Grapje bij visboer voedt eigenwaarde gehandicapte

Promovenda onderzoekt contact tussen mensen met beperking en medeburgers

Dagelijks begroet worden door de buurvrouw, een praatje maken op het hondenveldje, herkend worden door de visboer die grapjes met je maakt en naar je luistert. Het zijn simpele dingen, maar voor mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrische achtergrond zijn ze van cruciaal belang. "Ze worden erkend en gezien", legt Femmianne Bredewold uit. Juist bij deze mensen ligt uitbuiting op de loer, zo blijkt uit haar onderzoek.

Bredewold (34) is onderzoeker aan de Gereformeerde Hogeschool in Zwolle en promoveert vandaag aan de Universiteit van Amsterdam op haar proefschrift 'Lof der oppervlakkigheid'. Ze onderzoekt daarin wat er in de praktijk terechtkomt van het ideaal van de participatiesamenleving, waar mensen in de wijk en buurt elkaar helpen en voor elkaar zorgen.

Bredewold keek in het bijzonder in een Zwolse wijk (zie kader) naar de contacten tussen mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrische achtergrond en hun medeburgers. Die zijn er wel, maar beperken zich veelal tot lichte, oppervlakkige ontmoetingen. Het is niet realistisch stelt Bredewold vast, in te zetten op warme en emotionele banden tussen mensen met en zonder een beperking. "Die kun je als overheid niet afdwingen."

"Buren zitten er niet op te wachten om regelmatig te eten met hun buurvrouw met een verstandelijke beperking, en mensen met een psychiatrische achtergrond willen hun buren vaak helemaal niet in huis ontvangen. Intensief contact past niet bij hoe buren met elkaar willen omgaan", concludeert Bredewold uit gesprekken met verschillende buurtbewoners.

Waar iedereen zich wel goed bij voelt, zijn juist die oppervlakkige ontmoetingen, ontdekte Bredewold. Het geheim schuilt volgens haar in de begrenzing. "Juist wanneer mensen niet te veel van elkaar moeten, blijken contacten vaak leuk te blijven. Mensen met een psychiatrische achtergrond of verstandelijke beperking krijgen er eigenwaarde en zelfvertrouwen van. Ze voelen zich thuis in de buurt. Mensen zonder een beperking vinden die contacten met kwetsbaren ook prettig. Ze kunnen eerlijk zijn en hoeven de schijn niet op te houden."

Wat opvalt bij de door Bredewold ondervraagde buurtbewoners met een beperking, is dat zij de lokale winkeliers zien als belangrijke netwerkcontacten. Het biedt erkenning ('Kijk, de visboer kent me zelfs bij naam en weet wat ik lekker vind!') en een luisterend oor, al is het maar voor even. "Omdat de oppervlakkige contacten van groot belang zijn is het interessant om te kijken hoe je die zou kunnen organiseren", stelt Bredewold.

Zij pleit voor het opzetten van projecten in de buurt waarin buurtgenoten elkaar op een natuurlijke manier ontmoeten en waarin mensen met een beperking een duidelijke rol hebben. "Bijvoorbeeld een fietswerkplaats, waar buurtbewoners hun fiets kunnen laten repareren. Dan is er ook contact over en weer en tegelijk is dat begrensd. Je betaalt en gaat weer weg." Dat werkt beter dan bijvoorbeeld een eetcafé waar iedereen kan aanschuiven, maar waar mensen zonder en met een beperking aan aparte tafels blijven zitten.

Eén verontrustende conclusie bevat Bredewolds onderzoek ook. Bij de helft van de ondervraagde mensen met een verstandelijke beperking en een derde van mensen met een psychiatrische achtergrond is sprake van uitbuiting en pesterijen. Ze worden zowel financieel, psychisch als seksueel misbruikt. De daders zijn andere cliënten, familieleden, buren of buurtgenoten. "Ik ben er echt van geschrokken, vooral ook omdat er weinig aandacht is voor uitbuiting van deze heel kwetsbare mensen."

Ze houdt haar hart vast voor de gevolgen van de nieuwe wet WMO voor deze groep. Gemeenten moeten straks fors bezuinigen op de zorg, en dat betekent bijvoorbeeld ook dat er minder begeleiding is voor zelfstandig wonende mensen met een verstandelijke beperking. "Maar juist in de participatiesamenleving blijven professionals nodig. Anders gaan deze mensen zichzelf verwaarlozen en ligt uitbuiting op de loer."

Onderzoek
Promovenda Femmianne Bredewold deed onderzoek in twee buurten in Zwolle-Zuid: Ittersumerlanden en Schellerlanden.

De eerste is een 'aandachtsbuurt', in de tweede wonen mensen met hogere inkomens.

Er zijn enquêtes uitgezet onder mensen zonder en met een verstandelijke beperking en bij 75 van hen is een interview afgenomen. 25 mensen met een beperking en 22 mensen met een pschiatrische achtergrond deden daaraan mee. Ook 25 zorgprofessionals zijn geïnterviewd.

Daarnaast liep Bredewold mee bij buurtprojecten die gericht zijn op mensen met en zonder een beperking: een eetcafé, een klussenproject en de wijkboerderij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden