Graaiende Surinaamse politici kun je omzeilen

Het geld dat Suriname nog van Nederland tegoed heeft moet in een speciaal fonds gestort worden dat beheerd wordt door onafhankelijke organisaties. Zo blijft het geld buiten bereik van corrupte politici en komt Suriname weer uit het slop.

Maar liefst 23 partijen dingen om de gunst van de ongeveer 270000 Surinaamse kiezers die in mei naar de stembus mogen. Door de te verwachte versnippering is het de vraag of één partij een meerderheid krijgt. Veeleer zal de uitslag leiden tot de traditionele koehandel waarbij het Surinaamse volk geen andere keus heeft dan lijdzaam toezien welke parlementariër voor miljoenen Surinaamse guldens wordt omgekocht om binnen een coalitie te komen of te blijven.

Ik meen dat er een uitweg is in de uitzichtloze politieke verhoudingen in Suriname. Die uitweg zit in de relatie tussen Nederland en Suriname. Suriname heeft namelijk nog 600 miljoen gulden van Nederland tegoed, 400 miljoen gulden daarvan is nog vrij te besteden. Dat geld moet worden ingezet voor de opbouw. De traditionele Surinaamse politici hopen dat die miljoenen vrijkomen en dat de dans om de vleespotten dan kan beginnen. Het volk van Suriname heeft dit geld echter hard nodig en heeft geen behoefte aan het grote graaien in de staatskas.

Helaas is de ontwikkelingsrelatie tussen Nederland en Suriname verstrikt in de verhouding tussen twee staten. Het ontwikkelingsverdrag, een verdrag dat tussen de twee staten is gesloten, functioneert niet. De reden is niet juridisch, maar politiek van aard. Nederland heeft geen vertrouwen in een goede besteding van die middelen. En gelijk heeft ze, alle beschuldigingen over neokolonialisme ten spijt. Surinaamse politici hebben helaas steeds weer getoond niet het vermogen te hebben om op inspirerende en vertrouwenwekkende wijze leiding te geven.

Om de impasse te doorbreken zou de ontwikkelingsrelatie omgezet moeten worden naar een die tussen volken gaat, in plaats van tussen staten. Het ontwikkelingsverdrag moet overboord gegooid worden. In plaats daarvan moet er een nieuw systeem komen voor de gereserveerde miljoenen.

Zo'n systeem is mogelijk. Het is eenvoudig en transparant. Nederland moet de ontwikkelingsgelden stoppen in een apart fonds voor niet-gouvernementele organisaties (NGO's) uit beide landen. In Nederland is er een infrastructuur aanwezig die benut kan worden, namelijk de medefinancieringsorganisaties (MFO's). Deze organisaties (in plaats van de Nederlandse regering) moeten de partner vormen voor de NGO's uit Suriname (in plaats van de Surinaamse regering). In Suriname moet op korte termijn een kwalitatief hoogwaardige infrastructuur van NGO's worden opgebouwd waarin naast maatschappelijke organisaties ook het bedrijfsleven een rol behoort te spelen. Te vaak wordt het bedrijfsleven tegenover de NGO's gezet, terwijl zij in mijn visie zelf NGO's zijn.

Dit fonds moet zich vervolgens richten op een aantal beleidsterreinen als de zorgsector, huisvesting, landbouw en industrie. In beide landen zijn er voldoende experts, bedrijven en instellingen, die op de afzonderlijke terreinen visies hebben en daaruit voortvloeiende plannen en projecten kunnen ontwikkelen. Die projecten kunnen gefinancierd worden door het NGO-fonds.

Dit systeem heeft een aantal voordelen boven de huidige relatie tussen twee staten. Allereerst is het draagvlak groter. De bedrijven, instellingen en professionals die de plannen bedenken moeten ze ook uitvoeren. Het systeem kan verder corruptie tegengaan, omdat het de invloed van de huidige politici terugdringt. Een ander voordeel is dat de democratie in Suriname wordt versterkt. Aangezien het om honderden miljoenen gaat, krijgen NGO's daadwerkelijke macht tegenover de failliete corrupte oude politiek. Nog een voordeel is dat het systeem mogelijkheden biedt voor een langdurige en stabiele relatie tussen de beide volken. NGO's kunnen hun relatie baseren op een gezamenlijke visie, zonder gestoord te worden door interstatelijke politieke- en juridische verwikkelingen. Het proces van samenwerking tussen NGO's zorgt bovendien voor nieuw elan: het deblokkeert niet alleen het geldfonds, maar stimuleert ook ideeën, creativiteit en expertise uit beide landen.

Ik stel voor het plan in vier stappen in te voeren. De eerste stap is dat het idee onderwerp van maatschappelijke discussie wordt in Suriname en Nederland. De tweede stap is dat de Nederlandse minister van ontwikkelingssamenwerking en de Tweede Kamer zich voor het idee uitspreken. Zij moeten zich afvragen of het alternatief voor de huidige situatie van een staat-tot-staat relatie hen aanspreekt. Als de minister en de Tweede Kamer iets in het idee zien, kan als derde stap in Suriname en in Nederland een serie bijeenkomsten worden georganiseerd om het idee praktisch uit te werken. Er liggen tal van problemen op het gebied van procedures en organisatie die uitgewerkt moeten worden. In Suriname zal bekeken moeten worden of en op welke wijze er een partner voor de MFO's kan worden opgebouwd. In Nederland zullen de MFO's moeten bezien hoe ze, met inschakeling van de Surinaamse gemeenschap in Nederland, een goede partner voor Suriname kunnen zijn. Die bijeenkomsten moeten resulteren in een plan dat aan de Nederlandse regering wordt voorgelegd, omdat zij nu de geldbuidel beheert. Als vierde stap moet de Nederlandse regering zich uitspreken over dit plan. Als het plan geaccepteerd wordt, kan het ontwikkelingsverdrag formeel worden opgezegd en het nieuwe systeem in werking treden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden