Grachten, om al die immigranten te huisvesten

De Amsterdamse grachten maken gemengde gevoelens los. Ze worden lyrisch bezongen door weemoedige Amsterdamse volkszangers, maar ook beschimpt, vanwege de maatschappelijke incrowd die er volgens sommigen de toon aangeeft. In elk geval is de grachtengordel het hart, het belangrijkste symbool van Amsterdam.

Zo onlosmakelijk zijn ze vergroeid met het beeld dat we van onze hoofdstad hebben, dat een kaart uit de tijd dat ze er nog niet lagen eigenlijk een onwerkelijke aanblik biedt. Bijvoorbeeld de kaart die Cornelis Anthonisz in 1538 schilderde. Het is nog steeds een van de mooiste kaarten van Amsterdam. De schilder beeldde de stad af vanuit het perspectief van een overvliegende vogel. Een slimme techniek, omdat hij op die manier zowel het stratenpatroon weer kon geven, als de details van de bebouwing. Een fantasierijke vondst was het ook, want er bestonden natuurlijk nog geen luchtfoto's toen, en Cornelis kon ook niet even in een helikopter stappen om te kijken hoe zo'n vogelblik er in werkelijkheid uitzag.

Maar vooral blijf je naar de kaart staren omdat op de plek van de grachten, waar je je tegenwoordig toch hartje centrum waant, de weilanden zich uitstrekken. Een paar voorzichtige aanzetten tot bebouwing zie je, ten westen van de stad, op de plek waar nu de Herengracht ligt.

Amsterdam viert dit jaar het feit dat er vier eeuwen geleden begonnen werd met het aanleggen van de grachten. Onder andere met de tentoonstelling 'Booming Amsterdam' in het Stadsarchief. Speciaal voor de gelegenheid zijn twee boeken met kaarten van Amsterdam heruitgegeven, waarin onder andere die kaart van Cornelis Anthonisz te vinden is, en waarin we vanaf dat beginpunt de gestage groei van de stad kunnen volgen.

Dat de stad een groter oppervlak nodig had, dat stond wel vast, rond 1600. Het inwonertal was toen sinds 1570 verdubbeld, tot zo'n 60.000 mensen. Amsterdam begon een economische grootmacht te worden, en trok immigranten aan. Zeker toen Antwerpen in 1585 viel, en er een vluchtelingenstroom op gang kwam, nam de druk op de ruimte ernstig toe. De voorzichtige bebouwing die we op die kaart uit 1538 zien, groeide in de eerste jaren van de Gouden Eeuw uit tot een soort voorstad.

Een beetje wildwest was het daar wel: de bewoners betaalden geen belasting aan de autoriteiten die binnen de stadsmuren huisden, en mocht er nog eens een Spaans leger voor de poorten verschijnen, dan zouden ze de verdediging van de stad ernstig hinderen.

Toen in 1609 het Twaalfjarig Bestand inging, en het dus op oorlogsgebied even rustig was, zag het stadsbestuur zijn kans schoon, en werden plannen gemaakt voor de zogeheten 'Derde Uitleg'. Ten westen van de stad werden de Herengracht, Keizersgracht en Prinsengracht aangelegd, en buiten die ring verrees de Jordaan, waar de straten het patroon van de weilandkavels bleven volgen. De Vierde Uitleg zou vanaf 1656 de halve cirkel compleet maken.

Hoe majestueus het resultaat was, zie je bijvoorbeeld op een prent van Jan van Call uit ongeveer 1690. De tekening is te vinden in het boek 'Langs Amsterdamse Grachten', dat verschenen is bij de gelijknamige tentoonstelling die nu in het Rembrandthuis loopt. In dit boek verlaten we het niveau van de kaarten, en zoomen we in op straatniveau. De grachten zijn namelijk altijd een dankbaar onderwerp gebleven voor schilders.

Van Call beeldde het stuk Herengracht tussen de Vijzelstraat en de Leidsestraat af, dat nog altijd de 'Gouden Bocht' heet, omdat daar de rijkste Amsterdammers de grootste huizen bewonen. Zo statig als in 1690 ziet het er niet meer uit, maar de rust op die prent is waarschijnlijk toch bedrieglijk.

Weliswaar gingen de rijken aan de nieuwe grachten wonen, maar dienstpersoneel vestigde zich in de souterrains, en in de straten tussen de grachten gonsde het al snel van de bedrijvigheid. De grachtengordel was vooral ook nodig om de bevolking te huisvesten, die maar bleef groeien; de 60.000 inwoners van 1600 waren er een eeuw later alweer zo'n 180.000 geworden.

Daarna stagneerde de groei ook weer. De contouren van de Vierde Uitleg zouden nog tot diep in de negentiende eeuw het uiterlijk van de stad bepalen, en in onze gedachten heeft Amsterdam nog steeds een beetje die vorm.

En nog steeds sturen toeristen het liefst ansichtkaarten met foto's van de grachten naar huis. Het zijn moderne varianten op de tekeningen en tere aquarellen uit vier eeuwen, die het boek 'Langs Amsterdamse Grachten' laat zien. Ernaast staat steeds een kleinere foto van dezelfde plek, zoals die er nu uitziet: het water heeft vaak plaatsgemaakt voor asfalt.

Speciale aandacht in dat boek verdienen de prenten van Christiaan Andriessen, die een soort schakel zijn tussen de schilderijen van vroeger en de foto's van nu. Met een fotografische blik die zijn tijd ver vooruit was tekende Andriessen begin negentiende eeuw zijn stad. Geen grachtengordel-elite, ook geen Amsterdamse sentimentaliteit, maar alledaagse scènes uit het alledaagse leven langs de grachten, die ook in 2013 nog herkenning oproepen.

Marc Hameleers: Kaarten van Amsterdam 1538-1865. Deel 1. Thoth, Bussum / Stadsarchief Amsterdam; 416 blz. € 69,50

Marc Hameleers: Kaarten van Amsterdam 1866- 2012. Deel 2. Thoth, Bussum / Stadsarchief Amsterdam; 383 blz. € 69,50

Langs Amsterdamse grachten. Tekeningen van het Koninklijk Oudheidkundig genootschap. Ingeleid door Leonoor Oostzee en Bert Gerlagh. De Weideblik, Varik; 153 blz. € 24,90

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden