Grand Hotel Victoria's grote illusie

Weinig duidt erop dat de situatie binnen het Victoria Hotel op springen staat. Van grote spanningen, defaitisme of onverschilligheid bij het hotelpersoneel is zo op het eerste gezicht niets merkbaar. De kletsnat geregende gast wordt hoffelijk en heus benaderd in de bar van het hotel en krijgt na opgedroogd en op adem gekomen een fraai tafeltje in het restaurant, aan het raam, op het kruispunt van Damrak en Prins Hendrikkade. Ook de keuken blijkt niet te lijden onder de druk van de 'executoriale veiling' die het monumentale hotel op de veertiende dezer boven het hoofd hangt en serveert in volle glorie een voortreffelijke biefstuk.

Al drie jaar leven ze onder het zwaard van Damocles, vindt Chris Stoker, hoofd technische dienst. In 1989 - het hotel was net overgenomen door Prime Nederland BV, een consortium van Zweedse beleggers en het Scandic Hotel - vroeg hij de nieuwe eigenaar, Gunnar Lundgren, of deze wel wist waar hij mee bezig was. 'Prime' had immers veel geld neergeteld voor het pas ingrijpend verbouwde hotel, en keek meteen al aan tegen forse budgetoverschrijvingen als gevolg daarvan.

Lundgren was vol goede moed, de onroerend-goedmarkt leek veelbelovend, er zat een puike parkeergarage bij en de Zweden zagen wel heil in een investering in een EG-lidstaat, bij welke ze zich op termijn zeker ook aan zouden sluiten. Dus stapelden de hypotheken zich op, tot zo'n 120 miljoen, met een navenante rentelast. Maar in augustus werd surseance van betaling gevraagd door de ABN Amro, met zo'n 50 miljoen de grootste schuldeiser - en dus de drijvende kracht achter de veiling van het hotel.

"Toch is niemand van de 130 personeelsleden na die surseance weggelopen" , zegt Zuidema. "De mensen blijven gemotiveerd, we betrekken ze overal bij, daardoor blijft de sfeer plezierig."

Victoria, een 'plezierig' hotel, qua ligging, qua sfeer. En ook nog winstgevend, naar verluidt samen met Krasnapolsky, als enige twee van de zes Amsterdamse Grand Hotels. In de exploitatie dan: vorig jaar een gemiddelde bezettingsgraad van 65 procent, een stijging van 5 procent en een bruto winst van bijna 7 miljoen, het beste jaar uit de historie. Maar ja, ruimschoots te weinig om de naar schatting 10 miljoen aan rente en aflossing op te hoesten. Dus gaat vandaag het Victoria onder de hamer en serveerden de medewerkers gisteren voor het hoofdkantoor van de ABN Amro het personeel koffie en erwtensoep, niet zozeer uit protest tegen de veiling, maar meer uit vrees dat het Victoria anders dan als hotel zal worden geveild en dus hun baan verloren gaat.

Junior Grand Hotel

"Zoo is dan Amsterdam een nieuw en groot hotel rijker geworden, dat misschien het uitgangspunt zal vormen van den Damrakboulevard der toekomst, die wellicht eenmaal den Dam met het Centraal Station zal verbinden." Profetische bespiegelingen bij de opening van het hotel op 19 augustus 1890. Het Victoria is dan de junior in de reeks Grand Hotels die op de golf van de wereldtentoonstelling van 1883 in Amsterdam verrijzen. Het Amstel is er al sinds 1867, daarna komen Krasnapolsky, American, Brack's Doelen en ten slotte verschijnt op de plek van Hotel Het Rondeel het huidige Hotel L'Europe.

De opening van het Victoria is goed getimed, net een jaar ervoor is het Centraal Station op een aangeplempt eiland in het IJ klaar. Het plan voor het Victoria dateert uit 1882, uitgebroed door de uit Duitsland afkomstige architect J. F. Henkenhaf, die met een half miljoen gulden aanvangskapitaal directeur en ontwerper wordt van een "schitterend hotel, zulks teneinde buitenlandse gasten die Amsterdam komen bezoeken, op een gepaste wijze een welkom toe te roepen en een gastvrij onderdak te bieden" .

Het Victoria-project komt aanvankelijk niet echt van de grond, tot in 1889 de Amsterdamse Courant bericht dat de maatschappij het oog heeft op een aantal panden aan het Damrak en de Prins Hendrikkade om die bij het hotel te betrekken. Het gaat niet van een leien dakje, de eigenaars van twee pandjes aan de kade, kleermaker Carstens op nummer 46 en biertapper Verburgt op 47, weigeren hun huisjes te verkopen. Zelfs het voor die tijd astronomische bedrag van 46 000 gulden per pand kan hen niet vermurwen. De architect besluit dan maar om de huisjes heen te bouwen. Zo is het sindsdien gebleven.

Het Victoria - gebouwd in 'Duitschen renaissance-stijl met baroquedetails', c.q. 'Italiaanschen renaissance-stijl van den jongsten tijd', de scribenten komen er niet uit - bevat bij opening nogal wat nieuwigheden, zoals een hydraulische personenlift, dubbele ramen en deuren tegen geluidsoverlast en elektrische verlichting in elk vertrek. Ook de brandbeveiliging is up to date en het hotel adverteert dan ook deftig in het Frans als "le seul hotel incombustible en Hollande" , het enige onbrandbare hotel in Holland.

Deftig

Deftig, dat etiket wil Henkenhaf op zijn hotel plakken, maar dat lukt maar deels. Hij laat steevast in de krant klinkende namen publiceren van gasten die al dan niet in zijn hotel overnachtten. Maar Victoria heeft nou eenmaal niet de standing van het Amstel, de Grande Dame van de Grand Hotels, of van - second best - Brack's Doelen, waarheen Sissi, de jonge keizerin, de wijk neemt, nadat de aanwezigheid in het Amstel van de sjah van Perzie - die met zijn gevolg elke morgen de gemeenschappelijke badzaal bezet - haar afgrijzen heeft gewekt.

De pogingen van Henkenhaf om het Victoria aan dat chique imago te helpen, komt hem op snerende stukken te staan in het satirische tijdschrift Asmodee. 'Een werkelijk fijn hotel verkoopt geen bluf!' Het blad somt quasi-gasten op die in het 'Viktorie-Hotel' zijn afgestapt: 'Baron von Munchhausen, ridder Don Quichot de la Mancha, graaf De Monte Christo, Sir Phineas Fog, generaal Boem met adjudant' en nog wat fantasiefiguren.

Nee, het Vicoria is niet meteen een echt succesnummer. Twee jaar na opening vraagt een crediteur het faillissement aan. Het loopt met een sisser af en het hotel wordt publiekelijk gerehabiliteerd "wegens gebleken ongeluk en goede trouw" . Daarna breken onder directeur Emile Kaufmann vette jaren aan. Victoria breidt uit, gedijt, trekt de beau monde aan en kan zich eindelijk met recht een Grand Hotel noemen.

De eerste wereldoorlog werpt roet in het eten en ook het interbellum met zijn economische depressie laat zich voelen. Om maar te zwijgen van de tweede wereldoorlog. De Duitsers confisqueren het Victoria, tranformeren het in een hoerenkast voor officieren en laten het in mei '45 volstrekt uitgewoond achter.

Er komen nieuwe eigenaars: de familie Vermey, diamantairs uit Zuid-Afrika, die er zelf hun intrek in nemen. Vermey senior pakt de zaak grondig aan, stuurt zijn zoons naar de hogere hotelvakschool in Lausanne en steekt in de jaren vijftig de nodige miljoenen in een renovatie. Het Victoria krijgt weer glorie, maar blijft toch een keurige middenmoter. Een Grand Hotel, zeker, maar niet echt bij de top. Terwijl het Amstel de ene na de andere beroemdheid binnenhaalt en in 1962 alle groten der aarde herbergt ter viering van het zilveren jubileum van koningin Juliana en prins Bernhard, moet het Victoria het doen met modeshows van Max Heymans, Pierre Balmain, Nina Ricci, Dick Holthaus of Pierre Cardin. Coryfeeen, dat wel, maar toch mindere goden, of het moet 'his kind of Woman' Jane Russell zijn, een liefje van Howard Hughes, die begin jaren vijftig een Thanksgiving-viering opluistert.

Aan het prive-eigendom van het hotel komt in 1969 een eind, wanneer Verwey het Victoria verkoopt aan de Britse keten Grand Metropolitan, ook eigenaar van het Amstel en American, waarna de dans der hotelketens begint. Grand koopt Intercontinental op, het Victoria komt bij de Forumgroep, later bij de keten Consul Hotels,die de grote verbouwing annex uitbreiding plus aanleg parkeergarage voor haar rekening neemt. De rekening, de grote illusie, die later Prime Nederland, de Zweedse Scandic Crown-groep, gepresenteerd kreeg. En nu de 130 man personeel dus.

Een rustig vijf-sterrenhotel voor een vier-sterrenprijs. Dat is het imago van het Victoria door de jaren heen geweest. Bijna burgerlijk zelfs. En inderdaad, er doen over het Victoria nooit flitsende anekdotes de ronde, zoals over Amstel, Doelen, Kras of American. Dat ervoer ook de heer De Rijk van de firma de Boer, Den Hartog, Hooft - de makelaars die de veiling verzorgen. Ter opluistering van de veilingbrochure wilde hij nog wat aardige historische wederwaardigheden invoegen, maar hij ving bot.

'Hotel blijft hotel'

Overigens, het kan er bij De Rijk niet in dat het Victoria met zijn 321 kamers straks voor iets anders dan een hotel zal worden geveild. "Het hotel blijft hotel" , zegt hij, "het is pas prima verbouwd en het zou gigantische kapitaalvernietiging zijn om daarvan een kantorencomplex te maken." Ook onderdirecteur Zuidema denkt "voor 99,999 procent zeker" dat het Victoria hotel zal blijven. Maar Chris Stoker is minder overtuigd, die heeft bij de koopgeintereseerde kijkers nogal wat volk aangetroffen dat een idee heeft er een groot winkelcentrum van te maken. "Ja, zo'n soort Magna Plaza."

Maar nee, daar willen ze niet aan geloven. Stoker zegt: "Er zit met alle 130 personeelsleden in totaal ruim 600 jaar horeca-ervaring in het hotel. Onder hen zijn misschien vijf mensen ouder dan 45, dat is dan toch heel positief voor een complete overname, van hotel en personeel?" Daarover beslist een hamerslag, vandaag, twee weken na afsluiting van het beste jaar uit de geschiedenis van het Victoria Hotel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden