Grasduinen in een duizend jaar oude taal

Met de uitroeiing van meer dan zes miljoen joden tijdens de Tweede Wereldoorlog leek ook het Jiddisch, een mengeling van Hebreeuws, Duits en Romaans, ten dode opgeschreven. Te meer daar ook het nieuwe land voor de joden, Israël, Jiddisch lange tijd beschouwde als een minderwaardige slaventaal, gesproken door mensen die zich willig naar de slachtbank hebben laten leiden.

,,Maar voor een dode taal sterft het Jiddisch wel heel erg langzaam uit'', stelt Justus van de Kamp met genoegen vast. De 45-jarige Amsterdammer is historicus en al jaren verknocht aan de duizend jaar oude taal, die afgelopen zomer door de Europese Unie tot officiële minderheidstaal is uitgeroepen. Van de Kamp wil zijn eigen bijdrage leveren aan het behoud van het Jiddisch en is al tien jaar bezig met het opstellen van een Jiddisch-Nederlands woordenboek. Komend voorjaar komt er mede van zijn hand een woordenboek op de markt met joodse woorden in de Nederlandse literatuur. Vele hebben een Jiddische herkomst.

Achter de computer in zijn werkkamer, de zolderetage van een woning in Amsterdam-Oost, demonstreert hij graag enkele van zijn bevindingen. ,,Gabber is bijvoorbeeld zo'n woord dat uit het Jiddisch stamt. Het komt van gavver en betekent kameraad. 'De mist in gaan' heeft niets te maken met nevel, maar staat voor 'gooi 't maar op de mestvaalt.' Alles kits lijkt uit het Engels afkomstig, maar kits (giets) is Jiddisch voor goed.'' Op dezelfde computer bewaart Van de Kamp ook alle informatie voor zijn Jiddisch-Nederlands woordenboek. Daartoe gebruikt hij een speciaal programma om Hebreeuwse tekens op het scherm te krijgen.

Justus van de Kamp had zijn zinnen aanvankelijk op iets heel anders gezet. Na de middelbare school koos hij voor een studie biologie. ,,Ik wilde biochemicus worden om allerlei goede dingen voor het milieu te kunnen doen. Maar al snel had ik door dat ik in die tijd nooit aan de bak zou komen. Je kon hooguit een baan krijgen bij Akzo om het zoveelste nieuwe wasmiddel uit te vinden.''

Ook een loopbaan als drukker bood vervolgens weinig toekomst. ,,Ik was op een gegeven moment bezig met het drukken van een boek over Romeins recht. Op pagina 533 ontdekte ik een typefout. Belde ik de promovendus op. Die was heel blij met mijn vondst. De baas van de drukkerij veel minder. Het stoppen van de persen voor zoiets pietluttigs geldt als een regelrechte ramp.''

Ten tijde van de hevige metrorellen in Amsterdam woonde hij in de Nieuwmarktbuurt. Hij was weliswaar betrokken bij het verzet tegen de aanleg van een metrolijn onder de Nieuwmarkt, maar stond niet op de barricades. ,,Ik maakte blaadjes en schreef artikelen.'' Bij het spitten in het verleden stuitte hij op de joodse wortels van de Nieuwmarktbuurt. Zijn interesse was gewekt, ook voor historisch onderzoek. Hij ging geschiedenis studeren aan de Universiteit van Amsterdam.

Als afstudeeronderwerp koos Van de Kamp de jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog. ,,Voor mij is dat de belangrijkste gebeurtenis van de twintigste eeuw. Daarnaast wilde ik mijn eigen positie bepalen. Aan welke kant zou ik gestaan hebben, als ik die periode had meegemaakt? Kinderen identificeren zich automatisch met de goeden. Op latere leeftijd verdwijnt die vanzelfsprekendheid.''

Van de Kamp is zelf niet joods. Zijn vrouw heeft een joodse grootvader van vaderszijde, die in Auschwitz een paar dagen na de bevrijding is gestorven. Zelf heeft ze haar joodse naam gehouden; haar vader kreeg tijdens de oorlog een andere identiteit, waaraan hij ook nadien vasthield.

Zij doet onderzoek naar joodse naamsverandering na de oorlog. ,,Geen gemakkelijke klus'', weet Van de Kamp. ,,Wie zijn naam verandert, loopt daarmee niet te koop.'' Ook bij zijn eigen onderzoek naar de jodenvervolging stuitte hij op vervreemding van de eigen, joodse cultuur. Zo gold het Jiddisch voor veel, Oost-Europese, joden als symbool van de ondergang. In Israël nam het Hebreeuws de rol van het Jiddisch over.

Voor de oorlog spraken zo'n twaalf miljoen joden Jiddisch. Van de Kamp schat dat er wereldwijd nu nog hooguit twee, drie miljoen mensen die taal machtig zijn, vooral als tweede taal. ,,Jiddisch wordt gezien als een taal van oude mensen en dingen die voorbijgaan. Ouders geven de taal niet meer door aan hun kinderen, met uitzondering van de ultra-orthodoxe joden. En die krijgen nog veel kinderen.''

Zelf mag Van de Kamp zich inmiddels ook rekenen tot de Jiddisch-sprekers. In zijn werkkamer is een wand geheel gevuld met Jiddische literatuur, naast een wand woordenboeken en een muur vol boeken over jodenvervolging. Op de universiteit volgde hij colleges Jiddisch. ,,Helaas te weinig om de taal goed te leren. Een uur in de week stelt niet zoveel voor.''

Vandaar dat hij zich in 1988 met een aantal verwanten aansloot bij een initiatief om tot een Jiddische leesclub te komen. Op een vaste avond in de week praten gelijkgestemden, joden en niet-joden, met elkaar in en over het Jiddisch en lezen zij literatuur in die taal. ,,Sommige joden hebben er moeite mee als anderen zich met 'hun' taal bemoeien, ook al hebben ze zich er zelf van afgekeerd. Zij hebben een enorme haat-liefdeverhouding met het Jiddisch.''

In wezen is Jiddisch een gewone taal met een grammatica, een idioom, een spelling, enzovoort. Er is alleen geen land waar de taal officieel wordt gesproken. ,,Op het eerste gezicht lijkt het een moeilijke taal, vanwege die vreemde letters. Als je je eenmaal door die letters heen hebt geworsteld, lijkt het juist een zeer makkelijke taal, net als het Nederlands erg verwant aan het Duits. Vervolgens blijkt het toch allemaal niet zo gemakkelijk om te leren. Het Jiddisch bevat namelijk naast het Duits ook veel Hebreeuwse, Slavische en Aramese elementen. Ik vind het heerlijk om erin te grasduinen en te ontdekken waar wat vandaan komt.''

Van de Kamp is van oorsprong geen taalkundige, maar verdient zijn brood als free-lance historicus. ,,In de tijd dat ik voor het Meertensinstituut werkte, heb ik vier onderzoeksaanvragen ingediend. De aanvragen over het Jiddisch werden afgewezen. Het onderzoek dat ik daarnaar doe, moet je zien als liefdewerk-oud papier. Mijn Jiddisch-Nederlands woordenboek kost me naast een hoop tijd ook een heleboel geld. Tegen de tijd dat het klaar is, zal ik flink fondsen moeten werven om het uitgegeven te krijgen. Commercieel is het volstrekt niet interessant.''

Niettemin vindt hij het belangrijk dat het wordt gedrukt. ,,Ik wil het Jiddisch doorgeven aan volgende generaties. Taal is meer dan alleen een verzameling losse woorden. Veel van de cultuur is in de taal verwerkt; in het idioom, maar ook in uitdrukkingen. Jiddisch leeft nu in hoofdzaak alleen nog mondeling voort. Dat is een gevaarlijke ontwikkeling. Niet alleen neemt het aantal sprekers af door vergrijzing, ook de kwaliteit en de kennis van het Jiddisch holt achteruit. Ik wil op deze manier mijn steentje bijdragen aan het voortbestaan van de taal.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden