Graham Taylor pareert hoon en haat

ROTTERDAM - Met een simpele handomdraai ontgrendelt een fax de poort naar het wereldgebeuren. Gisterochtend bij het ontbijt bladerde de Engelse bondscoach Graham Taylor met groeiende ergernis, nee, geen verbazing, het verse stapeltje voorbeschouwingen op Nederland-Engeland door en zuchtte nog maar eens diep. Zijn vrienden van de pers zullen het waarschijnlijk nooit begrijpen.

JOHAN WOLDENDORP

Engeland, zo las de manager, kan de eindronde van het WK voetbal al vergeten, terwijl de aftrap van de zoveelste wedstrijd van het jaar nog gedaan moet worden. De sportpagina's in willekeurig welke krant - van de eerbiedwaardige Times tot de ranzige Sun en alles wat er aan kwaliteit en pulp tussenzit - ademden de beklemmende en droeve sfeer van een crematieplechtigheid op Westgaarde uit. Het Engelse elftal was al dood en begraven. En dus wist de charmante Taylor hoe laat het was: de geplande persconferentie van die dag zou weer zo'n wonderlijke confrontatie worden tussen heftig gesticulerende journalisten, de sombere gezichten in de plooi van een donderwolk getrokken, en de minzaam glimlachende England manager die met veel pedagogisch en psychologisch vernuft de orde in de klas vol moeilijk opvoedbare kinderen zou handhaven.

Het werd - dat moet gezegd - een fascinerend schouwspel. Een uur lang werd de goede Taylor overladen met een lawine van hoon en haatgevoelens. Geraffineerd wierp de coach een dam op. Hij deelde de goegemeente mee dat hij door de schorsing van Gascoigne en de blessures van Ferdinand, Pearce en Wright (de eerste drie scoorden een maand geleden op Wembley tegen Polen) ook maar beperkt is in zijn mogelijkheden. Maar, niet getreurd, met het beschikbare elftal (Seamon; Parker, Adams, Pallister, Dorigo; Merson, Palmer, Ince, Sharpe; Platt, Shearer) kan hij meer kanten op dan met welk alternatief dan ook. “Van Engelsen wordt altijd gezegd dat ze maar een kant op kunnen voetballen,” liet Taylor zijn gehoor fijntjes weten. “Welnu, met dit veelzijdige team hoeven we niet voortdurend dezelfde weg af te leggen.”

De aan de hamstrings gekwetste aanvoerder Ian Wright is volgens Taylor wel fit, maar net niet scherp genoeg om in de basis te staan. “Hij is er drie weken uit geweest. Wat zou U doen met een speler die in feite hersteld is, maar van wie je moet afwachten of hij een bijzondere wedstrijd als die tegen Nederland volledig aankan?” Op 29 mei was Wright in de uitwedstrijd tegen Polen een gevierd pinchhitter. In de optiek van de England manager zou hij die glansrol weer kunnen vertolken als Alan Shearer in zijn opzet faalt. De spits van Blackburn Rovers maakte elf maanden geleden zijn laatste doelpunt voor Engeland. Daarna was hij door een knieblessure driekwart jaar uit de roulatie. Het bijgeloof houdt hem vanavond in de Kuip op de been: het gegeven dat hij ieder 'debuut' met een doelpunt opluistert. “In iedere eerste wedstrijd op een hoger niveau heb ik gescoord,” herinnert hij zich en lepelt zijn levensverhaal in dit opzicht op: de reserves van Southampton, Southampton 1, Engeland onder 17, Jong Engeland, Engeland A, Blackburn Rovers en nu weer Engeland A. “Want terugkomen na een slepende blessure beschouw ik als debuteren. Ook al speel ik mijn zevende interland.” Voor Blackburn vond Shearer recent al vijfmaal in vier wedstrijden het net.

“Please, don't be so silly, Rob,” lijkt Graham Taylor de gezaghebbende voetbaljournalist van het boulevardblad Today te smeken, als die in het overvolle zaaltje van het spelers- annex journalistenhotel in Rotterdam zijn grafrede uitspreekt. Ofschoon hij er aan gewend is in de Britse pers tot het bot te worden afgemaakt, vindt Taylor dat de koningin der aarde nu wat al te somber is gestemd. “Binnen de groep vibreert het. Iedereen is positief gestemd en vol vertrouwen op een goede afloop. En dan kom ik deze zaal binnen . . . What the hell is this! Ik vind het ronduit verbijsterend. U heeft Uw verantwoordelijkheid, U heeft vooral Uw invloed, ik wil U ook niet het recht ontzeggen sceptisch te zijn, maar zoals U er allen bijzit, dat lijkt toch nergens op?” Waarna hij wederom het woord richt tot Rob Shepherd van Today, overigens een van de weinige Britse voetbaljournalisten die vriendschappelijke banden met Taylor onderhoudt. “Dat gezicht van jou kan ik niet langer aanzien. Put a smile on your face. Als ik in mijn selectie een speler had die zo chagrijnig kijkt als jij, gooide ik hem er onmiddellijk uit.”

Het is allang geen vraag meer waarmee Taylor het drukker heeft: met zijn spelers of met de journalisten. De cultuurliefhebber uit de buurt van Stratford-on-Avon wist in welk wespennest hij zijn hoofd stak, toen hij na het WK in Italie Bobby Robson opvolgde. Zorgvuldig stippelde hij de marsroute uit. Hij herinnerde zich hoe gentleman Robson was aangepakt. Hoe diens liefdesleven tot in de pijnlijkste details op straat kwam te liggen. Hoe de man het land werd uitgepest.

Voetbalfamilie

Taylor, zoon van een sportjournalist en als kind lange tijd gebiologeerd door dat vak, speelde direct na zijn aantreden in 1990 in op het sentiment. Hij belegde her en der ongedwongen kennismakingsbijeenkomsten met het persvolk en vulde dan een hele avond met prachtige filosofieen over hoe de hele Engelse voetbalfamilie, spelers, journalisten en supporters, als een man achter het elftal zou moeten staan. Hoe iedereen bij het aanhoren van het volkslied een brok in de keel zou moeten krijgen. Het college ging nog geen minuut over het spelletje zelf. Nee, de lezing was een bruisende explosie van levensblijheid, gevolgd door het dringende verzoek hem de tijd te gunnen bruggen te bouwen. Gezien zijn achtergrond zei hij de media volledig te begrijpen. Geen gelikte pr-man had een gladder verhaal af kunnen steken. Taylor moest wel. Hij had Aston Villa weliswaar vanuit het dal naar de top van het Engelse voetbal geloodst, daarvoor met Lincoln City en Watford vergelijkbare huzarenstukjes uitgehaald en popzanger Elton John van zijn alcoholprobleem afgeholpen, voor het hoogste technische ambt in de FA achtte slechts het bestuur van de voetbalbond hem geschikt, zo leek het.

Zesendertig wedstrijden (17 overwinningen, 13 gelijke spelen en zes nederlagen) en talloze spelersexperimenten verder blijken de goedbedoelde pogingen een familieband met de gezworen vijand te smeden, averechts te werken. Schandalen in de prive-sfeer vallen er niet te onthullen - die ellende blijft de man bespaard - voor de rest wordt hem in alle toonaarden een minderwaardigheidscomplex aangepraat. In de Times van afgelopen zondag, bijvoorbeeld, viel Eamon Dunphy niet te stuiten in zijn tirade op de softy die Taylor schijnt te zijn. Dunphy woonde destijds in Manchester een kennismakingsbijeenkomst bij en zegt er ruim drie jaar na dato alleen maar een vieze smaak aan overgehouden te hebben. “Hij is het type evangelist dat in buitenwijken van grote steden met veel overredingskracht bijbels aan de man brengt. Stuur je mensen als Alf Ramsey en Jack Charlton (de Ierse bondscoach - red) met de bijbel op stap, dan zouden de huisvrouwen onmiddellijk de voordeur vergrendelen en de politie bellen, maar als bondscoach kun je geen betere dan dat soort treffen. Taylor wil te graag sympathiek overkomen en is te bang om verantwoordelijkheid te dragen.”

De Engelse voetballers stralen in hun spel geen overtuiging uit omdat de coach niet weet wat hij wil, luidt een algemene klacht. “Wij zijn naar Rotterdam gekomen om er te winnen,” zet Taylor vanachter een batterij cassetterecorders dat misverstand recht. “Of ik een mop vertel? Nee hoor. Je moet uitgaan van een overwinning. Als je op een gelijk spel mikt, calculeer je in feite een nederlaag in.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden