Grapjas in de loopgraven

Herontdekte anti-oorlogsroman doet denken aan 'de brave soldaat Svejk'

Boeken kunnen op een verkeerd moment verschijnen. Neem 'Schlump' van de Duitser Hans Herbert Grimm, dat in 1928 door Kurt Wolff werd gepubliceerd, de uitgever van Kafka en Georg Trakl. Enkele weken eerder was Erich Maria Remarques 'Van het westelijk front geen nieuws' op de markt gekomen, waarvan per dag 10.000 exemplaren werden verkocht en dat al snel wereldfaam verwierf. Daar kon 'Schlump' niet tegenop, het werd genegeerd en later, onder het bewind van de nationaal-socialisten, belandden de resterende exemplaren van het 'on-Duitse boek' zelfs op de brandstapel. Pas afgelopen voorjaar werd het in Duitsland herontdekt en inmiddels is het in diverse talen vertaald, zojuist ook in het Nederlands.

De taalwetenschapper Hans Herbert Grimm (1896-1950),die zijn enige roman onder pseudoniem publiceerde, werkte als leraar in zijn geboortestad Altenburg nabij Leipzig. Tijdens de Tweede Wereldoorlog tolkte hij aan het westelijke front. Na 1945 keerde hij terug naar Altenburg in de DDR, waar hij een beroepsverbod kreeg omdat hij (om niet op te vallen) lid was geweest van NSDAP. Twee dagen na een kritische ondervraging door de DDR-autoriteiten pleegde hij zelfmoord.

"Schlump was net zestien geworden toen in 1914 de oorlog uitbrak", luidt de openingszin van Grimms avonturen- annex oorlogsroman. De kleermakerszoon heeft zijn vrolijke bijnaam - hij heet eigenlijk Emil Schulz - te danken aan een reprimande van een politieagent. Schlump is onbetwist de grootste gangmaker en grapjas onder zijn klasgenoten, dartele streken vormen zijn handelsmerk.

Als nieuwsgierige vrijwilliger neemt hij deel aan de oorlog en dankzij zijn kennis van de Franse taal wordt hij al spoedig commandant van een bezet dorp. Vooral door de vrouwelijke dorpsbewoners wordt de aantrekkelijke Schlump op handen gedragen; aan iedere vinger heeft hij een Frans liefje. Met tranen in de ogen nemen de bewoners afscheid als hij in 1916 naar het front wordt gestuurd.

Daar gaat het er minder vreedzaam aan toe. Schlump strijdt in de loopgraven en wordt geconfronteerd met afgerukte ledematen, lijken in het prikkeldraad en andere oorlogsrealia. Tot twee keer toe belandt hij in het lazaret en wordt hij tijdelijk naar huis gestuurd, waar zijn overbezorgde moeder en doodzieke vader zich over hem ontfermen. Met veel geluk en toeval overleeft hij de oorlog. Nadat hij op dubieuze wijze aan veel geld is gekomen, dat hij al snel weer verspeelt, keert hij in 1918 per trein terug naar Noord-Duitsland. Daar wacht zijn jeugdvriendin 'de heilige Johanna' op hem.

Hans Herbert Grimm vertelt met vaart en enthousiasme, de korte fragmenten van gemiddeld twee, drie bladzijden maken zijn boek extra toegankelijk. Probleem is wel dat 'Schlump' overal hetzelfde jolige register bespeelt, zelfs bij de gruwelijkste feiten. Nergens is sprake van reflectie; dat zou ook niet zou passen bij Grimms eenvoudige taalgebruik.

Herhaaldelijk moest ik denken aan de vorig jaar vertaalde en enigszins verwante roman 'De strijd om sergeant Grisja' van Arnold Zweig. Deze roman uit 1927, die eveneens speelt tijdens de Eerste Wereldoorlog (maar aan het Russische front), is stilistisch en psychologisch van een hoger kaliber.

'Schlump' staat in de traditie van de schelmenroman, zie alleen al de ondertitel: 'Verhalen en avonturen uit het leven van de onbekende musketier Emil Schulz, bijgenaamd "Schlump", door hemzelf verteld'. Door de burleske en satirische toon doet het boek soms denken aan 'De lotgevallen van de brave soldaat Svejk' (1923) van Jaroslav Hasek, ook een anti-oorlogsboek, een afrekening met het militarisme. Soms lijdt dat in 'Schlump' tot geslaagde fragmenten. Een hoogtepunt vormt de ontmoeting tussen de verteller en een eveneens pacifistische Franse krijgsgevangene, die elkaar vermaken met het vertellen van literaire fabels. Beter kun je de oorlog niet bespottelijk maken.

Door de Nederlandse vertaling schemert af en toe Duits heen, soms stuit je ook op taalfouten: "We moeten standhouden tot de laatste man en het laatste patroon." (Verkeerd woordgeslacht.) Daar staat tegenover dat het originele omslag van kunstenaar Emil Preetorius, die bevriend was met Thomas Mann, oogstrelend is. De illustraties zijn dat ook. Uiterst informatief is het nawoord van de Duitse journalist Volker Weidermann, die 'Schlump' een jaar geleden bij toeval ontdekte.

Hans Herbert Grimm: Schlump. (Schlump) Vertaald door Wim Scherpenisse. Ambo/Anthos; 272 blz. euro 23

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden