verslagen, arrestatiebevelen, overplaatsingsberichten, rapporten, persoonlijke brieven, getuigenissen en tenslotte natuurlijk de uitspraak.

Het zal aan mijn innerlijke stemming hebben gelegen, maar bij binnenkomst op het Haags perron viel het mij direct op dat het plukje mensen waar ik achteraan liep richting archief, duidelijk uiteen viel in twee categorieën. De grootste groep bestond voornamelijk uit lichtelijk opgetogen zeventigplussers die met zware aktetassen op weg waren naar de onthulling van het fascinerende verleden van hun verre voorouders, want die archieven zitten in hetzelfde gebouw. De andere groep bestond uit gekwelden van onbestemde leeftijd die zich met enige huiver in de richting van het verleden bewogen dat ergens in dit gebouw als een bom begraven lag, een helse machine die zij met de nodige omzichtigheid uiteen zouden moeten nemen in de hoop dat de explosie langs die weg zou meevallen.

Tot mijn verrassing viel de groep buiten het station op warrige wijze uiteen en waaierden de groepsleden alle kanten op. Ik snapte het niet en vroeg een agent om hulp. Hij legde mij uit dat ik aan de verkeerde kant het station was uitgelopen en mijn verbluffende mensenkennis bleek geheel op duimenwerk te berusten. Toen ik eindelijk wel degelijk het Nationaal Archief binnenstapte was ik wat bescheidener geworden over de motieven van de mij omringenden. Ik kreeg mijn dossier in handen en werd in een ruimte onder toezicht geplaatst. Er zaten acht mensen in BR-dossiers te bladeren. Naar mijn voorzichtige indruk deden zes het wegens onderzoek (laptop mee) en twee wegens persoonlijke verlegenheid, ikzelf (stukje papier en potlood) en een keurige heer uit de oude school (diepe frons). Reeds na een half uur vertrok hij met een uiterst voldane uitdrukking op zijn gezicht, waarbij het gissen bleef of hij zo tevreden was omdat zijn ergste vermoedens waren bevestigd of weerlegd. Na twee uur was ik er ook uit. De 'mijne' was geen monster, geen verrader of fanatiekeling, maar eerder een idealist wiens ideeën korte tijd floreerden op marsmuziek. In 1944 meldde hij zich uitdrukkelijk af als lid van de NSB. en ik stapte kolossaal opgelucht de prachtige lentedag in.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden