Grandeur. Welke grandeur?

Het thema van de tiende kunstmanifestatie van Sonsbeek is ’grandeur’. Toch komt de bezoeker dat niet vaak tegen.

Het is even zoeken midden in het op een zonnige dag toch zo duistere Park Sonsbeek in Arnhem. Verscholen tussen bosschages is een videobeeld te zien van een vriendelijke, knipogende olifant, alsof het beest tijdelijk aan het oerwoud ontrukt is. Het olifantenknipoogje wordt in de vorm van een loop getoond, er is begin noch eind. Alleen de oogopslag komt in beeld, met als gevolg dat de trage handeling na verloop van tijd meditatief uitpakt. Marijke van Warmerdam, maakster van het beeld, heeft wat met het begrip ’kijken in een eindeloze tijd’, een onderwerp dat in een lange rij variaties haar manier van werken bepaalt.

Marijke van Warmerdam is een van de 26 deelnemers aan de tiende aflevering van Sonsbeek. Deze in het verleden zo roemruchte manifestatie van kunst in de open lucht wordt op onregelmatige tijden in het gelijknamige park in Arnhem gehouden. Anders dan de Biennale van Venetië (eens in de twee jaar), de Documenta in Kassel (gebruikelijk eens in de vijf jaar) en Münster Skulptur (elke tien jaar) kent Sonsbeek, als de enige beeldenmanifestatie in Nederland van internationaal formaat, geen regelmaat. ’Er moet een aanleiding voor zijn’, geeft het bestuur van de manifestatie als reden om tot een tentoonstelling over te gaan.

Zo’n aanleiding moet in de beeldende kunst zelf worden gezocht, culminerend in een heus thema waarvoor een samensteller of curator met internationale uitstraling wordt gezocht. De eerste editie van Sonsbeek voltrok zich in 1949 en sindsdien zijn er nog negen gehouden, inclusief de zojuist geopende aflevering waarvoor niemand minder dan kunstcritica Anna Tilroe als curator werd uitgenodigd. De in museumkringen vanwege haar sterke analytische vermogen gevreesde publiciste is daarmee de opvolger geworden van illustere figuren als prof. Jaffé (jaren ’50) en Wim Beeren (later directeur van het Stedelijk in Amsterdam) in 1971, Saskia Bos (van De Appel in Amsterdam) in 1986, de Amerikaanse Valerie Smith in 1993 en de laatste keer in 2001 Jan Hoet (SMAK Gent en MARTa Herford).

Gebruikelijk is dat de curator zoveel ruimte krijgt als wenselijk wordt geacht. Een curator die over een beetje ego beschikt kan een hoogst persoonlijke aflevering maken. Zo ging Beeren al in de jaren ’70 met videokunst en land art ’buiten de perken’ van het toch bepaald niet formeel aangelegde park en trok Hoet 30 jaar later zelfs de wijken van de Rijnstad in. Waarschijnlijk om die reden was Sonsbeek 9 geen al te groot succes. De Arnhemmers reageerden afwijzend op het feit dat ze onder het winkelen met de meest uiteenlopende kunstuitingen werden geconfronteerd.

Wat dat betreft heeft Anna Tilroe lering getrokken uit het verleden. Ze besloot in een vroeg stadium een draagvlak onder de bevolking te zoeken. Dat leidde er toe dat de manifestatie zondag 7 juni op informele wijze werd ’geïnaugureerd’ met een optocht van de beelden door de Arnhemse binnenstad. De dragers van de beelden in deze processie werden uit alle sociale lagen van de bevolking gekozen, waarbij soms spannende combinaties van beroepsgroepen tot stand kwamen. Zo droegen Rode Kruis-vrijwilligers samen met beoefenaars van de vechtkunst een vlag van Rini Hurkmans en waren boekenlezers gekoppeld aan fervente krantenlezers om een menselijke figuur van Alain Séchas te verslepen. Hoogtepunt was het aanbieden van een kleed aan een levende olifant op de Grote Markt waarop het olifantenoog van Marijke van Warmerdams video was afgebeeld.

En Tilroe deed nog iets wat uitgesproken goed ligt bij zowel kunstliefhebber als -hater: ze koos voor een compacte manifestatie die tot het park beperkt blijft en dus geen enkele moeite doet om contacten te leggen buiten het decor van de natuur. Maar daarmee is Sonsbeek 2008 nog geen overzichtelijke tentoonstelling geworden. De bezoeker die op elk uur van de dag dat er licht is het honderd hectare grote park kan betreden, moet er een urenlange wandeling voor over hebben om elke installatie te bekijken. Op het einde van de rondgang langs de 26 installaties en beelden die als in het alfabet elk een andere letter hebben gekregen en eigenlijk ook in de volgorde van A tot Z bekeken zouden moeten worden, wacht een apotheose in de vorm van een reusachtige kroon van glazen druppels, vervaardigd door Jean-Michel Othoniel. De bezoeker mag zichzelf ter plaatse tot veroveraar van de kunst uitroepen.

De kroon is een symbool van vorstelijke grandeur en past daarom ook goed in het thema dat Anna Tilroe met Sonsbeek 2008 wil belichamen. Stond voor Jan Hoet in 2001 de relatie van de kunst met de samenleving centraal (een gegeven dat trouwens nog steeds actueel is), bij Tilroe draait het alleen om de mens en diens grootse rol die leven heet. Tilroe vat ’s mensen streven naar grootsheid samen onder het woord ’grandeur’, wat ontegenzeglijk een chique lading aan haar tentoonstelling meegeeft. En omdat de mens in zijn ’streven naar’ middelen nodig heeft om die grootsheid te bereiken, is daar opeens de kunst als een mogelijkheid om het diepste gevoelen tot uitdrukking te brengen. „Zie Sonsbeek niet als een expositie die een model voor grandeur moet zijn. Het gaat hier wel om het verlangen naar, het innerlijke, de illusie, het gevecht om. Kortom, de potentie van het menselijk zijn”, voegde Tilroe er aan toe om de rode draad door het park Sonsbeek aan te geven. Dat zijn stuk voor stuk zaken met een tijdloos karakter. Sonsbeek 2008 verraadt wel de harteklop van het leven, maar niet die van de tijd waarin nu wordt geleefd.

Wie keurig bij beeld A (het olifantenoog van Marijke van Warmerdam) begint en bij de kroon van Z eindigt, komt grandeur trouwens maar zelden tegen. Op enkele momenten na is dit vooral een presentatie van afstandelijke werken, eerder cerebraal en te genieten met de hersens dan dat de bezoeker er warm en opgewonden van raakt. De tijd dat kunst de kijker op het verkeerde been zette (zoals Beeren nog beoogde) lijkt ver achter ons te liggen. De meeste werken zijn uitsluitend rationeel te verklaren. Dat staat haaks op het feit dat het leven zelf bijna elke dag vragen opwerpt.

Het valt in de curator te prijzen dat ze op haar zoektocht naar deelnemers nu eens niet voor het rijtje van overbekende expositietijgers heeft gekozen. Ze deed tal van ontdekkingen die in de komende jaren zullen beklijven. Maar als hun ideeën en opvattingen in het internationale circuit aanslaan, wachten er saaie tijden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden