Review

Grafzerken voor literaire zelfmoordenaars

Kunstenaars zijn alcoholisten, krankzinnigen en zelfmoordenaars: een even vaak omhelsd als bestreden cliché, dat niet onderdoet voor de wijsheid dat diezelfde kunstenaars moeten lijden om te kunnen scheppen.

Of de kunstenaar als krankzinnige lijder aan de wereld een op waarheid berustende gemeenplaats is, is een vraag die ik niet zou durven te beantwoorden. Pathologie is zeker geen voorwaarde voor grote kunst, kijk maar naar Bach, die een betrekkelijk onemotioneel bestaan heeft geleid, of Goethe, het klassieke voorbeeld van de harmonieuze kunstenaar, die tot op hoge leeftijd creatief bleef.

Maar tegelijkertijd is er een immense lijst samen te stellen van artistieke 'lijders aan het bestaan'. In een onlangs gepubliceerd Amerikaans psychiatrisch onderzoek naar de correlatie schrijverschap-alcoholisme beten toneelschrijvers het spits af als het om alcoholisme en neurotische aandoeningen ging en dat zegt wel iets: juist die kunstenaars die, meer nog dan anderen, andere personages uit zichzelf scheppen. Misschien is er in de drang om de wereld te herscheppen grosso modo toch iets van een psychische onvolledigheid aanwijsbaar, een gebrek aan evenwicht, dat zich elders vertaalt in bijvoorbeeld alcoholisme en drang tot zelfmoord.

Met statistieken moet je voorzichtig zijn; er zijn bijvoorbeeld veel schrijvers die zelfmoord hebben gepleegd maar zijn het er echt percentagegewijs meer dan mensen met een 'normaal' beroep of vallen ze ons door de aard van hun bezigheden meer op? Hebben ze zelf meer aanwijzingen omtrent hun dood gegeven en is hun dood derhalve dramatisch interessanter geregisseerd?

Hoe het ook zij, schrijvers die zelfmoord pleegden voorzien zichzelf daardoor in elk geval van interessante levensverhalen. In zijn suïcide-boek 'De laatste deur' schat Jeroen Brouwers dat er alleen al in Nederland zo'n honderdvijftig literaire zelfmoordenaars rondliepen. En wie even rondkijkt in de wereldliteratuur begint het direct te duizelen: Virginia Woolf, Jacques Rigaut, Mishima, Klaus Mann, Primo Levi, Sergej Jessenin, Drieu la Rochelle, John Berryman, Ernest Hemingway, Paul Celan, Carl Einstein, Von Kleist. Je kunt het lijstje met honderden, duizenden aanvullen.

In eerdergenoemd boek 'De laatste deur' bracht Jeroen Brouwers veel van die Nederlandse zelfmoordenaars in beeld; in 'De zwarte zon' beschrijft hij dit keer de zelfmoord van een aantal buitenlandse schrijvers. Het interessante is dat hij om de al te canonieke zelfmoordenaars heenzeilt, hier dus geen zoveelste grafzerk voor Hemingway of Virginia Woolf: het zijn de kleinere schrijvers die aan de beurt komen, zoals de Rus Vsevolod Garsjin, de Japanners Akutagawa en Osuma Dazai, de Belg André Baillon, de Amerikaan Harry Crosby, en verder Jean Améry, Stig Dagerman, Hart Crane - wie heeft ze gelezen?

Voor een deel is daarmee ook een verklaring gegeven; veel van die schrijvers 'maakten' het niet. En zoals een oude wijsheid luidt: dichters doen het voor de lauwerkrans en vrouwen. Maar hun relatieve mislukking zegt ook niet alles; het heeft er veel van weg dat ook schrijvers, net zoals gewone mensen, om een veelvoud van redenen zelfmoord plegen, gevoelens van mislukking, ja, maar ook liefdesverdriet, geldzorgen, sociale gekrenktheid.

Het zijn wel emmers vol schrijversverdriet die Brouwers over ons uitgiet, van talentloosheid die in krankzinnigheid eindigt (Crosby) tot schrijvers die vergeefs hun heul in eenzaamheid zoeken (Quiroga, Baillon). Drank, feesten, promiscuïteit die de levensangst verdoezelt (Hart Crane, Crosby) maar ook ongelukkig intellectualisme, hopeloze drang de wereld in kaart te brengen (Stig Dagerman, Jean Améry).

Omdat je van al deze schrijvers weet hoe het afloopt, lijkt hun leven van meet af aan in het teken van de dood te staan. Dat is wel enigszins slopend voor wie al deze portretten achter elkaar leest. Ik betrapte er mijzelf op dat ik hoopte dat er een nu eens bij wijze van verrassing géén zelfmoord zou plegen. Maar nee natuurlijk.

De 'mooiste' beschrijvingen geeft Brouwers overigens in het geval van de drie Nederlandstalige literaire zelfmoorden, die als een soort aanvulling op 'De laatste deur' kunnen gelden: Daniël Robberechts, Nico Slothouwer, Adriaan Venema. Hun besef steeds zinlozer in de marge te opereren (Robberechts) of misschien maar een piepklein talentje te hebben (Slothouwer) is erg aan Brouwers besteed; je ziet die schrijvers als het ware langzaam maar onontkoombaar op hun zelfgekozen dood afrollen.

Het mooiste portret vond ik wel dat van Adriaan Venema. Weliswaar ontbreekt daarin tot mijn verbazing de bizarre publieke aankondiging van Venema's dood (half literair Nederland wist van tevoren wanneer en dát hij 't ging doen en ik herinner me nog al te goed het ongemakkelijk besef bij mijzelf daarvan) maar die omissie wordt ruimschoots goedgemaakt door Brouwers' beschrijving van Venema's merkwaardige karakter. Hij beschrijft hem met een mengeling van begrip voor en afkeer van de scharrelaar, de charlatan, de pathetische aandachttrekker tot in zijn dood toe, die tussen allerlei regels door misschien toch ook iets onbegrijpelijks en tragisch had omdat hij een speler was, in wie ten slotte niemand meer geloofde tot hij iedereen tegen z'n zin bij de les dwong door die pillen wel degelijk te slikken.

Overigens, geen twijfel mogelijk dat Brouwers in al die tientallen literaire zelfmoordenaars met hun gefnuikte ambities, eenzaamheid en zelfbeklag, veel van zichzelf herkent. Zijn toon is nog altijd 'die van solidariteit' zoals hij het in 'De laatste deur' noemde. Tot die solidaire gevoelens behoort ongetwijfeld ook de verzuchting die Brouwers lijkt te slaken richting kritiek: ,,Zelfmoord na onder de maaimachines van de kritiek te zijn fijngehakt'.

En dan vertelt hij het volgende verhaal: ,,Op zekere dag in 1908 ontving de grote dichter P. C. Boutens een zending gedichten van J. S. Drooge, student te Delft. Boutens' kritiek erop was dusdanig onhebbelijk dat de jeugdige dichter zich het leven benam. 'Vele kritici moeten in het water geworpen worden' (Harry Mulisch)'.

En zo blijft de diagnose grotendeels die van 'De laatste deur': literaire zelfmoordenaars die niet tegen het leven konden, niet tegen de mislukking en ook niet tegen de literaire kritiek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden