Review

Gouden Godoenov lijkt in Brussel uit een icoon gestapt

Tsaar Boris Godoenov loopt in Brussel over het operapodium als een tot leven gekomen icoon. In een ongemakkelijk vallende gouden mantel, daaronder een gouden gewaad en hoofd en handen volledig goud geschminkt lijkt deze tsaar-met-bloed-aan-de-handen op een Russische heilige. Een messias voor het hongerende en door oorlogen geteisterde Russische volk. Pimen, de kroniekschrijvende monnik die uiteindelijk zorgt voor Godoenovs ondergang, wordt opgevoerd als evangelist Marcus, de leeuw wakend aan zijn voeten.

Het zijn schitterende beelden die Klaus Michael Grüber voor zijn enscenering van Modest Moessorgski's 'Boris Godoenov' bedacht. In samenhang met de sterke cast en met de gloedvolle muzikale ondersteuning van dirigent Kazushi Ono ontstond in Brussel een voorstelling die op alle fronten grote bewondering afdwingt.

Ono en Grüber kozen voor de versie van 1872, maar lieten de derde akte (spelend in het vijandige Polen) weg. Zo concentreren ze zich op het Russische volk dat verblind en verdoofd door honger eerst het collectieve hart verpandt aan God Godoenov en na diens dood aan zijn opvolger, de 'valse' Dmitri. Door de combinatie van historiserende kostuums (prachtige ontwerpen van Rudy Sabounghi) voor de protagonisten en moderne kleding voor het koor, wordt benadrukt dat het volk altijd, in welke tijd dan ook, het onderspit zal delven. Hier lopen de Russische daklozen en schooiers van nu, slepen tassen en zakken met zich mee en op hun kleding zijn ontelbare kleine insecten gestikt - horzels!

De opjagende horzel is het onaangename symbool van deze voorstelling. Het niet-aflatende insect staat op het affiche en op de scène komt het één keer levensgroot voor, juist op het moment dat 'De Idioot' (een heilige figuur in het oude Rusland) Boris de titel 'tsaar Herodes' geeft en hem beschuldigt van de moord op tsarevitsj Dmitri. Ook op andere momenten voeren Grüber en zijn vaste decorontwerper Eduardo Arroyo vervreemdende objecten op, maar ze zijn hier veel terughoudender dan in hun 'Parsifal' en 'Aida', die ze voor Amsterdam maakten.

De religieuze connotaties in de grote blauwe ruimte met gouden deuren liggen voor het oprapen. Een gevallen, met bloed besmeurde engel staat roerloos tegen de wand. Was deze Boris, schuifelend op het schaakbord van de macht, wel zo slecht? De openbaring van het Judas-evangelie geeft Grübers aarzelende visie een extra dimensie.

Ono leidt een voorstelling die loopt als een trein. De scènes wisselen soepel en snel, de spanning in het caleidoscopische verhaal blijft overeind. Veteraan José van Dam is nog steeds een Boris van formaat, vooral als acteur. In zijn verwrongen en ongemakkelijke houding lijkt hij soms op een portret van Francis Bacon. Vocaal wordt Van Dam overklast door de machtig gezongen Pimen van Anatoly Kotsjerga. Ian Caley is gluiperig als de kuipende Sjoejski en Vsevolod Grivnov zingt een krachtige Grigori. Andrey Breus verrast in de kleine Sjtsjelkalov-rol.

De voorstelling als geheel is een triomf van de verbeelding - een icoon op zich. Wat dat betreft is het jammer dat Amsterdam alleen het muzikale deel voorgeschoteld krijgt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden